Job 7,1-11
Vandaag hoorden we een klein stukje uit het boek Job. Over het hele verhaal van Job wil ik vandaag met u nadenken. Job, een geschiedenis van hoop las ik ergens geschreven over dit boek. Maar dat zou je in eerste instantie niet zeggen als je stilstaat bij het leed dat Job overkomt. Want hij krijgt het zwaar te verduren. Job is een welvarend en rechtschapen man. Maar de satan daagt God uit om deze rechtschapen man onder druk te zetten. Het is immers niet zo moeilijk om God trouw te zijn als het je goed gaat. God vindt het goed dat Job beproefd wordt. 'Maar', zegt God, 'je mag hem beproeven in alles wat hij bezit, maar van zijn leven blijf je af.'
En Job verliest alles wat hij heeft: zijn bezittingen gaan verloren, zijn kinderen komen om en uiteindelijk verliest hij ook nog zijn gezondheid. Hij krijgt de ene ziekte na de andere. In zak en as zit hij neer.
Je hoort het wel eens: mensen die de ene ramp na de andere overkomt. Och, vraag je je af, hoeveel kan een mens aan? En krijgt de ene mens niet heel veel te verduren? Veel meer dan de ander. Waarom toch? Machteloos sta je aan de kant.
Als de vrienden van Job horen hoezeer hij door het leven, door God, geslagen is gaan ze naar hem toe. Ze willen hem troosten. Zwijgend gaan ze bij hem zitten, zeven dagen en nachten lang.
Soms zijn er ook geen woorden bij het leed wat iemand overkomt. Stille aanwezigheid is alles wat je kunt doen. Vaak is dat ook het meest heilzaam. Stil er zijn.
Na zevend dagen verbreekt Job de stilte met een klaagzang: 'Was ik maar niet geboren, was de schoot van mijn moeder maar gesloten gebleven, was die dag er maar nooit geweest'. De drie vrienden proberen hem bij te staan: 'Ja Job, je zult het toch ergens wel aan jezelf te danken hebben. God straft en dat doet hij vast niet zomaar.' Alle drie hebben ze zo hun gedachten en redeneringen. Zij denken God te kennen en te weten hoe hij handelt. Maar, met de beste bedoelingen, ze helpen Job niet. Ze roepen wel van alles maar Job wordt er alleen maar kwaad door. Hij wordt boos op zijn vrienden. Ze redeneren, maar geven hem geen antwoord.
Het is moeilijk om als gezonde bij een zieke op bezoek te gaan en vooral te luisteren. Om leerling te worden van de zieke. De zieke is degene met de ervaring. Zit zij wel te wachten op goede raad of bespiegelingen hoe het zo gekomen is? Zonder dat je het weet, ben je al gauw als de vrienden van Job. Buiten het gehoor van de zieke wordt er over hem gesproken: 'Vreselijk die kanker, maar ja hij heeft ook wel veel gerookt'.
Zit je wel te wachten op de oplossing die een ander aandraagt voor jouw probleem, als je zo in de put zit? Zou je juist dan niet de behoefte hebben om je eigen weg te vinden. Om je eigen gevoel te volgen en vast te houden aan wat jou houvast heeft gegeven? Aan je geloof bijvoorbeeld. Ook al begrijp je niets van de God die jou dit aandoet.
Zo doet ook Job. Openhartig spreekt hij God aan, zoals hij dat altijd gedaan heeft. Ondanks alles wat hem overkomt, blijft hij de band met God voelen. Het is zijn houvast. Hij richt zijn klacht dan ook naar God: 'Dagen en nachten tob ik, mijn dagen verschieten, mijn leven is maar een zuchtje, ik zal nooit meer geluk zien. Daarom moet ik mijn verdriet wel uitschreeuwen'. Na een lange discussie met zijn vrienden roept hij God ter verantwoording: WAAROM?
Het is de vraag van alle tijden: waarom overkomt mij dit? Waar heb ik dit aan verdiend? Een begrijpelijke vraag. Waar heb ik dit aan verdiend, ik heb toch altijd goed geleefd. De vraag van mensen: waaraan heb ik dit verdiend, ik heb toch altijd goed geleefd?
Heb je dan recht op geluk kun je je afvragen? De vraag naar het waarom zoekt iedere keer naar een eigen antwoord.
Mensen vinden houvast in hun geloof, anderen verliezen juist hun geloof in God: 'Wat heb ik aan een God die al deze ellende laat gebeuren? Ik geloof nergens meer in. Geniet wat je genieten kunt.'
Job vraagt 'Waarom', maar hij krijgt geen antwoord van God. God stelt hem een wedervraag: Was jij erbij toe ik de wereld schiep? Heb jij alles gemaakt?' Ben ik jou verantwoording schuldig voor de schepping?' God noemt nog eens alles wat hij gemaakt heeft. Job leert tenslotte het hoofd te buigen in ontzag voor de Schepper en de schepping.
Ieder mens zoekt op welke manier dan ook naar een eigen antwoord, naar de zin van het lijden en het leven. Dat kan zijn in stil aanvaarden van een onrechtvaardige wereld. Of in het genieten van kleine dingen. Een wandeling in de sneeuw, een bloem die bloeit, de lach van een kind. Weer anderen kunnen hun verdriet omzetten in een actieve inzet voor een goed doel. Een eensluidend antwoord op het waarom van het lijden is er niet.
Iemand die het verhaal van Job herschreef, zegt: 'Ik vond geen antwoord, maar diep van binnen vond ik de mogelijkheid om lief te hebben. Het enige dat ik kon doen was dat vuurtje van de liefde opstoken. Zo vond ik warmte en licht om in leven te blijven en die liefde te delen met mensen om mij heen.'
Wordt zo het verhaal van Job een geschiedenis van hoop?
Wanneer we ondanks het lijden die bron van hoop en liefde in ons ontdekken? God zelf heeft die liefde in ons binnenste gelegd. Hij is afhankelijk van mensen om die liefde te laten stromen. Hij geeft ons de vrijheid om te aanvaarden dat de wereld niet volmaakt is. Dat wij het leven in Gods hand kunnen leggen door het te aanvaarden zoals het is en de bron van liefde kunnen vasthouden.
Weekend 04/05 februari 2012
| < Vorige | Volgende > |
|---|




