v-7.jpg
Lezingen: Jesaja 40:1-5,9-11; Lucas 3:15-16,21-22

In het beveiligingscentrum van de politie wordt met behulp van verschillende camera's het uitgaanscentrum in de gaten gehouden. De dienstdoende cameraobservant heeft een reeks schermen tot zijn beschikking. 's Avonds laat zal hij de nauwe steegjes, de straten en de pleinen, zien volstromen met drommen jongeren. Nu is het nog rustig. Daar lopen drie tieners. Zestien, zeventien jaar schat hij ze. Ze staan met iemand te praten die op de grond ligt. De agent kan die persoon net niet goed zien. Wat gebeurt daar eigenlijk? De jongens keren om en ze lopen weg. Gelukkig, niets aan hand. Nu pas ziet de observant dat het om een dakloze gaat, die daar ligt. Wie zal zich om hem bekommeren? Is het een verslaafde? Is er voor hem nog hoop? Wie zal hem bevrijden?

Wij behoren tot de kerk die in de bevrijding gelooft. Maar hoe we die bevrijding kunnen ervaren is vaak moeilijk te zeggen. Soms beleven we die bevrijding innerlijk, een andere keer zien we de bevrijding gebeuren in de helpende hand van een medemens. Maar vaak zien we ook teleurstelling, verdriet en angst. De angst bestrijden we op alle mogelijke manieren. Zoals door het ophangen van enkele duizenden beveiligingscamera's in onze stad. Bevrijden deze ons van de angst voor de bedreigende ander? Hoe worden we bevrijd uit de greep van het kwaad?

Natuurlijk kent het kwaad vele gedaantes. Buiten ons en in onszelf. Onze vaders en moeders wilden al vlak na onze geboorte ons het liefst beschermen. Ons werd een lang en gelukkig leven toegewenst, niet vanuit de illusie dat angst, verdriet of lijden ons bespaard zouden blijven, maar wel vanuit de hoop dat we sterk genoeg zullen zijn om het leven aan te kunnen. Wij werden gedoopt. Misschien was het toentertijd een vanzelfsprekend ritueel, waar verder niet veel over werd nagedacht, het hoorde immers zo. Of was er zelfs de angst om te láát te dopen, mocht het kind sterven dan zou het immers ongedoopt blijven? En welke dreigingen zijn ons daar dan weer bij aangepraat? Toch denk ik dat voor veel van onze ouders de doop een betekenisvol ritueel was. We horen door de doop bij de gemeenschap. We worden zuiver, schoongewassen, en zullen net als Jezus deel uitmaken van het eeuwig leven. Het water is vergelijkbaar met het graf waar ook Jezus doorheen gegaan is. Leven, leven! Mijn dierbare kind: jij mag er zijn!

Jezus wordt door Johannes gedoopt in de Jordaan. Het volk was vol verwachting in die roerige tijden en Johannes liet weten dat hij weliswaar met water doopte, maar dat die na hem kwam zou dopen met vuur en Heilige Geest. Nog radicaler. En dan lezen we, wat ook zo wordt afgebeeld op al die schilderijen en iconen over de doop van Jezus in de Jordaan: de hemel gaat open. God heeft vertrouwen in Jezus. Dat wil ik ook wel meemaken: de hemel die opengaat. Vaak denk ik dan aan de 'watersluizen' die opengaan en aan overvloedige regenval. Soms zuiverend, soms vernietigend. Nu denk ik aan een andere hemel. Waar zien we de hemel? De Poolse dichteres Szymborska dicht:

"Ik hoef niet te wachten op een heldere nacht,
noch mijn hoofd in de nek te leggen
om de hemel te aanschouwen.
Hij is achter de rug, bij de hand en op de oogleden.
De hemel omwindt me strak
en tilt me van onderen op.

Zelfs de hoogste bergen
zijn niet dichter bij de hemel
dan de diepste dalen. Op geen enkele plaats is meer hemel
dan op enige andere. De hemel drukt even absoluut
op een wolk als op een graf.
(....)De scheiding tussen aarde en hemel
is niet de juiste manier
om aan het geheel te denken."

Szymborska ziet die hemel niet alleen 'als we het hoofd in de nek leggen'. En al mag ik graag kijken naar schilderijen van Jezus die gedoopt wordt in de Jordaan en de hemel die daarboven opengaat, nu stel ik me vooral de hemel van de dichteres voor; een hemel die me optilt. Mij optilt zoals Jezus werd opgetild. Gedragen wordt. Zoals het in de oudtestamentische taal van Jesaja uit de eerste lezing al werd aangekondigd: "Troost, troost toch mijn volk (...) Uw God is op komst! (..) Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen, de lammeren dragen tegen zijn boezem, de schapen met zachte hand geleiden."

Het is oktober 2017 en in de Poolse stad Nysa ziet de operator van de bewakings-camera's opnieuw de drie jongens. Het is midden in de nacht. Hij kan niet zo goed zien wat ze in hun armen hebben en hij volgt ze achterdochtig. Szymon, Wojtek en Marcin, de drie jongens in beeld, benaderen een dakloze man die op een bankje ligt. Dan ziet de cameraobservant wat ze bij zich hebben. Ze draperen dekens over hem heen, leggen een kussen onder zijn hoofd en stoppen hem onder. Ze geven hem een knuffel en laten hem verder slapen. Later zou blijken dat ze de dakloze man eerder gesproken hadden en dat hij toen om een deken om warm te blijven had gevraagd. Na enig zoekwerk hadden ze bij wat weggegooid meubilair dekens en een kussen gevonden en brachten deze naar hem. Op sociale media worden de foto's van de bewakingscamera's wereldwijd gedeeld. We hoeven om de hemel te zien ons hoofd niet in de nek te leggen. Soms kunnen we zelfs kijken naar een bewakingscamera die oorspronkelijk bedoeld is om ons veiligheid te geven en onze angst te bezweren.

De operator kijkt naar drie schermen. Links ziet hij de dakloze man slapen op zijn bankje, zijn hoofd opgetild en ondersteund door een kussen. Rechts ziet hij de doop van Jezus in de Jordaan. Het middelste scherm laat kristalhelder de hemel zien. We worden gered uit de greep van het kwade, we zullen leven door de dood heen, we zijn door God gezien. De hemel gaat open. De hemel omwindt me strak en tilt me van onderen op.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )