Overweging op 5/6 februari 2022 – De klokkenluider en de visser – Joska van der Meer

05/06 februari 2022Joska van der Meer

De klokkenluider en de visser
Jesaja 6,1-8 Lukas 5, 1-11

Halverwege de 10e straat in Lankforst word ik plotseling geroepen. Ik hoef niet om me heen te kijken om te zien door w e ik geroepen wordt. Het is zo’n 8 minuten lopen van ons huis in de 22e straat naar de Ontmoetingskerk en meestal hoor ik op zondagochtend, halverwege de wandeling, dus precies in die 10e straat de klokken van de kerk. Ik word geroepen. Net zoals Simon geroepen wordt door de wonderlijke kracht van Jezus. Iemand luidt de klokken. Het is vreemd dat we de klokkenluider nauwelijks meer associ ren met iemand die met behulp van een lang touw een kerkklok in beweging zet, maar met iemand die een misstand aan de kaak stelt. Overigens: het is er nog wel; de klokken luiden met een lang touw, maar hier in Dukenburg drukken we gewoon op een knop.

Klokkenluiders zijn degenen die moed verzamelen en die mensen oproepen om in te gaan tegen de heersende cultuur of tegen onrecht. Daarmee hebben ze het vaak niet makkelijk. Hoe vaak lezen we in de media dat er binnen een bedrijf of instelling sprake is van een angstcultuur? Misbruik van macht, intimidatie, pesten en: seksueel grensoverschrijdend gedrag; het kan overal voorkomen. In de sport, de media , grote of kleine bedrijven, universiteiten, ziekenhuizen en zelfs binnen de kerk weten we inmiddels maar al te goed waar machtsmisbruik en het wegkijken van dit misbruik toe kan leiden. Beschadigde, angstige mensen. Het zijn de klokkenluiders die ons vaak op een misstand wijzen. Ook in grote machtige instellingen. Met een groot persoonlijk risico onthulde vorig jaar Frances Haugen, een medewerker van Facebook, hoe dit bedrijf ervoor kiest om winst belangrijker te vinden dan publieke veiligheid. Opwinding en commotie zorgen voor likes en omzet. Ze nemen een enorme gok, die klokkenluiders, nemen een sprong in het diepe, willen een nieuwe weg inslaan. Ze worden vaak niet geloofd, men vindt ze soms irritant en ze kunnen hun baan verliezen. Inmiddels zijn er publicaties, regelingen, nationale en internationale wetgeving, meldingsloketten en vertrouwenspersonen waar we gebruik van kunnen maken. Dat is goed nieuws, maar zoals ik laatst een hoogleraar hoorde zeggen n.a.v. de publiciteit over The Voice of Holland: we kunnen regels maken wat we willen, alles staat of valt met een veilige omgeving.

Simon maakt samen met de andere vissers in het verhaal van de wonderbare visvangst een enorme sprong in het diepe, door Jezus achterna te gaan. Maar dat is de laatste zin van het verhaal van Lucas: ‘En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden Hem’. Alles achterlaten. Kun je je voorstellen dat je dat doet, je bestaanszekerheid achterlaten, weggaan van je vertrouwde plek en je huis en dan een bijzondere en charismatische man volgen? Daar moet wel iets heel bijzonders aan vooraf zijn gegaan. En dat staat in het begin van het verhaal: er werd al uitgezien naar Jezus, zijn woorden vonden al weerklank, want men verdrong zich om via Hem naar het woord van God te luisteren. Weg
met die angstcultuur! Het werd zo druk aan de oever dat Jezus zijn verhaal vervolgde in een boot een eindje uit de kant. En dan krijgt Simon, die later Petrus wordt genoemd, het moeilijk: hoe kan nu die man, die niet eens een echte visser is, zomaar zeggen dat de netten nog een keer in diep water moeten worden uitgegooid? Hij, Simon, weet wel beter: vannacht toen het veel gunstiger was om iets te vangen, lukte het ook al niet en nu zouden ze ineens wel wat vangen. ‘Nou vooruit, omdat u zo aandringt’, lijkt hij te zeggen. Even later moeten ze met man en macht de netten weer binnenboord halen. Ja, zelfs de mannen van de andere boot moeten meehelpen om alle vissen op het droge te krijgen. Simon schaamt zich voor zijn aanvankelijke scepsis en valt op zijn knie n neer. Zo vergaat het ook Jakobus en Johannes.

Wie is hier de klokkenluider? Is het Jezus of zijn het de vissers die alles opgeven en gehoor geven aan de oproep van Jezus: wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen. Hoe dan ook, deze vissers zullen Jezus navolgen om gehoor te geven aan de oproep tot bevrijding. Zij maken een sprong in het diepe. Zij gaan edelmoedig in op een echte roeping.
Jesaja heeft ook de Heer gezien. Hij is gezeten op een hoge en verheven troon, omgeven met serafs die Hem luid aanroepen. De beschrijving van die Heer der hemelse machten is in de eerste lezing bijna intimiderend. Maar nadat Jesaja’s zonden zijn uitgewist door een gloeiende kool op zijn lippen, is hij niet meer bang. Niet meer bang om ook die grote sprong te maken en om te geloven. Nu zegt hij, net zoals de vissers aan de oever van het Meer van Genn saret: Hier ben ik, zend mij. Jesaja en Petrus zijn tot volledig geloof gekomen en herkennen hun meester. Ze laten er alles voor in de steek.

We worden allemaal geroepen. Sommigen horen de klokken terwijl ze wandelen in de 10e straat. Niet iedereen loopt in de richting van de klokken. Degenen die anderen intimideren, die slaafse gehoorzaamheid eisen, die net doen of ze luisteren, maar altijd hun eigen belang voorop stellen, zij verstaan de roep van de klokken niet.
Het net van klokkengeluid wordt gegooid over ons mensen, over onze wijk, over onze school en werk. We vangen misschien geen mensen, maar vangen ze wel op. We gebaren naar de mensen in de andere boot dat zij ons moeten helpen. We maken een sprong in het diepe en volgen Jezus. Klokkenluiders en vissers verenigt u!

Geplaatst in Preken.