
Deze week weer verschillende keren aangelopen tegen een fenomeen wat me stoort, boos maakt en, misschien nog wel het meest, beledigt.
Zo vaak kom ik uitingen tegen in de media juist over de extremen van het geloof, die zo vaak het beeld vormen van het geloof in het algemeen en van de kerk in het bijzonder.
Eindoordeel: een achterlijke club, die radicaal zijn en ondertussen de kat in het duister knijpen.
Hoe kun je, zo is mijn wat vertwijfelde vraag, genuanceerd geloven?
Een artikel in Trouw van 18 mei gaf voor mij duidelijk weer hoe het in de discussie over geloof vaak gaat; het is dikwijls een gevecht tussen de uitersten.
Staat aan de ene kant een felle evangelical als Ted Haggard, dan staat aan de andere kant iemand als de evolutiebioloog Richard Dawkins. Beiden, zo blijkt, gaan uit van een karikatuur van wat geloven is; de een van binnenuit, de ander van buitenaf, en ik weet eigenlijk niet wat erger is. Er is in deze polarisatie geen enkele wil om de ander te begrijpen.
Dit zelfde merk ik zo af en toe ook binnen de kerk.
Als je je eigen mening verabsoluteert en God als getuige oproept bij je eigen gelijk is iedere poging tot gesprek zinloos.
Op de protestantse classis hoorde ik deze week weer mensen pleiten voor zending vanuit, denk ik, de idee dat het christendom superieur is en dus moeten anders- of niet-gelovigen worden bekeerd, en als ik hooggeplaatste kerkleiders hoor spreken over hun kerk, die maat is voor alle andere gelovigen, dan wordt het me bang om het hart.
De kerk lijkt te vluchten naar de vleugels met een erg leeg midden. Terwijl de nuance altijd ligt in het elkaar ontmoeten in het midden.
Blijkbaar zit het preken ons toch meer in het bloed dan ons lief is, maar wie preekt, luistert niet en wie luistert, preekt niet.
In de Ontmoetingskerk proberen we nu juist elkaar te vinden door te luisteren naar zoveel verschillende geloofsverhalen. Juist al die kleuren samen vormen de regenboog, de kleuren van het leven.
Ben eigenlijk best benieuwd hoe anderen tegen deze polarisatie aankijken.
Johan Dorst
| Volgende > |
|---|





Reacties
Volgens mij is de slager die zijn eigen vlees keurt ultieme vorm van polarisatie. Dat vind ik wel jammer want een dergelijke vorm geeft anderen geen ruimte, maar jezelf ook niet. Jij hebt per definitie gelijk en de andere ongelijk. Zonder enige vorm van speling.
Nuance wil volgens mij niet altijd zeggen dat je per definitie in het midden zit. Misschien hou je door te nuanceren de context in de gaten en het voorbehoud dat je misschien niet helemaal 100% gelijk hebt. Je mening of visie hoeft daar niet onder te lijden, maar is wel wat vriendelijker naar anderen toe!
Grappig dat je nog even doortastend en zingeving vragend met dingen bezig ben.
Prima, als we geen wachters meer hebben worden o zo makkelijk overvallen door Jezus-wannabees.
gewoon doorgaan met 'nuchter en waakzaamheid' Johan
Greetz, Fred
Een mooie vergelijking aan het einde van je column: kleuren die samen de regenboog vormen, de kleuren van het leven. Als je een regenboog bekijkt, zie je dat de kleuren elkaar niet in de weg zitten, maart naast elkaar beter tot uiting komen. Zo is het , denk ik, ook met menselijke verhoudingen. De spanning van het verschil tussen de kleuren van het leven, kunnen de mens los maken van een saaie kleurloosheid. Als we de angst voor het onbekende naast ons neer kunnen leggen, geeft dat een enorm gevoel van vrijheid en biedt de mogelijkheid elkaar te ontmoeten als waardevolle, gelijkwaardige elementen in de schepping.
Wanneer we onder het dak van de Ontmoetingskerk met en over mensen met een andere dan een christelijke geloofsovertuig ing spraken, neem ik ook een sfeer van acceptatie van elkaar waar. Een goede manier om mee verder te gaan.
Met groet,
Sophie
RSS lijst voor reacties op dit bericht