Jes. 5, 1-7; Mt. 21, 33-43

Zoals zo vaak roept het Evangelie van vandaag weerstand op. De landeigenaar blijft maar vergeefs proberen om de vruchten van de oogst, waar hij eigenlijk recht op heeft, in ontvangst te nemen, maar telkens opnieuw stoot hij zijn hoofd – telkens weer en telkens weer. het wordt zelfs steeds een beetje erger, tot hij zelfs zijn eigen zoon moet afstaan, erger kan het bijna niet komen. Mij herinnert het verhaal aan een goede vriend die wanhopig bij een geliefde in het gevlei probeerde te komen, maar steeds opnieuw en steeds drastischer afgewezen werd. En die daarvoor de meest gekke dingen begon uit te halen, tot er van hem slechts een hoopje ellende over was. En ik kan u verzekeren: het doet pijn om een mens om wie men geeft zich zo zien verlagen, zich kleiner maken dan hij eigenlijk is – zoals deze vriend die maar achter zijn onbereikbare geliefde bleef aanlopen. Het is moeilijk te verdragen om mensen die wij hoog inschatten domme dingen te zien doen – iedereen ziet toch dat zij hem afwijst, alleen hijzelf niet.
Is dit nu waar het Evangelie over gaat? Want als dit zo zou zijn, dan hebben de critici van het christelijk geloof gelijk, wanneer ze zeggen dat het geloof de mensen kleinhoudt. Dan hebben ze gelijk, dat mensen zich moeten opofferen en volgzaam moeten worden. Maar ik geloof dit niet. Ik denk juist dat Mattheüs ons hier een nieuw perspectief wil laten zien, een perspectief waarin de mens juist boven zichzelf en zijn kleine wereld heen kan groeien – omdat voor wie leeft in het geloof, zelfs het meest onmogelijke waar kan worden. En dat dit zo is omdat zo iemand leeft vanuit de liefde. Het verhaal van de landeigenaar leert ons juist dat de logica van het hemelse koninkrijk een heel andere is dan de logica van de wereld. En daarmee bedoel ik niet dat Mattheüs ons probeert te zeggen dat we het geluk in het hiernamaals moeten zoeken – want het hemelse koninkrijk is er ook al hier, in dit leven. De parabel van de landeigenaar leert ons juist dat wie leeft vanuit het geloof anders naar het leven kijkt dan wie volgens de logica van de wereld leeft.
In werelds opzicht zou de landeigenaar al lang eieren voor zijn geld hebben gekozen en zijn rechtmatige bezit met geweld weer hebben verworven. En de logica van de wereld zien we ook terug bij de wijnbouwers die zich krampachtig vasthouden aan de wijngaard die ze slechts in bruikleen hebben gekregen. In deze wijnbouwers herkennen wij helaas al te veel terug van onszelf – wanneer we ons vastklampen aan wat ons eigenlijk niet toebehoort – het leven, de liefde, onze vrijheid – of wanneer we ons vasthouden aan zekerheden, die er eigenlijk niet toe doen, onze kleine en al te gemakkelijke vooroordelen. Dat gaat zo met angstige mensen, die wij allemaal een beetje zijn – wij willen zoveel mogelijk zekerheid, wij willen dingen in bezit houden, en erger nog: we willen ook nog eens graag de ander als ons bezit beschouwen.
Wie echter leeft met het perspectief op het Koninkrijk Gods, die ziet heel scherp dat alles waar wij ons krampachtig aan vasthouden, ons uiteindelijk niet toebehoort – die ziet dat het juist onze zekerheden zijn die ons klein houden –iemand die leeft vanuit het geloof durft met open vizier naar de wereld toe te gaan, met het risico zelf gekwetst te worden, zoals ook gebeurt met de landeigenaar, die zelfs zozeer gekwetst wordt dat hij het meest dierbare uit zijn leven, zijn zoon, moet prijsgeven.
Ik denk dat de landeigenaar in het verhaal staat voor de mens die leeft vanuit het geloof dat deze wereld een koninkrijk Gods kan zijn. Mensen die leven vanuit het geloof zijn mensen die juist niet leven vanuit berekening. Want leven vanuit berekening behelst het krampachtig zoeken naar zekerheid. De landeigenaar volgt zijn hart, volgt wat hem van binnenuit gegeven is en moet dat in wereld opzicht bekopen.
De omstaanders in het verhaal zijn van mening dat de landeigenaar hard zou moeten optreden, de wijnbouwers laten martelen en doden. Maar ook de logica van de omstaanders is die van de berekening, en is niet de logica van de liefde en van het hart.
Wie deze weg van het hart gaat, loopt het risico op de grootst mogelijke nederlagen. Maar de parabel maakt ons duidelijk dat dit oneindig veel meer waard is dan een risicoloos leven vanuit berekening. Want zo’n leven is een doods leven, dat brengt geen vrucht voort. Wie kiest voor de weg van het hart, loopt kwetsuren op, maar die kwetsuren openen de ziel voor de grote wereld – zo’n leven is een vruchtbaar leven – dit is het volk dat de vruchten van het koninkrijk voortbrengt, zoals het Evangelie zegt. Zo’n leven mag dan wel verontrustend zijn voor de mensen die leven vanuit berekening en zekerheid. Maar het is tenminste een leven – met uitzicht op een wereld die groter is dan wij ons ooit voor mogelijk hadden gehouden.
Dit vallen en telkens één keer meer opstaan, dat is de weg van het geloof, de weg naar het koninkrijk Gods – het vallen en gekwetst worden vermijden, alles krampachtig in bezit willen houden, dat is de weg van de wereld, die uiteindelijk onvruchtbaar is, omdat zoveel mogelijkheden dan uitgesloten worden.
Dat is ook de reden waarom mijn vriend toch telkens weer en telkens weer zijn hart volgt, en telkens weer afgewezen wordt. Misschien weet hij meer dan de mensen van de wereld dat de liefde oneindig is, en zo groot dat zij geen beloning behoeft, dat zij op zichzelf genoeg is. Wie zo leeft, zo kijkt naar het leven en naar zijn medemens, die heeft het Koninkrijk Gods hier op aarde al gevonden, want zo iemand is een vrij mens geworden.
Zoals Gerard Reve al zei, gelukkig dat God bestaat.
Weekend 1/2 oktober 2011
| < Vorige | Volgende > |
|---|




