Het goede doen – 25 en 26 september 2021 – Roland Brans

Numeri 11, 25-29 Marcus 9,38-43.45.47-48
25 en 26 september 2021 - Roland Brans

Zijn uw beste vrienden gelovig? Ja? Dat schept ongetwijfeld een band, omdat je weet vanuit welke traditie je komt en welke waarden je deelt. Je weet onuitgesproken van elkaar welke rust het geloof je kan brengen en je probeert het goede te doen vanuit de waarden van het christelijk geloof. Zijn uw beste vrienden niet-gelovig? Als dat zo is, denk ik niet dat dat voor u een probleem is. Een geloofsgesprek is soms wel lastig. Maar verder? Ze zijn immers uw beste vrienden? U trekt soms samen op, hebt waarschijnlijk hetzelfde gevoel voor rechtvaardigheid en misschien denkt u weleens: mijn beste vrienden zijn betere christenen dan ikzelf. Behulpzamer, attenter. Afijn, een schuldgevoel aanpraten is ook niet nodig, maar we zien ze wel: die christelijke niet-christenen.

Wat maakt het uit, denken we dan? Precies, wat maakt het uit? Dat lijkt Jezus te zeggen in het evangelie van vandaag. Iedereen die uit liefde handelt hoort bij Christus. ‘Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan’, zegt Hij. In de eerste lezing horen we iets soortgelijks: Mozes wordt gewaarschuwd dat hij twee mannen moet verbieden om te profeteren. Maar Mozes antwoord: wat maakt het uit? ‘Als zij dat willen doen dan is dat prima; ik zou willen dat iedereen dit deed.’

Terug naar het evangelie van Marcus. Daar zegt Jezus iets wat u vast wel vaker hebt gehoord: wie niet tegen ons is, is voor ons. Dat is net een wat ruimere uitspraak dan die bij Mattheus is terug te vinden en die luidt: Wie niet voor ons is, is tegen ons. Als ik dan moet kiezen, kies ik voor de woorden uit Marcus. Wie niet tegen ons is, is voor ons. Deze woorden zijn inclusiever, we kunnen het samen doen. In het tweede deel van het evangelie maakt Jezus trouwens korte metten met degenen die niet het goede doen: met een molensteen om de nek in zee geworpen worden, is weinig subtiel. Tja, wie beweert dat Jezus altijd subtiel is?

Ik heb me voorgenomen dat dit een blije overweging wordt. Bijzonder dat ik me dit moet voornemen, want ik reflecteer immers op een tekst uit het evangelie? En evangelie betekent blijde boodschap; de heilbrengende boodschap. Maar hoe vaak hebben we het hier over ongelijkheid, verkrachting, moord, honger. En natuurlijk, we moeten het onrecht blijven noemen, aanklagen.

Vandaag echter, verheug ik me oprecht in al het goede in de mens. Van een glas water dat wordt aangereikt naar iemand die dorst heeft, van de vrijwilliger voor de voetbalclub, van de knipoog ter bemoediging. Van al die organisaties die het beste met ons voor hebben en er zich belangeloos voor inzetten. Neem nou alleen in Dukenburg. Ik sloeg het wijkblad De Dukenburger er eens op na en bladerde deze door. Wat kwam ik hierin allemaal tegen: ontmoetingsmogelijkheden in het Wijkcentrum Dukenburg, de plaatsing van het vijftigste AED-apparaat voor reanimatie, gebiedstafels om leefbaarheid in de wijk te bespreken, het Beleefhuis tegen armoede in Aldenhof, hulp bij lezen en schrijven op het ROC, het Alzheimercafé, STEP - steunpunt taal educatie (en fietslessen), De Vincentiusvereniging, de Stichting Hart voor Dukenburg, de gezondheidsmakelaars, Terre des Hommes in Malvert. Eén blad van één wijk dat ik even doorblader. En ik ben bang dat ik nog wat over het hoofd gezien heb; er is zeker nog meer. Al die mensen die zich inzetten voor anderen. Daar word je toch blij van? Eén club heb ik niet genoemd. En die staat ook in De Dukenburger. De Ontmoetingskerk. Wij horen ook in dat rijtje. Wij proberen ook niet alleen een plek voor bezinning te zijn maar ook voor ontmoeting. 

Soms treuren we om het feit dat zoveel kerken dichtgaan. Inderdaad, dat gebeurt. Al decennialang zitten we in een ontwikkeling dat het niet meer vanzelfsprekend is om christen te zijn in ons land. Maar moeten we daarom treuren? Misschien komen er minder kerken, maar verdwijnen zullen we niet, Godzoekende mensen als we zijn. Hoe rijk is onze samenleving met al die mensen die gelovig of niet gelovig het goede willen doen? Christen of islamiet. Gelovige, ietsist of atheïst. Moeten wij ons op de borst slaan als ware gelovige die de exclusiviteit van zijn eigen club benadrukt? Of staan we open voor de grote en kleine oecumene, voor onze buren en vrienden die niet gelovig zijn? Wetende dat we geïnspireerd worden door de woorden van Jezus hoeven we noch onszelf onzichtbaar te maken, noch onszelf op de borst te slaan. Als onze niet-gelovige vrienden het goede doen, geloven we samen in het goede. 

Vorige week spraken we met een groep mensen hier in de kerk over de betekenis van de oecumene voor eenieder. Ze kwamen beiden ter sprake: de nestgeur van de eigen traditie én het belang van samenwerken. Tijdens het schrijven van deze overweging valt mijn oog op het beeldje dat in de vensterbank achter mijn computer staat, ooit gekregen bij een afscheid. Ik zie twee mensen die, ontsproten uit dezelfde stam, elkaar de hand geven. Zij wijken uit elkaar, maar voordat zij uiteen vallen geven zij elkaar de hand. Samen herstellen zij het evenwicht waardoor zij geworteld blijven in de bron. Een evenwicht van alle mensen van goede wil, die staan in de bron die wij God noemen. 

Volgens mij was dit een blije overweging.

Amen

Geplaatst in Preken.