Leviticus 13 Marcus 1:40-45
Hoe positief ben jij? Vreemde vraag, hoe positief ben jij? Waarover: over mijn leven, mijn toekomstverwachting, mijn gezondheid? Positief over de samenleving, hoe het in de wereld toegaat? Hoe positief ben jij? Het lijkt een vraag naar de gevoelstemperatuur: schijnt de zon of is het binnenin ijskoud.
Op de website www.hoepositiefbenjij.nl kun je er in negen vragen achter komen hoe positief je bent. Eerste vraag: kun je van tongzoenen hiv krijgen? Wat vind je van de stelling: iemand met hiv zal er wel flink op los geleefd hebben. Andere vragen; een kind in de klas is hivpositief, moet dat gemeld worden in de klas? Mag iemand met hiv blijven werken?
De website stelt zo vooroordelen aan de kaak die het leven met hiv onnodig moeilijk maken. Met deze campagne probeert het Aidsfonds buitengesloten mensen weer een plek terug te bezorgen in de samenleving. Zoals Jezus dat deed in zijn ontmoeting met de buitengesloten melaatse.
De huidziekte melaatsheid was en is zeer besmettelijk. De maatregelen die in het wetboek Leviticus genomen worden zijn verstandige maatregelen. Als je aangetast bent door deze huidziekte ben je een gevaar voor de gemeenschap en moest je daarom in quarantaine. Zo gaat dat in onze ziekenhuizen nog steeds. Het is een ingrijpende maatregel en moet dus door een deskundige worden vastgesteld: in de tijd van Leviticus en Jezus was dat de priester. Hierdoor kreeg de buitensluiting meteen ook een andere lading mee: je werd onrein verklaard door een geestelijke en dus werd makkelijk de verbinding gelegd tussen wat je overkwam en God. Meestal legden mensen het zo uit dat de ziekte een straf van God was.
Onrein betekende daarom buitengesloten worden van alles, ook van de rituelen in de tempel, vormen om met God in contact te komen. Je werd helemaal op jezelf teruggeworpen. De melaatse die naar Jezus komt is ook zo´n buitengeslotene. Hij mag nergens aan meedoen. Stel je voor wat dat betekent. Zoveel voorstellingsvermogen vraagt het niet, we hebben allemaal wel eens buitenspel gestaan of ons buitengesloten gevoeld. Stel je voor dat dat altijd zo is.
Die melaatse hoopt op een ander leven en hij gelooft dat Jezus hem dat kan geven. Hij valt voor hem op de knieën (en riskeert daarmee dus een forse boete, melaatsen moesten zich immers verre van andere mensen houden). Dan zegt hij tegen Jezus: ‘Als u wilt, kunt u mij reinigen’.
Hij kent Jezus daarmee veel macht toe, meer nog dan aan priesters, zij konden iemand rein of onrein verklaren. Hij had geleerd dat de ziekte van God kwam. Zijn vraag is ook een geloofsbelijdenis: hij geloofde wat mensen over Jezus vertelde, dat hij mensen van allerlei kwalen genas. Hij legt zijn hele ziel en zaligheid in Gods hand.
Wat doet Jezus? Steekt hij de bestraffende vinger op? Nee, hij steekt zijn hand uit, raakt de melaatse aan en zegt: ‘ik wil, word rein’. Jezus doorbreekt het isolement vanuit een diep gevoel van medelijden. Niet alleen de melaatsheid verdwijnt, maar ook de onreinheid. Precies dat waar de melaatse vooral van verlost wilde worden. Hij kan weer meedoen, hoort er weer bij.
Jezus praat de zieken zo de straffende vinger van God uit het hoofd. Hij laat zien dat als iemand ziek is, God mee-lijdt, zijn hand naar je uitsteekt, je aanraakt zelfs als niemand anders dat meer durft. Wie ziek is, is nooit helemaal in quarantaine, nooit helemaal alleen. God is erbij.
Het is mooi als je dat als mens – ziek of gezond – mag weten en vooral mag voelen. Dat is het goede nieuws dat mensen moeten horen, steeds opnieuw. Want de dagelijkse realiteit voelt vaak zo anders. Veel zieken voelen zich op zichzelf teruggeworpen en alleen. Door ziekte en door allerlei andere oorzaken voelen mensen zich buitengesloten. Dan is het goed nieuws dat er Iemand is die je toch ziet staan en de hand reikt, God zelf. Dan is het ook goed nieuws als er mensen zijn die doen wat Jezus deed: mensen zoveel mogelijk weer mee laten doen.
De campagne hoe positief ben jij? probeert dat onder andere door onnodige vooroordelen op te ruimen. Uit hun website blijkt hoezeer dat nog steeds nodig is:
Maar liefst tweederde van de mensen met hiv zwijgt op het werk over hun status omdat ze bang zijn voor negatieve reacties die vaak voortkomen uit angst en onwetendheid. Collega's zijn bijvoorbeeld onnodig bang dat ze geïnfecteerd worden. Of ze gedragen zich extreem vriendelijk en overbezorgd. Mensen met hiv krijgen rechtstreeks of indirect de boodschap dat de infectie hun eigen schuld is. Of mensen keuren openlijk de levensstijl van hun collega met hiv af. Op die manier raken mensen met hiv geïsoleerd. Vaak werken ze niet meer met plezier, melden zich ziek en voelen zich soms zelfs gedwongen om ontslag te nemen. Maar het Aidsfonds kent ook voorbeelden van situaties waarin collega's goed reageerden.
Hoe positief ben jij? Niet zo positief als ik hoor dat tegen allerlei zieke en kwetsbare mensen nog steeds de straffende vinger wordt opgeheven. Wel positief als ik mensen ontmoet die zich inzetten om mensen uit hun isolement te halen en liefdevol te verzorgen.
Ik hoop dat we positief kunnen blijven. Omdat we in Jezus kunnen zien hoe God meeleeft en meelijdt. En omdat we in Jezus ook een voorbeeld hebben hoe we om kunnen gaan met zieken.
Moge Jezus ons tot steun zijn als we zieke en kwetsbare mensen zijn en ontmoeten.
Weekend 11/12 februari 2012
| < Vorige | Volgende > |
|---|




