v-1.jpg
Lezingen: Lukas 12:32-40

De profeet durft. In een nogal desolate toestand vindt hij jubelende woorden. Hij schetst een ideale stad van vreugde – een en al levensplezier én veiligheid: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde in het hier en nu. De evangelist prijst bij monde van Jezus de kleine kudde aan de rand van het voortrazende wereldgebeuren. Kunnen we iets hiermee? Moeten we iets hiermee kunnen? Ik kom daar uiteraard nog op terug. Eerst nog een aanloop.

I.

Deze jubelprofetie klinkt mij nogal schril in de oren. Wij worden eerder geplaagd door het tegendeel. Er zijn heel wat dystopische (negatieve utopieën) verhalen in omloop. Aan de rechts-populistische kant hebben we een migratieverhaal, waarbij de vreemdelingen ons als een tsunami overspoelen en alle woningen en sociale voorzieningen opvreten als wolken van sprinkhanen over rijke velden van gewas. Daarna komt meteen de gigantische groei van de islam in onze landen die door naïeve politici en de linkse kerk worden getolereerd zodat we uiteindelijk ons mooie land uit handen geven en laten overheersen door de islam die trouwens een politieke ideologie is en geen religie. De grote schrijver Michel Houllebeque heeft daar een voor velen plausibele fantasie over geschreven: submission geheten, ‘onderwerping’. Ach ja, diegenen die deze ondergangsverhalen vertellen bieden zichzelf aan als de Redder met een messiaanse allure. In onze apocalyptische literatuur - waar u natuurlijk innig mee bent vertrouwd, komt er nog een woordje bij: vals, het zijn valse messiassen.
Verlaten wij de rechtse rand en gaan naar het centrum van onze economie. Dan hebben we daar de digitale revolutie en de gigantische tech-bedrijven die al onze data opslurpen en doorverkopen aan commerciële bedrijven die ons bestoken met precies bij ons passende advertenties. Of de data gaat naar een campagneteam van een politicus die via de social media angst zaait voor de tegenstander om zichzelf des te beter in het licht te zetten. Het gebeurt buiten ons weten om en opeens weet een algoritme meer over ons dan wij zelf. Kunstmatige intelligentie heet dit. En het gaat nog verder. Op een gegeven moment kunnen we via chips in onze hoofden aan grote computersystemen worden aangesloten met dito rekenkracht. Alle problemen worden dan opgelost en wie het kan betalen ontvangt het eeuwige leven. In mijn ogen is ook dit een dystopie, waarvan de in opspraak geraakte historicus Harari ironisch zegt, dat we dan godmensen zijn: homo deus.
Dan moet ik natuurlijk nog naar de groene kant van het leven; de drastische klimaatverandering. Het nieuwe rapport van het IPCC windt er geen doekjes om. Als we zo doorgaan is er vanaf 2050 niet meer voldoende voedsel op de planeet. Het gevecht om voedselbronnen wil ik me in hemelsnaam liever niet voorstellen.
Op het politieke, het economische en het biologische vlak is het blijkbaar niet om te juichen. Ik wil wel, voordat ik verder ga, onderscheiden tussen deze dystopieën. De eerste op het politiek vlak zijn zwaar aangedikt door angst om nog meer veiligheid en levenscomfort te verliezen in een globaliserende wereld. Velen voelen zich verloren. De doemverhalen sluiten hierbij aan en bij de wens naar een sterke leider. De laatsten gaan ermee aan de haal. Ik noem dit hysterisch.
De digitale revolutie is nog lang niet afgesloten en nog in volle gang. Zij beantwoordt aan diepliggende verlangens naar controle, beïnvloeding, gezien zijn, onaantastbaar geluk zonder verlies, zonder pijn, zonder dood. Ik noem dit religieus.
Dan krijgen we het verhaal over de klimaatverandering en welke consequenties deze voor onze levensopvatting en levenshouding heeft. Sommigen vinden dit allemaal zwaar overdreven en wijzen met vingers naar schuldigen. Het verhaal wordt ondertussen wel door een verpletterende meerderheid van wetenschappers met hun meetresultaten en modellen bevestigd. Ik noem dit profetisch. Profeten voorspellen komende ontwikkelingen op basis van diepe inzicht in en kennis van ons menselijk gedoe met zijn effecten op het sociale en planetaire samenleven. Het horen van Gods Stem scherpt dit inzicht tot ware woorden en bekrachtigt hun moreel om zich daarvoor integer en met een klare taal in te zetten niet zelden met gevaar van eigen leven.
En dan nog een laatste, nijpende vraag: spelen wij als kerken in deze grote krachtenvelden nog enige rol van betekenis? Kijk naar de krimp. Kijk ook in deze gemeente het nog steeds niet wil lukken om in contact met elkaar tot een aansprekende visie te komen die het gemeenteleven tot een bron van vreugde maakt zoals de profeet en de evangelist het wel voor ogen hebben. Laten we hun verhaal nu nader bekijken.

II.

Wat moeten we gezien deze doemscenario’s met het jubelverhaal van Jesaja? Het is de derde Jesaja of te wel Tritojesaja. Hij leefde in de tijd dat de mensen uit Judea en Jerusalem weer terug waren gekeerd naar hun thuis. Alles lag overhoop. Van de Perzische koning mochten ze de tempel weer opbouwen. Het wilde niet. De mensen waren uitgeput. De middelen konden niet worden opgebracht. De onvermijdelijke ruzies hielpen ook niet verder. De ouderen wilden wel maar hadden de kracht niet. De jongeren hadden de kracht maar waren niet gemotiveerd. In zo een malaise trad deze profeet op, laat ik maar zeggen een leerling van de tweede Jesaja die de mensen in het exil moed toe had gesproken met de belofte dat ze weer terug konden keren. Daar sloot deze zich naar hem noemende leerling bij aan. Dat was onder deze omstandigheden zijn boodschap: ‘Nu zijn jullie hier en God zal zijn belofte waar maken, mooier dan jullie het je op dit moment kunt voorstellen. Al die dingen die je hebt meegemaakt aan ellende, vernedering, angst, verdriet en wanhoop hoort definitief bij het verleden. We hebben ervan geleerd en nu heeft het geen vat meer op ons. Niemand zal ons dit weer aandoen omdat wij nu in en met God onze gemeenschap met zorg opbouwen en onderhouden. Daartoe herbouwen we de stad en de tempel, zodat we bij de les blijven en de nabijheid van God kunnen zoeken en vinden. In zijn naam gaan wij een vreedzame en gelukkige toekomst tegemoet zonder veel zorgen en ziekte. Honderdjarigen zullen geen zeldzaam verschijnsel zijn.’

Lukas omarmt de kleine groep die in de navolging van Jezus zich niet moet laten kwellen door dagelijkse zorgen in een ook toen niet vriendelijke wereld met uitbuiting en een keiharde bezetter. Die zorgen zijn er wel, maar laat je je niet erdoor bepalen. Vang elkaar op. Daartoe ben je een gemeenschap, klein weliswaar, maar daardoor des te meer betrokken op elkaar.
Is dat nou peptalk om een uitgetelde bevolking hier en een moedeloze gemeente daar aan de praat te krijgen? Zeker, deze prachtige utopie van Jesaja is er niet van gekomen tot op de dag van vandaag niet. Kijk maar naar Jerusalem met haar verdeeldheid in groepen die elkaar naar het leven staan. Een oplossing is niet in zicht. En tóch, deze profeet naar de aard van Jesaja kreeg het wel voor elkaar. Het heeft 16 jaar geduurd totdat er weer fiducie en voldoende vermogen was om de tempel te herbouwen in 522. Binnen zes jaar stond hij.
Het duurde enkele tientallen jaren en de christelijke gemeente beschikte over een netwerk over de hele toenmalig bekende wereld. Nog een paar tientallen jaren verder en zij werd eerste officiële religie in het Romeinse Rijk. Of we daar zo gelukkig mee zijn geworden is een tweede, maar wie had deze enorme ontwikkeling van tevoren kunnen bedenken, ja zelfs hopen?

III.

Maar nu, wat doen wij met deze veelbelovende verhalen die misschien niet zo zeer zijn bedoeld dat ze 1 op 1 in vervulling gaan. Zij zijn m.i. eerder bedoeld om gemotiveerd te raken met een visioen voor ogen waarvoor het de moeite loont om de schouders gezamenlijk eronder te zetten. Zij spreken mensen aan op hun diepste verlangens en hun beste vermogens om in wat ze geloven ook voor elkaar te krijgen. Daar staat de naam van God voor.
Zal dat dan voor ons klein kuddeke hier in Nijmegen niet ook opgaan? Zal dit verleden waar eenieder zich op zijn eigen bastion heeft teruggetrokken – ik spreek van de protestantse gemeente – de toekomst blijven bepalen? Is er nu niet een kans en ruikt u haar niet al om in tijd van krimp en onzekerheid de handen in een te slaan omdat we in een God geloven die alles nieuw kan maken en wat met Jezus zich heeft doorgezet in zijn verrijzenis of opstanding en waar de kerk in de oecumene de belichaming is? En dat is toch nu juist weer aan de orde hier in Dukenburg waar de protestantse gemeente en de rooms-katholieke parochie met elkaar optrekken, veel met elkaar delen en met elkaar voor de wijk hebben opgebouwd. Ook in de stad zijn veelsoortige oecumenische contacten met het city-pastoraat, de studentengemeente en nog vele anderen.
In een verdeelde samenleving met een haast bovenmenselijk verwachtingspatroon is een kleine gemeenschap van protestantse en katholieke gelovigen een weldaad op het moment dat er onderlinge contacten zijn van nieuwsgierigheid naar elkaar, van steun waar nodig, van omzien naar wie ziek is of financiële hulp nodig heeft. Er is ook een diaconale structuur en inzet waar mensen zonder dak boven hun hoofd kunnen worden opgevangen. Er is – niet het geringste – een schat van liederen die bronnen van vreugde en vertrouwen in ons wakker maken of voeden. Er zijn schatten in ons midden, soms zitten die pal naast je, waarvan we ons te weinig bewust zijn. Laten we daar ons hart opengaan en een kloppend hart zijn in Dukenburg, in het centrum van de stad, in de Landwijk, een herkenbare plek waar een kleine, overzichtelijke, op elkaar en anderen betrokken gemeenschap aanwezig is, present en aansprekend.
Waar dit hart klopt is leven vol geloof, hoop en liefde. Wat wil je nog meer? Zie hier: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, hier en nu. AMEN.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )