2024-06-01 en 02 Het nieuwe verbond, Roland Brans

Exodus 24, 3-8
Marcus, 14, 12-16.22-26

Stel dat ik aan het begin van deze overweging nu eens met het slot zou beginnen: Amen. Zo’n korte overweging heeft u nog nooit gehoord. Waarschijnlijk blijft u dan in verwarring achter, want wat wil ik nu eigenlijk zeggen? Een gebed eindigt vaak met ‘amen’. En daarmee bedoelen we: zeker, zo is het. We bevestigen wat daarvoor is uitgesproken: het is waar, het zij zo, dit geloven wij. Als ik aan het begin van deze overdenking al begin met amen, weet u niet wát ik heb bevestigd. Er moet iets aan voorafgaan.

Ik moest hieraan denken, toen ik een tijd geleden na afloop van een vergadering een net wat andere invulling van amen hoorde. Amen als afkorting, alsof er puntjes tussen staan: a.m.e.n. Deze afkorting staat voor: afspraak maken en nakomen. Een meer eigentijdse invulling van dit woord over een belofte die schuld maakt; toepasbaar aan het einde van een vergadering, als afronding van een gesprek tussen twee mensen, ja zelfs bij de lezingen van vandaag. De beloftes uit Exodus en Marcus zijn van een levensreddende verbondenheid tussen God en mens.

We beloven wat af in het leven, maar komen we het na? Dat belofte schuld maakt weten we maar al te goed, net zoals dat het makkelijker is gezegd dan gedaan. Vaak lukt het niet om een afspraak na te komen. In de eerste lezing uit Exodus wordt een bijzondere belofte gedaan: ‘Alle woorden die de Heer tot ons gesproken heeft zullen wij onderhouden’. Mozes stelt de woorden van God op schrift en bevestigt de belofte met het bloed van stieren. Bloed heeft een bijzondere betekenis. Het bloed van een bloeddonor geeft nieuw leven. Bloed wordt in het Oude Testament verbonden met de levenskracht van mensen en dieren. Daarom is het voor de Israëlieten verboden om bloed, of vlees waar nog bloed in zit te consumeren. Er wordt een verbond gesloten met dit bloed, dit offer. Amen; want hier wordt van iedereen verwacht dat ze de geboden van God nakomen.

Met het feest van Pesach wordt door Jezus een níeuw verbond gesloten. Of eigenlijk een hernieuwing van het oude verbond. Jezus weet al wat er gaat gebeuren; hij is bereid om het uiterste offer te brengen; zijn leven. Hij spreekt de woorden uit: ‘Neemt, dit is mijn lichaam en drinkt uit deze beker. Dit is mijn bloed van het verbond’. Jezus geeft alles wat hij heeft. Het gebroken brood is als zijn gebroken lichaam en de wijn die gedronken wordt is als zijn bloed dat vergoten zal worden. Net zoals bij Mozes is het bloed de bezegeling van een belofte. De belofte dat God bij ons zal blijven, de belofte van de liefde voor God en voor de liefde die van God komt. De belofte dat Jezus de duisternis overwint.

De ogen van de moeder spuwen vuur. Ze is boos op iedereen: de kinderen die haar kind hebben geslagen, de juf die het niet heeft kunnen voorkomen en de andere ouders die het buiten school allemaal maar laten gebeuren. Het is niet de eerste keer dat haar dochter gepest en getreiterd wordt, het is niet de eerste keer dat haar kind huilend thuiskomt. Natuurlijk komt zij op voor kind. Het is haar kind, haar bloedeigen kind. De banden tussen ouders en kinderen zijn sterk, de verbondenheid onlosmakelijk. Bloed van haar bloed; bloedeigen. Als moeders eigen bloed iets wordt aangedaan, belooft ze dat ze voor haar kind zal opkomen en dat de pesterijen zoals afgesproken moeten stoppen. Punt, uit, amen. Afspraak maken en nakomen.

De moeder is met haar kind verbonden, ze is trouw aan haar kind. We zijn met veel mensen verbonden: met onze familie, met onze partner, met vrienden, met collega’s. De verbinding is met de één hechter dan met de ander. Met degene die je huwt wordt de verbinding uitgesproken als een belofte van trouw. Trouwen is een belofte om trouw te zijn: ‘Ik beloof vanaf deze dag, in voor- een tegenspoed, in rijkdom en armoede, in ziekte en gezondheid, je lief te hebben en te koesteren. Vanaf vandaag tot de dood ons scheidt.’ De trouwbelofte is afgeleid van de naam Jahweh: Ik zal er zijn voor jou. Het sacrament van het huwelijk geeft een goddelijke glans aan de liefde tussen mensen. Helaas. Die goddelijke glans willen we niet verbreken, maar makkelijk is het niet om trouw te blijven. De gehuwden geloofden heilig in het gesloten verbond; ze bevestigden dat niet voor niets met een amen. Géloven en béloven liggen dicht bij elkaar. Dan blijkt na jaren dat het niet meevalt om die belofte gestand blijven doen. Verdriet, teleurstelling of onmacht brengt dat met zich mee. Teleurstelling in de ander, teleurstelling in jezelf, dat je je eigen gelofte niet kon nakomen. Er zijn nogal wat relatietherapeuten die proberen de trouwbelofte weer aan de praat te krijgen, soms lukt dat maar lang niet altijd. Tegenwoordig zijn het vooral relatietherapeuten, pastors hebben als huwelijksbemiddelaars niet veel werk meer.

De moeder die haar verbond met haar kind nooit zal schenden, de gehuwden die hun beloftes maar wat graag willen volhouden, uiteindelijk gaat het om de liefde tussen mensen. We willen ze steeds hernieuwen als het niet lukt. En in de verhouding tot Hem die we de onnoembare noemen, die wie wij onbegrijpelijk vinden, maar die wij altijd als aanwezig beschouwen, horen we een belofte om het Koninkrijk der Hemelen ook in het hier en nu te kunnen vinden. Een koninkrijk van een klein gebaar, een liefdevolle knipoog, een volgehouden schreeuw om rechtvaardigheid of een mantelzorger die belooft om morgen weer terug te komen; dat is wat wij mensen doen voor elkaar. Een Koninkrijk dat alleen in actie tot stand kan komen.
Elke zondag dat wij het brood breken en de beker drinken, herinneren we ons het offer en de liefde van Jezus, bemerken we zijn aanwezigheid onder ons. Al die afspraken die we maken, de trouw die we beloven, uitgesproken of in stilte biddend, met Jezus die ons is voorgegaan hebben we het ultieme voorbeeld: in het Koninkrijk maken we niet alleen afspraken, maar komen we ze ook na. Dan kunnen we met recht zeggen: amen.

Roland Brans

Geplaatst in Preken.