v-1.jpg

We tuimelen door de tijd. Het coronavirus maakt een jojo van ons bestaan. veranderende maatregelen maken onmogelijk hoe we hadden verzonnen elkaar te kunnen ontmoeten, en nauwelijks hadden we iets nieuws bedacht, of het is alweer anders. Alsof voor sommigen onder ons het bestaan zonder corona al geen jojo was: zij verloren een geliefde; mensen kregen kanker, met toch de kans op behandeling, of ook weer niet. En er werden kinderen geboren. En eindelijk komt er gerechtigheid in de toeslagenaffaire.

Dat is het getuimel dat binnen ons blikveld valt, daarbuiten ging het leven ook door. Hoe zou het in Syrië zijn? En die kinderen die ontvoerd werden in Nigeria? Was er ook niet iets aan de hand in Ethiopië? En werden de Filipijnen niet geteisterd door stormen?

Zo tuimelen we heen en weer. Steeds opnieuw. De toekomst lijkt ver weg te zijn. We lijken genoeg te hebben aan alleen de zorgen - de sores- vandaag.

En dan is er het Jezuskind. Het is niet alleen een liefdevolle en beloftevolle komst van God bij ons, Dit Jezus kind laat ook zien dat God werk maakt van zijn toekomst met ons. Daarover vertellen ons de Bijbelteksten van vandaag,

Ook al lazen we twee verhalen, het zijn er eigenlijk drie. Abraham hoort de eeuwige, God, tot hem spreken die hem een erfgenaam belooft: Kijk naar de hemel en tel de sterren, als Ge kunt. Zo talrijk wordt uw nageslacht. Het is een van die bijzondere geboorte-aankondigingen in de bijbel, waarvan we deze dagen en weken al getuige waren. Abram gelooft God. Sara wordt zwanger en hen wordt een zoon geschonken.

Met de komst van het kind van Sara en Abram laat God zien dat er toekomst is voor zijn volk. Zoveel nakomelingen als er sterren zijn. God maakt zijn belofte waar.

Dat God toekomst schept ziet ook Simeon. Hij werd van binnenuit door de Geest gedreven naar de tempel, waar hij de Messias zal ontmoeten. Het is een fijne zin: Hij was door de geest gedreven. Het is een zin die bij ons past. Gelovend en hunkerend zijn we, om de Messias te ontmoeten, om te zien dat het waar is dat God een nieuw begin heeft gemaakt. We zijn gedreven naar God en elkaar door de Geest.

Simeon ziet het heil in het Jezuskind: ‘Nu kunt Gij, Heer, volgens uw woord uw dienstknecht laten gaan in vrede, daar ik met eigen ogen heb aanschouwd uw heil, dat Gij onthult aan alle volken, de heidenen een openbarend licht, en heerlijkheid voor Israël uw volk.’

God heeft in Jezus het heil gestuurd. Simeon ziet het en zegt of jubelt het uit. Hij is gerust. God heeft toekomst gemaakt, voor ons, voor allemaal.

Wat valt er eigenlijk te jubelen over de toekomst? Het heil in onze toekomst. We denken natuurlijk aan het vaccin. En daarna weten we het niet zo goed. We zijn toch voorbij aan de wish-en bucketlist die we maken aan het begin van het nieuwe jaar. Vanuit de somberheid en eenzaamheid van nu weten we misschien niet zo goed wat die belofte inhoudt.

Ik vroeg een oude bevriende abdis ooit, in een tijd dat haar orde langzaam uitstierf en zij zelf ook kanker had: Hoe ga je om met deze tegenslagen? Wat gebeurt er met jouw vertrouwen in God? En ze antwoordde: het is heel eenvoudig, als God zijn hele leven voor mij en voor ons heeft gezorgd, zal hij dan nu ophouden dat te doen? Zij vertrouwde op wat God tot dan toe in haar leven had gebracht, dat hield een belofte in voor de toekomst.

Hoe de Gods' toekomst eruit ziet wordt aangekondigd in een derde verhaal. Het is verborgen in de evangelielezing van Lucas. Het gaat over die vrouw daar rechts afgebeeld, in die groene mantel, die een beetje afzijdig en treurig staat te kijken. In het verhaal van Lucas komt zij aarzelend naderbij en spreekt over de bevrijding van Jeruzalem. Haar naam is Hanna.

Het is niet de eerste Hanna die spreekt, ze wordt niet voor niets zo genoemd. De evangelist laat in haar naam een verhaal uit de traditie doorklinken. Hanna, een profetes, was de moeder van Samuel, een van de founding fathers van de joodse traditie. Als haar de geboorte van Samuel wordt aangezegd barst zij uit in een gezang.

Ze jubelt en juicht:
Nu juicht mijn hart dankzij God,
fier heft mijn hoofd zich op, dankzij de HEER,
mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden,
want dankzij uw hulp beleef ik vreugde.

God maakt arm en hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.
Hij verheft uit het stof wie berooid is,
uit het vuil tilt hij op wie alles ontbeert.
Hij laat hen wonen bij hooggeplaatsten,
hij houdt een ereplaats voor hen vrij.
Van de Eeuwige zijn de pijlers der aarde
waarop hij de wereld heeft vastgezet.

Onze Hanna kondigt ons de belofte van gerechtigheid van God aan. Komt de gerechtigheid waarover Hanna zingt vanzelf? Nee, zij komt van de mensen die er in geloven en er op vertrouwen. Komt zij alleen in woorden? Nee, ze komt wie de gerechtigheid haar willen dragen, in hun doen en laten, zoals we reeel zien in de zorg, In de echte aandacht die we voor anderen hebben. We schorten harde oordelen over elkaar op. God keert de wereld om, zo zingt zij, Hij heft op wie berooid zijn, hij tilt op wie ontbeert. De gerechtigheid van God, zij is ons gegeven in de komst van het kind, in de belofte van God dichtbij te zullen zijn. In alle onze ontberingen. We zien de gerechtighei dichtbij, vermoeden het heil, kunnen er op vertrouwen.

Nu hebben wij het heil aanschouwd. En kunnen geloven en danken over de bevrijding die ons is aangezegd. Straks aan het einde jubelen wij (niet wij hier, maar de zangers en u thuis) Gloria aan God. Want hoe stil we ook zijn, het is tijd om te jubelen over de komst van het Godskind. Gods belofte.

Amen.

 

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )