v-3.jpg
Lezingen: Jesaja 63-64; Marcus 13:33-37

Wanneer zal het gebeuren?
Wanneer is het eindelijk zo ver dat het vaccin er is?
Verwachtingen gaan tegenwoordig vooral daar over.
Niemand weet wanneer het zo ver is, in die zin lijken we op die nachtwakers uit het verhaal van Jezus. Zij weten niet wanneer hun Heer komt, wij weten niet wanneer ons leven weer normaler wordt.

Jezus vertelt dit verhaal omdat zijn leerlingen die onzekerheid niet aankunnen, ze willen weten wanneer het Rijk van Gods zal aanbreken.
Jezus antwoordt: dat weet niemand, alleen de vader.
Er zullen wel tekenen zijn en ze moeten waakzaam zijn.
Maar in het verhaal blijft onduidelijk waar je dan concreet op zou moeten letten.
Jezus geeft geen duidelijke checklist zoals allerlei mensen die tegenwoordig afvinken om zo te bewijzen dat het einde van de wereld nabij is ...
Hij spreekt wel over verschrikkingen waarbij de dingen die wij als zodanig benoemen – oorlogen, hongersnoden – aardbevingen slechts de weeën zijn.
Maar veel duidelijker wijst hij zijn leerlingen meer op hoe ze zich moeten gedragen.
Het gaat dus vooral om een houding!

Die levenshouding beschrijft Jezus in het verhaal:
De Heer des huizes geeft zijn dienaren het beheer en de deurwachter krijgt de taak om de wacht te houden. Wat er niet moet gebeuren is dat hij ze bij terugkomst slapend vindt!
Ze moeten de hun toevertrouwde taken dus zelfstandig blijven uitvoeren, ook zonder dat de baas komt controleren. Zoals een klas waar de docent tegen zegt: ik ben even weg, als ik zo terug kom, zijn jullie rustig aan het doorwerken, tot zo ...

Als we onszelf zien als de dienaren dienen we dus aan ons toevertrouwde taken goed te vervullen. Dat kan van alles zijn maar betekent in ieder geval je verantwoordelijkheid nemen. Zo goed en zo kwaad als het gaat, doen wat je kan en trouw blijven aan waar je voor staat. Dat is in deze tijd een hele uitdaging!
En de nachtwaker leert ons, dat je alert moet zijn: een waakzaam oog dat ziet wat er om je heen gebeurd en ingrijpt als dat nodig is … Wees waakzaam!
Maar toch blijft de vraag waarvoor?

Jezus heeft het hier niet over onze verwachtingen voor pakjesavond of licht aan het einde van de Coronatunnel. Hij wijst op waakzaam zijn en werken voor het koninkrijk van God!
Dat klinkt groot maar begint klein: met gewone dingen doen met de juiste blikrichting.
Jezus zag wie het moeilijk had, Jezus bekommerde zich om sociale rechtvaardigheid, protesteerde als het nodig was maar liever vertelde hij herkenbare verhalen en liet hij daadwerkelijk zien hoe het ook anders kan. Naar zijn voorbeeld houden we ons als geloofsgemeenschap in deze tijd vast aan zo nabij mogelijk en doen wat wel kan, zeker voor de kwetsbaarste onder ons.
Het evangelie zet ons aan tot een actieve houding, hands on ...
Maar wat als het niet lukt? Het valt al niet mee om voortdurend alert en waakzaam te zijn.
Het lukt ons al maar moeizamer om steeds die 1,5 m te bewaren en een mondkapje op te doen! Onze energie raakt ook een keer op!

Jesaja kent dat. Hij klinkt in de eerste lezing veel minder zelfverzekerd dan in zijn profetie die we uitspraken bij de Adventskaars. Hier hoor je eerder vertwijfeling:
u bent er toch nog wel, God? Het volk voelt zich als verwelkte bladeren, uiteen gewaaid door de wind. Je ziet Jesaja namens dit moedeloze volk als het ware de hemel afspeuren: waar ben je God? Laat weer eens van je horen! Daal weer eens uit uw hoge hemel neer, red ons. Ook in de psalm hoorde we zo’n roep om hulp.
Jesaja en psalmist, twee hulpkreten – beiden vragen God om het voor hen op te lossen.
De psalmist zegt: God richt ons weer op, toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered. Alle hoop is op God gericht, daar zal de oplossing vandaan moeten komen.
Het zou het gebed kunnen zijn van de wakers in de nacht die zich aan de goden overgeleverd voelen, die enkele kunnen hopen en bidden dat het snel weer licht wordt.

Jesaja’s hulpvraag heeft wel een wat vileine ondertoon. Hij vraagt namens zijn moedeloze volk om hulp. Daarin bekent hij schuld – het volk zondigt, vertoont wangedrag.
Maar hij doet dat zo dat eigenlijk de schuld bij God komt te liggen.
Waarom heeft hij hen niet tegengehouden: Waarom Heer, liet u ons afdwalen van uw wegen? Waarom hebt u ons onbuigzaam gemaakt? U hebt ons moedeloos gemaakt en ons overgeleverd aan ons eigen wangedrag. Jesaja klinkt hier als een ouder die de verantwoordelijkheid voor de onvoldoendes van hun kind volledig bij de leraren legt.
Alsof een kind, een mens geen eigen verantwoordelijkheid heeft voor zijn gedrag.
De wakers in het verhaal van Jezus worden daarop aangesproken. Het is niet stil maar wacht maar, alles wordt nieuw. Je bent er niet met ontsteken van iedere week een kaarsje meer. Van de wakers wordt een zekere alertheid gevraagd, niet enkel afwachten maar waakzaam zijn. De dienaren moeten vooral de hun toevertrouwde taken blijven doen.
Maar ze mogen zich daarbij al dolend in het donker wel gesteund weten door God, hun zorgzame vader, hun Beschermer. In die geborgenheid wordt die vraag wanneer het gaat gebeuren minder belangrijk. Je kunt het zelfs al een beetje zien: nog drie kaarsen te gaan!
Deze voorbereidingstijd naar Kerstmis is bij uitstek een tijd om ons te bezinnen op het waar naartoe we onderweg zijn en weer te ontdekken wat ons te doen staat:

Advent is ons bezinnen,
wetend dat God komen gaat,
’t Is een milde blik naar binnen
waar de Heer zich vinden laat.

Advent is ons bekleden met ’t gewaad van hartelijkheid;
’t is onze gaven goed besteden,
handen vol met dienstbaarheid.

Advent is ons bekeren,
kind zijn voor Gods aangezicht;
’t is een woord van liefde leren,
luisterend naar Gods nieuwsbericht.

Advent is ons verblijden,
ingetogen zijn en stil;
’t is een rechte weg bereiden,
effen zoals God die wil.

Advent is weer geloven
dat God zelf zijn licht verspreidt.

Amen moge het zo zijn …

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )