v-6.jpg
Lezingen: Jes. 55:6-9; Mt. 20:1-16a

De meester legt het geduldig uit: “Kijk, dit is een pizza met 12 stukken” en hij tekent deze op het digitale schoolbord. “Ze zijn met vier kinderen en de pizza moet worden verdeeld. Hoeveel stukken krijgt nou ieder kind? Hoe pak ik dat nou aan?” Hij loopt de klas rond en ziet goede en foute oplossingen. Bij Paul ziet hij dat de pizza is verdeeld in een groep van 5, 3, 2 en nog eens 2 stukken. Samen twaalf, maar ja ... Paul zegt: “U had niet gezegd dat het éérlijk verdeeld moest worden!” En de meester schiet in de lach. Nee, dat is zo: want als je het eerlijk verdeelt krijgt iedereen evenveel. Eerlijk delen is belangrijk, we doen een beroep op ons rechtvaardigheidsgevoel, we vinden dat iedereen gelijk behandeld moet worden. Eerlijkheid, rechtvaardigheid en gelijkheid horen bij elkaar.

Toch kennen we ook veel situaties waarbij gelijkheid en eerlijkheid vaak juist níet met elkaar verbonden zijn. Als we immers mensen gelijke kansen willen geven, moeten we ze ongelijk behandelen. In het onderwijs is dit een bekende cartoon: verschillende dieren in de dierenschool staan in een rij voor de meester. Het zijn een vogel, aap, pinguïn, olifant, goudvis, zeehond en een schildpad. En de meester zegt: om eerlijk te kunnen selecteren krijgen jullie allemaal dezelfde opdracht: klim in de boom! Niets is onrechtvaardiger dan de gelijke behandeling van ongelijken. We roemen de meester die zijn kinderen consequent behandeld. We zijn boos op de meester die op déze manier zijn kinderen consequent behandeld. Het leven is toch geen wedstrijd?
Toch moedigen we in onze samenleving op alle fronten de competitie aan: of het nu gaat om de snelste tijd, het mooiste lied, de lekkerste taart, de prachtigste pianovertolking of het mooiste boek, de eerste is de beste en de beste is de eerste. We huldigen de winnaars en nooit is er eens een sportcommentator die bij degene die als eerste over de streep komt, roept: “dat is niet eerlijk, hij is veel beter dan de anderen”. Laten we de wereld maar eens omdraaien ...

Jezus’ gelijkenis over de landheer en zijn knechten, gaat eigenlijk over het Rijk der hemelen. De landheer - is dat God? - doet iets onvoorstelbaars. De werkers die er ’s morgens het eerste waren krijgen evenveel betaald als degenen die slechts een uurtje hebben gewerkt. De consternatie is groot, want bij een gelijke behandeling zou je juist loon naar werken krijgen. En eigenlijk zijn we ook nog jaloers. Ik zou er trouwens ook van balen als mijn werkgever mijn collega net zoveel betaalt als ik, als zij twee dagen per week minder werkt.
Maar we zijn hier niet in het klaslokaal of op kantoor, maar in het Rijk der hemelen. In dat rijk wordt alles op zijn kop gezet. Jesaja zegt in de eerste lezing: ‘de Heer zal zich erbarmen, keer terug naar onze God, die altijd wil vergeven. Mijn wegen zijn niet uw wegen; mijn gedachten gaan boven uw gedachten.’ Niet hoe láng je er bent, maar dát je gekomen bent doet ertoe; en je krijgt allen je beloning. En trouwens: Heb je er moeite mee dat ik een ander goed beloon? ‘Vriend, zegt de landheer, ik doe u toch geen onrecht? Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies, of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben?’
Het gaat hier niet zozeer om gelijkheid, maar om liefde, of vrede. Liefde en vrede, wat kunnen we ze goed gebruiken.

Deze week is het Vredesweek. Als je vrede wilt en daarmee het Rijk der hemelen wil beërven, maakt het dan uit of je eerste of laatste bent in de strijd om rechtvaardigheid? We zijn gewoon blij dat je er bent. Het thema van de Vredesweek is: vrede verbindt verschil. Het gaat dit jaar over omgaan met verschillen, met diversiteit, met niet vasthouden aan eigen gelijk, om het ontmoeten van die ander. Vanmiddag wordt om 14.00 uur officieel de Vredesweek geopend in het centrum van Nijmegen en de rest van de week zijn er verschillende activiteiten om de dialoog over vrede te blijven voeden.
Vrede gaat nooit vanzelf. Het vraagt opoffering en het kan schuren. Bijvoorbeeld als we angst hebben voor die ander, uit een vreemde cultuur, of met een andere geaardheid die ons niet vertrouwd is. Het vraagt moed om over angst heen te stappen en de verbinding te leggen. Juist de verschillen tussen de dieren in de dierenschool, tussen de kinderen in de klas, tussen de mensen van verschillende culturele en religieuze achtergronden, tussen degenen die het eerst en het laatst komen, vormen het kleurenpalet van een Koninkrijk van God. Naïef? Gelukkig wel.

Rembrandt tekende de parabel van de werkers van het elfde uur. Je ziet de landheer en de verbijsterde gezichten van de werkers. Allemaal evenveel? Er wordt op het voorhoofd getikt, niet goed snik. Er wordt op de achtergrond druk gediscussieerd: dat kan toch niet! De werker van het laatste uur staat wat bedremmeld met zijn hoed in de hand, hij lijkt wat verlegen met de situatie; hij krijgt immers ook een denarie. En daar rechts aan de zijkant: dat zijn wij, dat bent u. We kijken het eens aan, we weten nog niet meteen wat we ervan moeten vinden; we houden de handen op de rug. En denken als we er wat langer bij stilstaan: die man is ook blij met zijn denarie, is blij dat hij een kans gekregen heeft, ook hij kan nu wat brood kopen. In het Rijk der hemelen is er een aparte manier van rechtvaardigheid, een vredevolle, een die over de verschillen heenstapt en ons allen liefdevol ontvangt. Wat telt is de liefde voor elkaar en de liefde van God.
In de klas buigt Paul zich nog eens over zijn pizzapunten. Hij komt er niet helemaal uit: met het puntje van zijn tong uit zijn mond gumt hij de tekening weer uit. Dan steekt hij plotseling zijn vinger op en als hij de beurt krijgt zegt hij: “Weet je wat? We kunnen ook gewoon de hele pizza geven aan die de meeste honger heeft.” Zo is dat: aan de rand van Rembrandts tekening zien we het gekrakeel nog eens aan: wat hebben we een honger naar vrede.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )