v-1.jpg

Deze week schoot me een verhaaltje te binnen dat ik eens hoorde.
Het was een mooie warme dag op het strand. Twee kinderen speelden in het zand. Druk in de weer met schepjes, emmertjes water en zandvormpjes.
Toen hun vader aan kwam lopen met twee ijsjes zag je hun ogen begerig stralen. Beide keken ze naar hun handjes waarin de pasgemaakte zandtaartjes lagen. Hoe moest dat nu? Een van de twee liet pardoes alles vallen, liep naar haar vader en pakte het ijsje. De andere bleef treuzelen en zette tenslotte heel voorzichtig de taartjes op het strand. Pas toen zijn vader zei dat het ijsje smolt kwam hij overeind om het aan te pakken.
Een alledaags tafereel, je ziet het gebeuren maar in al zijn eenvoud vertelt het mij iets belangrijks. Wat heb je aan zandtaartjes in je hand als die je beletten om een ijsje aan te nemen.
Kennelijk moeten we als mens telkens opnieuw keuzes maken. Klamp ik mij vast aan mijn bezit of is er ruimte voor het leven zelf, het onverwachte ... voor wat mij wordt aangeboden ... of wat ik zelf te geven heb.

Ook Jezus speelt vandaag, zoals vaker, met zo’n verhaal.
Het gaat over een rijke man die erg gehecht is aan zijn bezit. Hij heeft hard gewerkt. Ja, zo goed geboerd dat zijn schuren te klein zijn om de grote oogst in op te slaan. Hij besluit grotere schuren te bouwen om de oogst van zijn leven veilig te stellen. Als ik dat voor elkaar heb, denkt hij, kan ik nog jaren genieten van wat ik bezit.
Jezus vindt hem daarom een dwaas ... maar wat is er zo dwaas aan? Is het niet gewoon verstandig om je toekomst veilig te stellen?
Dat doen wij ook. We sluiten hypotheken en verzekeringen af, sparen voor een pensioen
of beleggen misschien in aandelen als een appeltje voor de dorst. Het is toch verstandig om vooruit te denken en te zorgen voor de dag van morgen?
Dat klopt maar is het niet dwaas te denken dat je daarmee je toekomst veilig kunt stellen? Dat alleen je bezit, alles wat je vast hebt gelegd het geluk in je leven bepaalt?
Dat ligt nog ingewikkelder voor mensen die nauwelijks de eindjes aan elkaar kunnen knopen die hebben wat meer bezit hard nodig. Toch geldt voor ons allemaal dat de toekomst nooit zeker is; en je het geluk op geen enkele manier kan vasthouden, mensen in Groningen ondervinden het aan den lijve. Kijk maar hoe het de vele vluchtelingen vergaat.
En u weet vast nog hoeveel onzekerheid de kredietcrisis bracht. Spaargeld verdween als sneeuw voor de zon, banen gingen in rook op.
Maar ook mensen die uitkijken naar het grote genieten na hun pensioen worden soms onverwacht getroffen door ernstige ziekte of sterk afnemende gezondheid. Dat grote genieten waar ze zo hun best voor deden glipt als zand tussen hun vingers door.
Ook de rijke boer treft dat lot ... wat heeft het leven je dan gebracht? Hangt je leven en geluk niet van hele andere factoren af?

Jezus probeert dat duidelijk te maken met een verhaal. Hij heeft er geen moeite mee dat iemand bezit heeft en dat ook verstandig beheert. Zelfs een appeltje voor de dorst reserveren is niet dwaas!
Nee, de boodschap komt aan het slot. Daar zegt Jezus: ‘Je hebt voorraden vergaart voor jezelf, maar wat heb jij daaraan als je doodgaat? Niets. Zelfs niemand anders heeft er wat aan, want, terwijl jij voor God met lege handen staat, ligt het graan in je grote schuren te rotten. Dat is dwaasheid’.
Zo wijst Jezus hem op zijn manier van denken en leven, deze man is iemand die in de ‘ik’-vorm redeneert: “Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte. Dit ga ik doen. Ik breek mijn schuren af en bouw grotere. Daarin zal ik ... en dan kan ik ...”.
In een paar zinnen klinkt alsmaar ‘ik’. Verslaafd aan ‘ik’ en aan ‘ik heb’. En wat ik nu nog niet heb, krijg ik morgen misschien te pakken.
Van zo’n manier van denken en leven word je niet gelukkig, eigenlijk is dat geen leven. Je zet jezelf op een eilandje waar anderen maar moeilijk binnen komen en je eigen graanschuur maak je tot een afgod: ‘Ik ben wat ik heb’.

Prediker noemt deze dwaasheid ijdelheid, lucht, leegte. Al ons bezit, zegt hij zal ons leven niet redden. Al onze goederen, bankrekeningen, zelfs de kennis en wijsheid die we vergaard hebben laten we achter als we doodgaan. Uiteindelijk is niets van onszelf.
Kies je ervoor om de taartjes te houden dan drupt je ijsje weg in het zand.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )