Echte “voor-gangers” waren het: de dominee en de pastor, die ons op zondagmorgen na tien minuten uitnodigden om achter hen aan het kerkgebouw te verlaten en over te steken naar het “Uilenbosje”, een stukje prachtig oud-groen, compleet met vijver, in onze wijk. “En vergeet niet om je heen te kijken!” gaven ze ons als aansporing mee, verwijzend naar wat we zojuist in het Evangelie gehoord hadden. Begeleid door de accordeon van Vincent zong het kinderkoor: “Wij zijn samen onderweg”. En tien minuten later stonden of zaten jong en oud “aan de oever van het meer”: een viering waarin ons zingen en spreken gedragen werd door het wateroppervlak, en het brood ons aangereikt werd.via de step-stones in het water.
Een open viering! Teken van wat de kerken in onze wijk graag willen zijn: een open kerk.
Maar wel met alle risico’s vandien!
Want er kan in zo’n openluchtviering van alles gebeuren: plotselinge windvlagen, een wolkbreuk, hondenpoep aan je schoen, een knetterende brommer met gegrinnik onder een bivakmuts. En een verwonderde vraag van een joggend stel: “Wat is hier te doen?”
Je kunt van alles verwachten als je een ópen kerk wilt zijn.
Dat geldt voor zo’n openluchtviering, maar nog veel meer voor een kerkgemeenschap, die haar hart en deuren gedurende het héle jaar wil open wil zetten. Dan ontkom je niet aan lastige vragen van deze tijd over palliatieve zorg en ethische vragen. Dan kun je niet voorbijlopen aan de schrijnende armoede. Dan is ieder lijden van mensen een uitdaging tot mede-lijden in welke vorm dan ook.
Een open geloofsgemeenschap houdt zich niet op de eerste plaats bezig met de academische vraag wie God is. Zij zal zich veel meer afvragen: wáár gebeurt God?
Want als zij die vraag niet durft te stellen, loopt ook een zogenaamd open kerk het risico verschrikkelijk arrogant te zijn. Het is mooi om uit te stralen: iedereen is welkom bij ons!
Of om te zeggen: wij komen naar de samenleving toe! Maar wie of wat zijn wij eigenlijk? Zijn wij zoveel beter dan zij? Als we niet oppassen, ligt toch steeds weer de nadruk op de beweging vanuit een binnenkerkelijk domein naar de omringende samenleving en cultuur.
Terwijl het levensverhaal van Jezus ons op een ander spoor zet, een omgekeerde beweging: durven wij als gelovige mensen, als kerk, ons ook te laten gezeggen door de ons omringende cultuur? Jezus nodigde geen mensen uit in een tempel van zekerheden. En ook ging Hij niet naar mensen toe met een koffertje vol geneesmiddelen. Hij luisterde en keek naar mensen.
En Hij verwoordde wat Hij ontdekte: “Het Rijk Gods is nabij!” Zo bouwde hij bruggen tussen mensen, zo gaf Hij mensen hoop, ook in een schijnbaar hopeloze wereld.
Tot mijn verrassing las ik laatst dat Roger Schutz (de bekende oprichter en prior van de Taizé-gemeenschap) al 50 jaar geleden ons uitnodigde om de kerkelijke oecumene een nieuwe dimensie te geven door los te komen van onszelf en bruggen te bouwen naar anderen. Niet allereerst door verkondiging, maar door verbinding: met de jongeren, met de niet-gelovigen of anders-gelovigen en met de armen.
Je zou ook kunnen zeggen: de kunst van een open oecumenische gemeenschap is niet zozeer het brengen van de Blijde Boodschap naar de ons omringende wereld, maar veel meer het verstaan van die Blijde Boodschap in de ons omringende samenleving en cultuur.
Waar gebeurt God?
Tijdens de viering in de open lucht stond de tafel met brood en beker op de vlonder aan de overkant van het water. Een centraal aandachtspunt: dáár gebeurt God.
Maar mijn aandacht werd nog meer getrokken door de kleine Thijs. De hele viering was hij aan de rand van de vijver bezig met een groot schepnet. Veel heeft hij, geloof ik, niet gevangen. Maar wél mijn aandacht! In een open kerk ontdek je dat God overal gebeurt!
Frans van Schaik
| < Vorige | Volgende > |
|---|




