• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Home Inspiratie Preek van de week PR & Oec
Preek van de week

Preek van 6 mei

E-mailadres Afdrukken

Lezingen: Deuteronomium 4: 32-40, Johannes 15: 1-8

Ik weet niet of u dat hebt gezien en gehoord, de meer dan 40.000 mensen, die op 26 april in Oslo bij elkaar kwamen in de stromende regen om te zingen. Ze zongen het lied ‘Rainbow race’ een nummer uit 1971 van de Amerikaanse zanger Peter Seeger. Ze zongen dat om twee redenen: omdat dit lied door Anders Breivik, de schutter die 77 overwegend jonge mensen doodde, werd gehaat en ze hoopten dat hij het zou horen. De andere reden was de tekst van het lied dat juist pleit voor tolerantie, een vrije wereld voor iedereen. Maar, zo zingt dit lied, dat is geen eenvoudige zaak.

Some hope to take the easy way

Poisons, bombs, they think we need 'em

Don't you know you can't kill all the unbelievers?

There's no shortcut to freedom

 

One blue sky above us, one ocean lapping all our shore

One earth so green and round, who could ask for more?

And because I love you I'll give it one more try

To show my rainbow race, it's too soon to die

Het gaat, zo geeft dat lied en zo gaven die 40 duizend mensen aan, om een manier van leven. Geloven in die weg die leidt tot vrijheid. Dat is ook de boodschap die de bijbel voortdurend geeft. De weg naar de vrede is geen gemakkelijke, maar een lange moeizame weg die leidt dwars door de woestenij van het bestaan.

De Deutronomist begint zijn betoog mooi: “Ga de geschiedenis maar eens na: vanaf de dag dat God de mens op aarde schiep.” Een prachtige zin: De bijbel legt uit dat de wording van de mens start bij God. Niet de mens, maar God is oorsprong van alles, er was tijd vóór de mens en die mens mag passen in de heelheid van Gods schepping.

Daar echter zit ons menselijke probleem:
- we kunnen ons geen aarde voorstellen zonder de mens en God moet passen in onze kaders.
- vanaf die eerste mens is er ook steeds de keuze om niet Gods weg, maar eigen wegen- een shortcut - te gaan, die vaak niet tot vrede, maar juist tot geweld, haat en nijd leiden.

Donderdag hoorde ik een Engelse veteraan uit de tweede wereldoorlog zeggen: ”Geen weldenkend mens begint een oorlog, dat doen alleen mensen die waanzinnig zijn.” De afgelopen week was een bijzondere, maar herdenken, gedenken en de vrijheid vieren heeft alleen zin wanneer het leidt tot inzicht. En daar, zo lezen we steeds in de bijbel, schort het vaak aan.

Al snel na de bevrijding uit Egypte was het volk het doel kwijt en zagen ze alleen de woestijn om zich heen, verzand in de eigen kleine menselijkheid van egoïsme, vijandschap en jaloezie. Bevrijding leidt niet tot vrijheid.

Johannes schrijft zijn evangelie in retrospectief, in alles is Jezus de opgestane Heer,die geen shortcut nam, maar de hele wet heeft vervuld, dus ook in het door ons gelezen gedeelte. Hier lezen we weer één van de “Ik ben” teksten: “Ik ben de ware wijnstok.”

Een mooi beeld; de wijnstok, waarvan de vruchten smaken naar de bodem waarin die is geplant, Gods goede aarde. Nu niet meer een rechtstreekse verbinding met God, maar groeit de wijnstok door de goede zorg van de wijnbouwer, de ranken kunnen, zou je zeggen niet anders dan groeien op dezelfde sapstroom. Dat wil niets zeggen over het christocentrische denken dat er geen waar geloof is dan door Christus, nee dat zou al weer oneindig veel mensen buiten sluiten en dan kan er geen sprake zijn van een goede aarde. Nee het gaat hier om een stuk zekerheid voor de leerlingen. De wijnstok is geplant door de wijnbouwer zelf en hierin stroomt de goede voeding: Gods liefde. Alles wat hierop groeit brengt goddelijke vruchten voort: vrede en gerechtigheid.

De weg naar Gods heil, de weg naar een goede aarde is een lange moeizame weg, maar wel een ‘rainbow race’. Het is een keuze die je maakt om te leven op de manier van de ware mens: de Vredevorst. Alleen die lange weg leidt naar het land van belofte. Er is geen afkorting en er is geen exclusiviteit voor een bepaalde kleine groep. Niet voor dat ene volkje, niet voor die ene religie. Nationalisme, populisme, racisme, vijanddenken, uitsluiting, het zijn allemaal begrippen die hierin niet thuis horen.

Dat is ook een les voor een ieder die nu herdenkt, gedenkt en vrijheid viert: vrijheid is er pas als die er is voor iedereen, vrijheid moet je delen.

“Wien Neêrlands bloed in d' aders vloeit, van vreemde smetten vrij.”, is een tijdlang (1817-1933) het Nederlands volkslied geweest. Het lijkt een beetje op het goede sap dat door de ranken stroomt, maar het is een lied dat uitsluit in tegenstelling tot de gelijkenis.

In Nederland, net als in de rest van Europa steekt, waarschijnlijk aangewakkerd door de crisis, de xenofobie weer de kop op, de angst voor alles wat anders is: andere religies, ander ras, andere geaardheid en noem maar op. Wie de vrijheid voor ogen heeft, wie gelooft in de toekomst van God, mag daar niet aan meedoen. Juist het gedenken hoort ons bij de les te houden. Zoals Israël steeds werd herinnerd aan haar eigen vreemdelingschap, wat ze ieder jaar met Pasen herdachten en herdenken, zo mogen wij ons ook steeds de bevrijding in herinnering brengen. Maar met de bevrijding begint pas de weg naar de vrijheid. De weg die Johannes beschrijft als de weg die opnieuw begint met Pasen. De Geest, de adem van God is de sapstroom waarop we mogen herademen.

Op weg naar echte vrijheid voor heel Gods schepping.
Amen

 


Pagina 1 van 6