Wijsheid 6,12-16 Matteüs 25,1-13
Tien bruidsmeisjes gaan hun bruidegom tegemoet. Ze nemen fakkels mee en olie om hen bij te lichten, want het is nacht. En ze weten niet wanneer de bruidegom komt.
Het is nacht.
In de nacht is alles anders.
Je kijkt uit naar de morgen als je in de nacht piekerend wakker ligt. 's Nachts zijn de problemen immers veel groter.
Het leven kan donker als de nacht zijn, als je ernstig ziek bent en leeft met de naderende dood.
De nacht maakt angstig en onzeker.
In de maatschappij lijkt het wel nacht nu er zoveel onzekerheid is. Crisis in de geldwereld, crisis in Europa, het klimaat is van slag, 18 graden in november!
Hoe moet het verder met de zorg voor milieu?
Herman Wijffels, een man met visie, een moderne profeet zegt: 'Ik ben bang dat we nog wel een paar rampjes nodig hebben, voor we echt wakker worden en beseffen dat het anders moet'.
In de nacht laat de bruidegom op zich wachten, de bruidsmeisjes vallen in slaap, hun lampen gaan uit.
Waar is de bruid eigenlijk? Over haar wordt niet gesproken. Zijn de bruidsmeisjes samen misschien de bruid?
Zij zijn beeld voor ons, gelovigen, mensen die uitzien naar de komst van Christus. Hij is de bruidegom die ons uitnodigt op zijn bruiloftsfeest en ons tegemoet komt. In dat perspectief mogen we deze parabel lezen.
De eerste Christenen, voor wie Matteüs dit verhaal schreef, keken uit naar de wederkomst van Christus. Zij leefden toe naar de eindtijd, de tijd waarin Christus teruggekeerd zou zijn op aarde. Maar zijn wederkomst liet op zich wachten. Ook bij hen ging het vuur van het begin er uit.
En dan ... komt de bruidegom toch.
De 5 wijze meisjes maken snel hun lampen in orde met de extra olie die ze hebben meegenomen. De 5 domme meisjes hebben niet genoeg olie bij zich, moeten gaan kopen en komen te laat. Dat de wijze meisjes hun olie niet delen is een weerbarstig stukje in het verhaal. Het gaat toch om barmhartigheid en om delen van wat je hebt.
Maar deze olie kan niet gedeeld worden. De olie in het verhaal is het verlangen. Het lichtje van verlangen gloeit in ons hart en wordt gevoed door het wachtend uitzien.
Waakzaam, liefdevol, verlangend wachten. Dat kun je wel samen, maar het verlangen kun je niet delen.
Ook wij leven naar God toe, al kunnen we ons van God geen beeld vormen. Hij is de beeldloze Aanwezige.
En toch, als je verlangend uitziet naar iemand, draag je deze eigenlijk al bij je.
De vreugde van het bruiloftsfeest is er al. Het wakend wachten gaat vooraf aan de vervulling.
Nu maakt het natuurlijk wel uit waarop je wacht. In verwachting zijn van een kindje geeft de dagen een sfeer van uitzien naar nieuw leven.
Wanneer je weet dat je gaat sterven geeft dat de dagen een sfeer van afscheid en 'de laatste keer'. En durf je aarzelend geloven in het Eeuwig Licht.
Het wachten op de komst van Christus, het Rijk van God is leven in die sfeer. Is uitzien naar voltooiing in liefde.
Kijken we nog wel uit naar Zijn komst?
Durven we nog geloven in een wereld waarin niet geld en goed maar liefde en barmhartigheid het adagium vormen? Durven we geloven in een gastvrije wereld, waar niemand illegaal is of asielzoeker? Is er nog geloof in een wereld waar met zorg en respect wordt omgegaan met de schepping?
Ieder mens heeft de verantwoordelijkheid om een eigen aandeel te leveren voor het bruiloftsfeest.
De olie van het verlangen houdt ons wakend wakker. In dat verlangen moeten we het uithouden, met de wijsheid, de liefde en de barmhartigheid van God in ons hart.
Daaraan zullen wij herkend worden als de bruidegom komt.
En welkom zijn aan zijn bruiloftsmaal.
Weekend 05/06 oktober 2011
| Volgende > |
|---|




