
Dit verhaal begint aan het eind van onze trekking door het Karakoram gebergte in het Noordoosten van Pakistan.
We zijn in juli 2006 al een paar weken onderweg. De hoogste punten van de trekking liggen achter ons. Vertrokken zijn we met zeven mensen, maar vijf hebben besloten op 5000 meter hoogte terug te keren. Twee leden, waar ondergetekende er één van is, gaan samen met twee dragers en een kok, die ook de weg kent verder over een pas van bijna 6000 meter.
Na drie dagen afdalen, bereiken we het eerste dorpje dat in een groene oase ligt te blinken in de zon. Het is het op 3000 meter liggende dorpje Hushe met 900 inwoners.
In het dorp aangekomen zien we dat hier een soort karrenspoor eindigt; tot hier kunnen bij redelijk weer jeeps komen. We zullen hier waarschijnlijk morgen worden opgepikt. Ons tentje staat nog maar net in een tuintje achter een huis, of er verschijnt een kleine man, keurig in het wit gekleed, voor onze tent. Hij stelt zich in het Engels voor als Ghulam Hussain Tabassum, president of the “Hushe Welfare & Development Organization”( HWDO). We nemen de tijd en praten lang met hem.
Hij is dorpsbewoner, maar heeft als een van de
weinigen de kans gehad na de basisschool verder te leren in de stad. Nu wil hij zijn dorp op een hoger plan brengen en heeft daartoe een organisatie in het leven geroepen. Vol enthousiasme leidt hij ons rond in het dorpje en in het schooltje.
Vanaf dat moment blijven we met hem in contact via telefoon en email en ontstaat het plan om hier actie te gaan voeren om geld in te zamelen voor zijn stichting.
We krijgen ieder jaar een financieel overzicht.
In 2007 wordt er een tweede leerkracht aangesteld en de eerste leerlingen zijn nu klaar met de basisschool. Er zijn nu 23 leerlingen op de school.
Het volgende project is een logisch vervolg. In Skardu, een stadje op vijf uur reizen, wordt nu een stuk grond gekocht en later, als er geld is zal daarop een soort internaat worden gebouwd voor de leerlingen uit het dorp Hushe, die in Skardu verder gaan leren op de middelbare school.
Daarvoor is veel geld nodig. Het stuk grond kost ongeveer 1,5 miljoen Rupee, dat is ruim 10.000 euro het hele project kost 7 miljoen rupee dus zeg maar 70.000 euro; een groot bedrag.
Nu heeft hij inmiddels meerdere bronnen aangeboord, zoals bijvoorbeeld het ministerie van vrouwenzaken. Toch is financiële steun vanuit Nederland meer dan welkom om dit project te laten slagen.
In 2009 bezoeken we, Bert Visscher en ik, Hushe opnieuw. We verblijven in het dorp en bezoeken in Sakrdu het grondstuk waarop het internaat zal worden gebouwd.

Inmiddels zijn er meer dan tachtig leerlingen, waarvan een kwart meisjes!Er zijn nu vijf leerkrachten.
Het grondstuk is gekocht met leningen van vele dorpsgenoten.
Er staat op dit grondstuk een gebouwtje, zodat de eerste leerlingen er terecht kunnen. Een enorme vooruitgang vergeleken met drie jaar geleden.
Wij hebben beloofd per jaar 4000 euro te geven, maar moeten dat wel uit giften bij elkaar krijgen.
Er is een jeep aangeschaft door de stichting om leerlingen en andere mensen van Hushe naar de stad te kunnen brengen. Ook deze jeep hebben wij medegefinancierd.
Iedere keer als de heer Tabassum in de stad is kan hij bellen en doet dat dan ook, ongeveer eens per maand. Het dorp zelf heeft geen telefoon en mobiel werkt er niet.
In 2010 is het geld wat nog beschikbaar toen het project voor Senden Home in de Filippijnen werd beëindigd ter beschikking gesteld om de leningen van de dorpsgenoten terug te betalen en is er een werkgroep, bestaande uit vier personen opgericht.
We zijn nu dus bezig, samen met andere bronnen in Spanje en Finland om geld bijeen te brengen voor de bouw van het internaat. Dat kan in fasen, naar de hoeveelheid geld die er is.
Er is veel meer info, zowel over het project als over de financiën, dus als u meer wilt weten meldt dat gerust.
Hartelijke groeten,
Namens de werkgroep,
Johan Dorst
| < Vorige | Volgende > |
|---|




