Jesaja 58:3-12
Overweging bij de herdenkingsdienst.
We lopen door de mooie winkelstraat. Opeens rukt mijn zoontje zich los.
Hij rent in het gapende gat tussen de etalages en stopt voor het hek.
'Mama, waarom kan ik niet schommelen?'
'Denk je dat hij het doet?' vraag ik.
'Nee, zegt hij, hij staat stil.'
Dan vertel ik hem over het bombardement. Dat de hele stad in puin lag.
'Zoals in Libië?' 'Ja, zoiets.'
Dat alles stil viel, het leven van grote en kleine mensen.
'Ook van kinderen?' 'Ja, ook van kinderen ...'
Op de herdenkingskaart staat dit jaar: Mijn broertje was dood en ik leefde.
Naar het verhaal van Addy Hendriks. Zij overleefde omdat ze op de gang haar vriendinnetjes een kralenketting van oma liet zien. Broertje Jopie kwam om. Eén verhaal van de vele oorlogsverhalen waarin dood of leven, gewond of ongedeerd heel dicht bij elkaar liggen.
En nog steeds komen er nieuwe verhalen bij.
In nu pas gepubliceerde dagboeken zoals Dansen in de schuilkelders.
Maar ook in de verhalen van mensen die elders in de wereld oorlog meemaakten.
Op de school van mijn kinderen hielden ze onlangs een concert voor War child, oorlogskinderen. Vooraf vertelde de directeur waarom:
'We doen dit omdat veel ouders op school komen uit landen waar oorlog zijn sporen heeft nagelaten of waar nog steeds oorlog is.' Op de wereldkaart zetten kinderen vlaggetjes bij de betreffende landen van herkomst en de jaartallen van de oorlog. Het zijn er meer dan 15: bij Nederland WOII 1940 – 1945, bij Afganistan 1980 – heden ...
Vandaag valt 22 februari op aswoensdag.
In de kerk de dag dat het feesten overgaat in vasten, een bezinningstijd van 40 dagen.
De overgang van een drukke winkelstraat met verleidelijke etalages naar een leegte met een stilstaande schommel. De oproep om stil te staan bij wat er echt toe doet.
Voor wie de oorlog met zich meedraagt, is het altijd aswoensdag. Getekend voor het leven met een askruis, teveel zien vergaan tot stof en as: steden, mensen ...
Een Irakese vader, die met zijn hier geboren kinderen terug was geweest naar zijn geboorteland, vertelt me dat hij en zijn vrouw best terug willen naar Irak.
Er was weer te leven en in een aantal opzichten zelfs beter dan in Nederland.
'Maar we gaan niet terug, want het is er nog lang niet veilig. Ik wil niet dat mijn kinderen ooit in een oorlog terecht komen en moeten zien wat ik heb gezien.'
Mijn broertje was dood en ik leefde.
Hoe leef je verder?
Hoe komt er weer licht in de duisternis, wordt weer opgebouwd wat was verwoest?
De bijbeltekst die we zojuist hoorden, wijst mensen daartoe een weg:
Wie een "hersteller van muren, een herbouwer van straten" wil worden, zal moeten zorgen dat iedereen krijgt wat nodig is aan eerste levensbehoeften: eten, een dak boven je hoofd, vrijheid, veiligheid.
Precies die dingen die velen van na de oorlog zo vanzelfsprekend vinden.
Wie daarentegen het ooit meemaakte – niks te eten, versleten kleren, kapotte huizen, dierbaren die opgepakt worden, doodgaan – vergeet het zijn leven lang niet.
Luisteren naar de verhalen over de bikkelharde werkelijkheid van oorlog laat je ontdekken wat er echt toe doet. Daarom is het goed dat er aandacht voor is in en door deze herdenking.
De bijbeltekst gaat verder dan een herdenking en de verhalen vertellen.
Er zit ook een oproep in.
De oproep om als mensen van alle generaties samen te zorgen dat er voor ieder mens te leven is.
Ik hoop en bid dat ieder van ons, vanuit eigen mogelijkheden en ieder op onze eigen manier "een hersteller van muren, een herbouwer van straten" wil zijn.
Dat het ieder lukt een kraal toe te voegen aan de kralensnoeren die kinderen straks bij de schommel zullen ophangen.
Laten we slachtoffers gedenken en zorgen dat er te leven is voor wie leeft.
Dat kinderen vrij-uit kunnen schommelen!
Aswoensdag 22 februari 2012
| < Vorige | Volgende > |
|---|




