v-6.jpg
Lezingen: 1 Samuel 3, 3b-10.19, Johannes 1, 35-42

Nu thuiswerken, dankzij Corona, steeds gewoner is geworden, leer ik Dukenburg veel beter kennen. Allerlei onvermoede straatjes en parkjes heb ik ondertussen ontdekt, omdat ik ter afwisseling met het urenlange online werken regelmatig door de wijk loop. Op één van mijn wandelingen word ik getroffen door een mededeling op de toegangsdeur van een flat: ‘In dit complex geen energieadviezen, verkopers en geloofsovertuigers.’ Misschien (her)kent u deze waarschuwing wel, woont u in deze flat of heeft u het A4tje zelf uitgeprint en opgehangen. Peinzend sta ik voor de deur. Aan de ene kant begrijp ik het wel: niets zo irritant als ongevraagd benaderd worden door een colporteur. En geloofsovertuigers hebben nu eenmaal iets drammerigs, dat zit besloten in het woord overtuigen. Luisteren en overtuigen gaan vaak moeilijk samen. Maar de min of meer gelijkschakeling van een energieadviseur en verkoper met een geloofsovertuiger vind ik intrigerend. Het lijkt me een uitdaging om tóch aan te bellen en de frases van drie beroepsbeoefenaren te combineren in één zin: ‘Mevrouw, realiseert u zich wel dat mijn geloof energie óplevert én dat het gratis verkrijgbaar is?’ Ik beheers me.

Nu we de kersttijd achter ons hebben gelaten maken we een sprong in de tijd en ontmoeten Jezus bij zijn eerste openbare optreden. Het is Johannes die Hem aanwijst: ‘Zie het Lam Gods’. Simon en Andreas voelden zich onmiddellijk aangesproken, geroepen. En zij volgen hem. Zij gaan gelijk mee met deze man, die meteen als Rabbi -meester- wordt aangesproken. Zij ondernemen een reis die voelt als thuiskomen. De eerste zin van Jezus is een vraag: Wat verlangt gij? Geen gloedvol betoog, geen demonstratie van zijn geloofsovertuiging, geen oproep om blind te volgen, maar een vraag: Wat verlangt Gij? Tsja, wat verlang ik eigenlijk? Ik kan misschien ook beter aanbellen bij de flat, niet met een verkooppraatje maar met die vraag: waar verlangt u naar? Misschien horen we dan woorden over het verlangen naar rust, eenvoud, gezondheid, naar vrede, naar gezien worden, naar een betekenisvol leven. De geloofsovertuiger frommelt er dan in no-time een bijbel en een kerk tussen. Of energie-adviezen. Beheers je.

In de eerste lezing maken we kennis met Samuël. Hij hoort drie keer zijn naam. Tot drie keer toe denkt hij dat het Eli is die hem roept. Totdat Eli zegt dat het God is die roept: steeds opnieuw bij zijn naam. Samuël betekent: naam van God. Of uitlegger van de naam van God. Uiteindelijk begrijpt Samuel wat zijn roeping is: luisteren naar God. De eerste lezing besluit met de opmerking dat de Heer met Samuel is en dat niet een van woorden onvervuld zouden blijven. Samuel wordt geroepen, hij vindt zijn roeping. Wanneer vinden wij onze roeping? We denken bijvoorbeeld aan een intrinsiek gedreven motivatie om een bepaald beroep uit te oefenen. Als we in gesprek gaan met de artsen en verpleegkundigen van de ziekenhuizen en verpleegtehuizen horen we die roeping. En die roeping maakt dat ze stevig in hun schoenen staan, dat ze gevonden hebben wat bij hen past. Niet omdat het altijd makkelijk is, want soms -en we kennen de verhalen nu- is het zwaar, voelt het als een opdracht die weliswaar belangrijk is om uit te voeren, maar niet makkelijk is. Hoe blijft de verpleegkundige overeind als het moeilijk wordt? Hoe ga je als professional om met je verdriet bij een onverwacht gestorvene? Wat geeft nieuwe energie? Die ene patiënt, collega of familielid? Ook als we niet in de zorg werken ervaren we een roeping: dit moet ik doen, dit voelt goed, dit is belangrijk. Gelovigen en ongelovigen voelen zich geroepen. En de gelovige ziet achter de gezichten het beeld van God. De Godslamp op het altaar wordt niet gedoofd: Ik zal er zijn.

Ik sta nog peinzend voor de deur van de flat en lees nogmaals de waarschuwing. ‘Mevrouw, realiseert u zich wel dat mijn geloof energie óplevert én dat het gratis verkrijgbaar is?’ Nou ja, het geloof is gratis, de kerk niet echt. Nee, laat ik toch maar niet aanbellen. De kans dat ik verkeerd begrepen word is levensgroot, en dan? Mijn oog valt nu op het A4tje dat ernaast hangt en ik lees: ‘Gelieve niet tegen de deur te duwen als deze in beweging is, omdat de kans dan erg groot is dat de besturing defect raakt.’ Natuurlijk: ik hoef alleen maar aan te bellen en de deur zal in beweging komen. Als je geroepen wordt om boven te komen, hoef je niet te duwen of te overtuigen. Je hoeft alleen maar zelf in beweging te komen, naar boven te gaan en te luisteren. Als ik te hard duw gaat de besturing defect. Ik stel de vraag: wat verlang je? Wat verlang ik? Ik verlang ernaar om thuis te komen, juist door op weg te gaan. Net als Samuel en Petrus word ik geroepen. Ik vervolg mijn weg door Dukenburg. Soms loop ik alleen, soms loop ik samen met iemand. Niet te hard duwen, maar luisteren. Er gewoon voor mezelf en de ander zijn; sterker staan; geroepen.
Amen

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )