Ezechiël 34, 11-12, 15-17; Matteus 25, 31 - 46

“Kent u God?” zei de herder. “Welke God?” vroeg de theoloog. “Hoezo welke, er is er toch maar eentje?” “Nee”, zo legde de theoloog uit, “er zijn veel beelden van God. Denk je over God als een goede, barmhartige vriend of als een heerszuchtige, oordelende machthebber. Herken je de scheppende moeder of juist de beschermende vader? Wil je God als je innerlijke stem horen of denken dat hij vanaf een wolk aan alle touwtjes trekt”. De herder was verbaasd over het antwoord van de theoloog.
Dezelfde verbazing wekt Mattheus. Hij vertelt over het eindoordeel van Jesus. Mattheus houdt er van een duidelijk beeld neer te zetten, wat je op het einde van de tijden kunt verwachten. Wanneer die eindtijd komt, dat laat hij in het midden. Het leven is geen wedstrijd, waarvan je precies weet wanneer die gespeeld is. Daarmee suggereert hij, dat je elke dag je bewust moet zijn dat er oordelen over je geveld worden. Thuis, op het werk, op school, op straat, in de winkel, of het ziekenhuis, in de stad en het land, tussen vrienden en vijanden.
Hij vertelt het met een eenvoudig beeld. Een herder die de schapen en bokken verdeeld in goede en slechte. De goede mensen kijken schaapachtig naar Jesus, want wat hebben ze goed gedaan? Geen moment hadden ze bedacht dat ze Jesus in hun dagelijks leven letterlijk tegen komen. Prachtig hoe Jesus ons erop wijst, dat hij figuurlijk elke dag voor je staat. Elk mens hoort tot zijn kudde en hij wil dat je het liefdevolle in de ander zoekt en daar recht aan doet.
Dat kan door samen dingen te organiseren, zoals we hier een afhaalpunt voor de Voedselbank hebben. Ik weet dat dit bekritiseerd wordt, maar zo zorgen we wel dat mensen die te weinig geld hebben, voldoende eten ontvangen. Blij ben ik met de Aanloop, waar koffie/thee de dorst lest en een praatje soms wonderen verricht. En ik bedacht, dat hier al heel wat vreemdelingen aan zijn komen lopen. Per slot was ik er zelf ook ooit eentje. We zingen graag uit, dat dit huis een plek van ontmoeting en herkenning is, waar we proberen naar elkaar om te zien. Zo zamelen we elk voorjaar en voor de Klaaswinkel, kleding in en dragen zo bij dat goede kleding, een tweede leven kan beginnen. Dat levert wederzijdse blijdschap op, evenals het bezoeken van zieken of eenzame mensen. Al geef ik toe, dat kost de ene keer misschien meer moeite dan een andere keer. Dat kan ook gelden, als je iemand helpt die in zichzelf gevangen zit. Door met die ander op te trekken, zodat die hopelijk zichzelf weer kan bevrijden.
Het is opmerkelijk, realiseer ik me. Het oordeel over jezelf en de ander sluipt er zomaar in. Bij het lezen van deze tekst, kijk ik met oordelende ogen, naar wat we hier doen en laten in de Ontmoetingskerk of in mijn eigen leven.
En vanuit dit standpunt kijk je vaak naar God. Dat hij de hele dag over je oordeelt, er van alles over vindt én van je weet.
Of zit je relatie met God anders in elkaar? Is er mildheid en mededogen, naast die al die meningen in ons hoofd die om voorrang strijden.
Ik begon met een gesprek tussen de herder en de theoloog. De verbaasde herder is nieuwsgierig naar God en ontdekt dat je op diverse manieren naar de Eeuwige kunt kijken. Zoals je God leert kennen, leer je ook jezelf kennen. Het beeld dat je van God hebt, zegt iets over hoe je zelf in de wereld staat.
Misschien mag ik dat verduidelijken met 2 verhalen uit onze gemeenschap.
Zo hoorde ik over een kerkganger die boos was geweest over het gebabbel van de jongeren van Les Etoiles tijdens een viering. Natuurlijk net die keer dat Sander er niet kon zijn en de jongeren zelf de goede toon moesten vinden. Spannende bezigheid zingen, zonder dirigent en dat was op verschillende manieren te horen geweest, zo begreep ik van die kerkganger.
Een tweede verhaal werd me verteld, door iemand die blij was met ons jongerenkoor. Het mochten dan wel spring-in-het-veld kids zijn, maar ze hadden fantastisch meegeholpen met het opruimen na de Klaaswinkel en bij een 40-dagenmaaltijd. Bovendien hebben ze in de zomervakantie hard gewerkt om de jongerenruimte de Kelder, weer een nieuw fris uiterlijk te geven. Waar vind je dat nog, sprak die man, zo’n groep jongelui die verantwoordelijkheid toont en op z’n tijd een handje helpt.
Tja, Jesus hield het ons al voor. Je krijgt in het leven terug wat je aan het leven geeft. Ik denk dat als je jong bent, je niet altijd stil kunt blijven zitten. Ik vind het overigens fijn als het ook rustig is in de viering, zodat ik makkelijker in de stilte van mijn hart kan duiken. Toch ben ik vooral blij, als ik zie hoe jongeren hier met ziel en zaligheid proberen hun talenten te ontdekken. Misschien is het voor mij gemakkelijk, omdat ik in het verleden lang met ze opgetrokken ben en weet dat het prachtige mensen zijn. Die meestal rekening proberen te houden, met hoe we hier in de kerk met elkaar om willen gaan. En ik snap eveneens de kerkganger die rust wil vinden in de viering. Mogelijk had die een ziek familielid thuis, voor wie je al lang zorgt. Dan heb je minder begrip en uithoudingsvermogen, als je stil wilt zijn en je zorgen voor God probeert te leggen.
Uiteindelijk gaat het erom dat we naar elkaar blijven kijken en proberen verbinding te maken met elkaars leven. Waarin we proberen het goede voor de ander te doen. Niet ten koste van alles jezelf weg te cijferen, maar wel in liefde er voor een ander proberen te zijn.
Het gaat niet om grote dingen, maar om de kleine daden. Zoals een herder die goed voor zijn hond zorgt. Die achter elk verdwaald schaap aan gaat. Terwijl de herder ook oog houdt voor de schapen die rustig en onopvallend in de kudde verblijven. Evenals voor die bok die altijd wat te mekkeren heeft.
Ieder heeft recht op menselijke aandacht en de verbeelding van God, die het vermogen heeft liefde tot groei te laten komen.
We zijn als gemeenschap en samenleving –om in de beeldspraak te blijven- als een kudde onderweg door verdorde plekken en moeten over moeilijke bergpassen trekken. Als we vertrouwen op elkaar en de herder, terwijl de herder blijft vertrouwen op zijn kudde, kunnen we de rijkdom van het samen optrekken ervaren.
En soms ben je de herder en dan weer het schaap. Terwijl er gelukkig ook nog genoeg jonge honden zijn, om ons op koers te houden over Gods ondoorgrondelijke wegen hier op aarde.
weekend 19/20 november 2011
| < Vorige | Volgende > |
|---|




