• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Preek van 19 februari

E-mailadres Afdrukken

Lezingen: Jesaja 43:18-25 en Marcus 2:1-12

Ons dak is net gerepareerd en we zijn blij met een dicht dak. Wat zouden we gek kijken wanneer hier ineens lawaai op het dak zou zijn, een koepel werd opengebroken en aan touwen een bed naar beneden zou worden gelaten met daarop  iemand die halfzijdig verlamd is na een herseninfarct. Wat zouden we doen? Ik denk, de politie bellen.  We zouden ons verder geen raad weten en het zou deze kerkdienst enorm verstoren.

En wat gebeurt er daar rond Jezus? Het tumult bij de omstanders zal even groot zijn geweest als het hier bij ons zou zijn, maar het verschil zit bij Jezus. Hij ziet, zoals Marcus beschrijft, vijf  mensen met geloof.
En dat is niets meer en niets minder dan hopen, nee, rekenen op toekomst.

Het gelezen gedeelte van Jesaja (40-55) speelt zich af na de deportatie van mensen uit Juda naar Babel. Het volk probeert zich te schikken in hun lot ver weg van hun land, van Jeruzalem en van de tempel. ‘By the rivers of Babylon, there we sat down’, het bekende lied  naar de tekst van psalm 137, zingt over die tijd. Er heerste een depressieve stemming, apathie; geen toekomstperspectief meer. En dan komt Jesaja met deze woorden: “Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten. Zie, Ik ga iets nieuws verrichten, heb je het nog niet gemerkt?”

Je eigen geschiedenis kan je belasten, kan je zo blokkeren dat je alleen nog maar het heden ziet in het licht van het verleden en dus geen toekomstperspectief meer hebt. Wanneer je leven is vastgelopen, er geen gang meer in zit, geen proces meer is, wordt alles duister.

Daar wil Jesaja doorheen breken. Waar de menselijke geschiedenis stuk loopt door ziekte, gebrek aan energie,  waar die geschiedenis zo zwaar drukt, dat alle gang uit het leven is, daar komt het heil uit onverwachte hoek, van Gods kant:”Zie, Ik ga iets nieuws verrichten, heb je het nog niet gemerkt?”

Het volk echter hoort het inderdaad niet.

Ook Jezus verkondigt, zoals Marcus dat noemt:’ Het goed nieuws’, en ook zijn tijdgenoten horen het niet. De theologen – schriftgeleerden - zien wel de wonderen die Jezus doet, maar doen dat met toenemende ergernis. En dan wordt de verlamde man voor de voeten van Jezus neergelaten. Jezus ziet vijf  mensen met geloof. En dat is niets meer en niets minder dan hopen, nee, rekenen op toekomst. Al voor ze bij Jezus komen hebben ze hun verleden van zich afgeschud, de geschiedenis die zo zwaar drukte dat het leven tot stilstand was gekomen. Door wat ze over Jezus hadden gehoord zijn ze weer gaan geloven in toekomst en wat Jezus doet is slechts hun geloof bevestigen. Eerst hebben ze geconstateerd dat ze er zelf niet uitkomen, dan herkennen ze in wat Jezus doet Gods goede nieuws. Zonder dat de man, of zijn vrienden aan het woord zijn geweest zegt Jezus:” Je zonden zijn je vergeven”. Dat heeft niets met zijn ziekte te maken, zoals in het verleden zo vaak ten onrechte is gezegd. Het heeft te maken met de beweging die de man heeft gemaakt. Nu je weer in Gods toekomst bent gaan geloven wordt je de zonde van de traagheid, van het niet op het idee komen van Gods goede nieuws ,je vergeven. Zijn komst alleen al is zijn bekering.
Dat is wat ook de schriftgeleerden, vastzittend in hun traditionele theologie, niet begrijpen. Hun ergernis groeit slechts. Om een teken van het goede nieuws te geven wordt de man dan ook nog genezen, maar dat lijkt voor Jezus bijzaak. Het vergeven van de zonden bevrijdt de mens van zijn loden last en stelt hem weer in staat in beweging te komen.

Het volk wordt bevrijd, ook al komen ze zelf eerst niet in beweging.
Het goed nieuws komt van Gods kant, Hij begint iets nieuws met zijn volk, in Jezus met de mensen om hem heen en met de hele mensheid.
Zonden worden vergeven, niet na berouw, maar omdat God het wil.
Het nieuwe begint dus met VERGEVING. God accepteert de mens zoals die is en zet die mens, u en mij, op onze voeten, zodat we kunnen gaan.

Er waarde aan hechten, het geloven moeten we zelf doen en dan de beweging volgen: De ander accepteren zoals hij/zij is., zodat ook zij/hij in beweging kan komen. “Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten. Zie, Ik ga iets nieuws verrichten, heb je het nog niet gemerkt?”

Amen