v-4.jpg
Lezingen: Joh 21:1-19
Dodenherdenking

De eerste leerlingen van Jezus waren vissers. Ze worden door Jezus weggeroepen uit hun alledaags bestaan.
Vol hoop zijn ze hem gevolgd, maar wat een succesverhaal had moeten worden is uitgelopen op een drama: Jezus is gekruisigd en gedood. Ze staan met lege handen. Teleurgesteld en verdrietig gaan ze terug naar waar het begon: naar Galilea, waar ze vandaan kwamen. Daar pakken ze hun oude beroep weer op. Er moet brood en vis op de plank komen.
Zo teleurgesteld en berooid hebben velen zich gevoeld na de eerste euforie van de bevrijding van ons land in 1945. Stad en land lagen in puin. Met man en macht werd er gewerkt om het leven weer op te bouwen. Schouders eronder en blik vooruit. Over de slachtoffers van de oorlog en de ervaringen van angst en onderdrukking werd maar mondjesmaat gesproken.
Maar naarmate het land weer structuur kreeg en de welvaart toenam, groeide het besef van de genade om in vrijheid te kunnen en mogen leven. En dat velen slachtoffer geworden zijn van geweld en onderdrukking om die vrijheid te bewerkstelligen. Steeds meer worden hun verhalen verteld, hun namen genoemd, opdat ze geen nummer worden, maar mensen blijven. Mensen met een verleden die nog een hele toekomst voor zich zagen.
Ik vind het hoopvol dat er steeds nieuwe initiatieven ontstaan om stil te staan bij deze slachtoffers. Om hen te gedenken, om te beseffen: dit mag nooit meer gebeuren ... opdat wij niet vergeten ...

Rond de herdenking van het bombardement op Nijmegen in februari 1944 stonden er op Plein 44, in het hart van de stad, grote billboards met de namen en vaak de foto’s van de ruim 800 slachtoffers van dat bombardement.
De hele dag door stonden er groepjes mensen te kijken. Wildvreemden spraken elkaar aan en er werden verhalen gedeeld. De namen riepen herinneringen op en soms werd er op een lege plek nog een foto toegevoegd. Zo krijgen mensen weer een gezicht. Door te vertellen en hun namen te noemen blijven ze onder ons leven.

Dat horen we ook in het volgende verhaal:

De namen blijven noemen.

Het gebeurde in een concentratiekamp. Iedere avond voltrok Rabbi Golden in zijn barak hetzelfde ritueel. Als het licht was uitgedraaid zei hij in die stilte een paar woorden van bemoediging of las hij een klein gedeelte uit de Thora. Dan hield hij even op. En daarna zei hij: “laten we gedenken onze namen.” En hij begon zelf te zeggen; “Rabbi Golden uit Garwolin.” Daarna zei iedereen in de barak zo duidelijk mogelijk zijn eigen naam en plaats.
Als er mensen gestorven waren of op transport gesteld, dan werden hun namen door anderen genoemd, door de persoon die hun plaats had ingenomen. Als men het niet meer wist dan zei de Rabbi zelf de naam met de plaats waar die vandaan kwam.
Op het laatst, toen er niet veel meer van de Rabbi over was dan zijn zwakke stem en een paar grote ogen, vulde hij op zijn eentje tientallen namen in.
Ze waren verdwenen, misschien allang dood. Vernietigd, zonder sporen na te laten, maar de Rabbi bleef hen gedenken, bleef hen noemen bij hun naam. Hij tilde hen op uit de vergetelheid van de dood en deed hen in herinnering voortleven.

Teleurgesteld trekken Petrus en de andere leerlingen hun boten aan de kant. Hun netten zijn praktisch leeg gebleven deze nacht.
En dan worden zij aangesproken door een man die hen op staat te wachten, en die hen aanspoort hun netten eens over een andere boeg uit te gooien. Ze herkennen hem niet. “Midden onder U staat Hij die gij niet kent” zingen we hier vaak.
Pas bij het eten van de vis en het breken van het brood gaat hen een licht op. Dan komen de verhalen los. Gewoon aan tafel. Door te breken en te delen wordt het verhaal van Jezus doorverteld. Zo blijft zijn liefde stromen. En is Hij de Levende onder ons. Toen, nu en in de dagen die komen.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )