• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Liefhebben

E-mailadres Afdrukken

Exodus 22: 20-26; Matteüs 22: 34-40

gerdal

KLAK! De brievenbus gaat open en dicht. POF, er valt wat op de deurmat. Het is de post, eens kijken wat er tussen zit. Mmm, wat reclame en een enveloppe van een bedrijf dat ik nog niet eerder heb gezien. Een incassobureau, wat zou er gebeurd zijn? Oeps, ik ben door het rode licht gereden. Niet gezien? Niet goed opgelet? Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik de wet heb overtreden en dus zal moeten betalen.

Ons land is een rechtstaat. We hebben veel wetten en regels waar we ons aan moeten houden. Er wordt van ons verwacht dat we het naar de letter van de wet leven. Zo krijgen we geen problemen. Maar af en toe lijkt het of we verdrinken in wetteksten en regelgeving. Wil je een eigen bedrijfje beginnen of iets doen in de vrijwillige sector, je bent maanden lang bezig met het uitpluizen van de wetboeken en reglementen. De moed zou je haast in de schoenen zakken.
Begrijp me niet verkeerd. We hebben regels nodig, anders wordt het een zootje, maar soms denk ik wel eens: "Kan het niet wat minder?" Al die regels werken toch alleen maar verstikkend en belemmerend. Politie en justitie zijn de handhavers van de wet. Zij toetsen ons handelen eraan.

Ook in de tijd van Jezus waren er wetten en mensen die toezagen op het naleven ervan. Geboden en verboden, door God aan Mozes gegeven en opgeschreven in de Thora, de joodse wet.
Jezus predikte al een tijd in het land en had een behoorlijk reputatie opgebouwd. Bij de "gewone" mensen, maar ook bij de schriftgeleerden. Die vonden het tijd om Jezus eens stevig aan de tand te voelen. Ze wilden wel eens weten hoeveel hij nu eigenlijk wist over de wet. Ze stelden hem de vraag: "Meester, wat is het grootste gebod in de wet?"
Het lijkt een makkelijke vraag en we hebben gehoord dat Jezus niet lang na hoefde te denken over het antwoord. Hij zei: "Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand." Dat is het eerste gebod.
En het tweede is : "Heb uw naaste lief als uzelf."
De schriftgeleerden wilden Jezus in verwarring brengen, maar dat lukte hen niet. En wat als die vraag aan ons werd gesteld? Zouden wij het 1,2,3 weten? Zou de vraag ons in verwarring brengen?
Ik weet het niet.
Het antwoord dat Jezus geeft zet aan het denken.

God liefhebben met heel je hart, heel je ziel en heel je verstand. Hoe doe je dat? Door te bidden en naar de kerk te gaan? Door vaak in de Bijbel te lezen en na te denken over wat er in staat? En hoe zit het met liefhebben van de naaste? Het antwoord roept meer vragen op dan dat het antwoorden geeft.

Christenen willen leven naar het voorbeeld van Jezus. Jezus had een heel innige band met God. Hij noemde Hem zelfs Abba, vader. Jezus onderhield die band met zijn Vader door de tijd te nemen, zich terug te trekken en zich naar binnen te keren, te bidden. Voor hem was bidden even natuurlijk en noodzakelijk als ademhalen. Hierdoor kreeg Jezus de kracht die hij nodig had om zijn weg te gaan.

Jezus had naast God ook zijn naaste lief. Liefhebben wil niet alleen zeggen dat we elkaar lief vinden of aardig. Liefhebben betekent ook dat je de ander respecteert en serieus neemt. Het gaat om menswaardigheid, samen vechten voor een betere toekomst, voor vrede en rechtvaardigheid.

Het antwoord dat Jezus geeft is heel bijzonder. Hij legt de link, de verbinding tussen de liefde voor God en de liefde voor je naaste. Ze zijn gelijkwaardig aan elkaar. De ene weegt niet zwaarder dan de andere. De ene kan alleen maar bestaan dankzij de andere. Wie God wil ontdekken, God wil zien en liefhebben, kan dat alleen maar door de naaste lief te hebben als zichzelf. En door de naaste lief te hebben, maak je God bekend, heb je God lief.

Weekend 22/23 oktober 2011