Jesaja 43, 18-19.21-22.24b-25; Marcus 2,1-12

Er is geen doorkomen aan.
Jezus is weer thuis in Kafarnaum. Dat gebeurt niet vaak. De tijd daarvoor trok hij door Galilea en vertelde zijn blijde boodschap en verrichtte wonderdaden. De verhalen over hem zijn veel mensen ter ore gekomen en nu verdringen ze zich bij het huis.
Er is dus geen doorkomen aan voor de vier mensen, die hun verlamde vriend bij Jezus willen brengen. De vele omstanders maken het onmogelijk. Ze zijn een sta-in-de-weg. Zij hebben geen oog voor het leed om zich heen, omdat ze er met de rug naar toe gekeerd staan.
Dat gebeurt wel vaker. Zoals in het verhaal van de Joodse Rabbi. Hij was de psalmen aan het bidden toen er als maar op zijn deur geklopt werd. Daar reageerde hij niet op, omdat hij nog niet klaar was met bidden. Toen hij uiteindelijk kribbig de deur open deed, stond daar een man om te zeggen dat zijn vriend ernstig ziek was. Alleen de rabbi had hem kunnen helpen, maar daarvoor was het nu te laat.
Het is de vier vrienden er alles aan gelegen hun vriend bij Jezus te brengen. Dus zoeken ze een andere weg. Wat doen ze?
Ze maken een gat in het dak van het huis waarin Jezus zich bevindt. Dat ging bij huizen in die streek wat gemakkelijker dan bij ons. De daken bestonden uit een raamwerk van palen, met daartussen gevlochten twijgen. Dat alles bedekt met een laagje leem. Bovendien was er vaak een trap aan de buitenkant van het huis. Maar toch, het was een hele toer. Ze dragen hun vriend naar boven.
Gedragen worden door anderen is een heilzame ervaring. Het is niet eenvoudig om hulp van anderen te ontvangen. Mensen wachten vaak tot het uiterste voordat zij hulp accepteren. Hoe de verlamde heeft gereageerd op het idee van de vier vrienden om het dak op te gaan, het dak te slopen en op die manier bij Jezus te komen, weten we niet. We kunnen ons wel voorstellen dat de vrienden het laatste redmiddel zijn voor de verlamde.
De vier brengen hun vriend in het midden van het huis, tot vlak voor Jezus, tot het hart van de liefde. Het eerste wat Jezus ziet, is niet de verlamde man, niet de vrienden, maar hun geloof. Want echt geloof kun je soms zien. Waar mensen zorg hebben om elkaar, oprecht omzien naar elkaar, wordt geloof zichtbaar. In dit geloof zit de hoop en de liefde. Daar zit toekomst in.
Jezus ziet in de verlamde een mens die de grip op het leven kwijt is. Die vastzit in zijn verleden en als verlamd neerligt. Hij is zijn relatie met God kwijt. Dat is toch zonde!
De vrienden hebben het goed gezien: het gat in het dak verbindt de aarde weer met de hemel. Dat gat geeft adem, lucht, verlossing. De beslotenheid, het opgesloten zijn, wordt verbroken. Hoe verlamd je ook bent, er is een gat naar boven, waardoor je er weer bovenop komt. Je kunt altijd een nieuw begin maken.
Dat is het wonder dat Jezus laat zien. Hij ziet een mens die een nieuw begin wil maken. En Jezus schenkt hem dat nieuwe begin. Hij schenkt hem verandering. ‘Vergeving van zonden’ heet dat. Dat wil zeggen: je hoeft al het oude niet meer met je mee te sjouwen, heel die last van je verleden. Je mag een nieuw begin maken. Hij bedoelt daar niet mee dat je je verleden maar moet vergeten, maar blijf niet gevangen in je verleden.
Bij alle leed is de lamme gelukkig gezegend met een paar echte vrienden. Vrienden die zich in hem verdiept hebben. Die hem doorgronden en zien waar hij behoefte aan heeft. Vrienden die in hem geloven.
De filosofe Catharina de Haas schreef een nieuw boek over vriendschappen. Ze zegt in een interview in ‘Trouw’: het individualisme mag dan hoogtij vieren, vriendschappen zijn voor iedereen belangrijk, zelfs belangrijker dan ooit. Je zult heel veel aandacht moeten besteden aan de vrienden om je heen. Mensen hebben mensen nodig. Elk mens heeft de behoefte om dingen van zichzelf met een ander te delen , zegt ze. Met iemand die een stukje van jouw levensgeschiedenis kent. Vriendschap is volgens haar naast liefde de voornaamste vorm van alle relaties.
‘Maar’, zegt ze, ‘maak het ook niet te zwaar. Sommige mensen hebben een visvriend, met wie ze alleen maar naar een dobber staren en die ze toch hun beste vriend noemen. Die vriend praat niet veel, ze hebben alleen die dobber. Maar wel samen’.
Het evangelie maakt duidelijk dat niet alleen ons eigen geloven waardevol is, maar ook het geloven van mensen om ons heen. Samen geloven, samen kerk-zijn is belangrijk. Sinds december zijn we vanuit deze kerk een nieuwe weg naar de toekomst ingeslagen. Zoekend zijn we op weg om nieuwe wegen te vinden om ook in de toekomst elkaar hier gelovig te kunnen ontmoeten en te kunnen vieren.
Het begin is er al, ziet ge het niet?, zegt Jesaja. Figuurlijk gezien gaat hier het dak eraf, heffen we de beslotenheid op, en maken we een ruime koepel waar ook plaats is voor andere religies, voor andere vormen van spiritualiteit.
Een plaats waar wij met het gezicht naar buiten gekeerd staan. Gastvrij uitkijkend naar wie ruimte zoeken.
God weet zullen wij ook ooit versteld staan en roepen: ‘Zoiets hebben wij nog nooit gezien’.
Ineke Keizers
Catharina de Haas: Vriendschap, een tweede ik.
18/19 februari 2012
| < Vorige | Volgende > |
|---|




