v-4.jpg
Lezingen: Filippenzen 1, 1-1

Soms lijkt het er erg op dat de predikant in z’n eentje voor u staat en zijn ding doet. Het is inherent aan mijn beroep die verbonden is met een roeping. Die is wat mij betreft niet vanuit de hemel linea recta op me gevallen. Dat is een proces die zich in mijn geschiedenis heeft afgespeeld en nog doorgaat. Nauwkeuriger gezegd: het gegeven dat ik in een christelijke geloofsgemeenschap opgegroeid ben, maakt dat ik zoiets als roeping überhaupt kon ontdekken en leren verstaan als een veelvoud aan stemmen die deze roeping hoorbaar heeft gemaakt. En daarin onzichtbaar en onhoorbaar verpakt ligt een verondersteld contact met de Bron die ik in Christus Gods liefde wil noemen.
Kijk, dat herken ik bij Paulus ook in deze brief. Hij zegt niet: Ik, Paulus of Ik Paulus en mijn hulpje. Paulus en Timotheüs staan hier broederlijk naast elkaar. Beiden benoemt hij als knechten of zelfs slaven van Christus Jezus. Hij gaat niet prat op zijn status als apostel of zo. Hij concentreert zich op de binding met de Bron van zijn drive, zijn inzet, zijn geraakt-zijn én betrokken zijn op de naamgever van de gemeente: Christus Jezus, de opgestane Messias. Deze Bron deelt hij met Timotheüs en dát bepaalt hun relatie. Deze is gelijkwaardig. Daar is geen boven en beneden. Zij staan naast elkaar, zijn elkaars naasten. (Geen enkele hierarchie!)

Hij richt zich aan de bisschoppen en diakenen van de gemeente. Ook hier vind je een tweetal van functies die de gemeenschap vertegenwoordigen. De episkopos is in het Grieks de opziener of toezichthouder, iemand die voor het reilen en zeilen van de gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt en daarvoor ook geroepen is. Dat is natuurlijk nog geen drager van een mijter, laat staan een gewaad uit pure purper. Misschien kun je hem of haar vergelijken met een ouderling-kerkrentmeester. En ook daar weer als naaste van de diaken. Kortom: geen toezicht zonder dienstbetoon en geen dienstbaarheid zonder deze dienstbaarheid juist versterkende toezicht. Dit gaat hier niet over controle, maar over samenspel en versterking van elkaars inzet en gaven. Waardering! Paulus noemt hen wellicht ook omdat zij de hulp hebben georganiseerd waarvoor hij in zijn gevangenschap in Efeze zeer erkentelijk is. Toch ook hier weer geen extra-worsten: zij maken deel uit van ‘alle heiligen in Filippi’, de gemeente van Christus Jezus.

Ik hoor hier een Paulus die niet op zijn eigen autoriteit en macht is bedacht. Paulus gaat het niet om positie, maar om communicatie. Hij is geen Einzelgänger zoals zo vele predikanten en waar ik ook vaak me zelf in terug vindt. Hij is van meet af aan collega vanuit een gemeenschappelijke gebondenheid in Christus (slaaf) en juist zo vrij voor wederkerigheid en stimulerende verbondenheid met elkaar. Hij erkent en herkent in een ieder die in de Naam van deze Christus werkt deze verbondenheid, wederkerigheid en betrokkenheid. Hij koppelt dit niet aan sympathie of antipathie, maar aan gemeenschappelijke context en bron. Voor Paulus is er maar één de ‘dominee’ (Heer) en dat is Christus zelf. Paulus is, zo zouden we vandaag zeggen, bij alle eigengereidheid en bruisende begaafdheid op basis van zijn visie een teamwerker, maar wel eentje, die je het vuur na aan de schenen kan leggen, die de confrontatie met wie ook niet uit de weg gaat omdat het hem niet gaat om het eigen gelijk of persoonlijke machtswinst, maar om het onderhouden van de liefdesgemeenschap in Christus. Dit is het wezenlijke waar hij ook de gemeente op aanspreekt. Zij zijn vanuit zijn diepste overtuiging deelgenoten van dezelfde genade.

Dit werkt Paulus nu verder uit. Dat is de tweede gedachtegang. Dat er een gemeente van mensen is die vanuit diezelfde bron wil leven en haar leven wil inrichten in haar stad, vervult Paulus met grote gevoelens van dankbaarheid en vreugde. Zeker, de meeste leden van de gemeente in Filippi waren gegoede burgers in deze Romeinse veteranenstad. Zij konden Paulus die ten tijde van het schrijven van de brief in de gevangenis zat, materieel gezien relatief makkelijk ondersteunen. Geld was geen probleem. Ze lieten het niet bij geld alleen. Zij waren en bleven met Paulus verbonden met hun gebeden én ze stuurden iemand uit de gemeente naar hem toe om hem van het nodige te voorzien en meer nog: zijn naaste te zijn. Zij keken om naar de gevangene. Het mooie is trouwens dat de gevangene hier de brieven stuurt naar de vrije burgers om hen moed in te spreken en hen in hun godsvertrouwen te versterken en niet andersom.
(Idee voor Amnesty om eens brieven te vragen vanuit de gevangenissen – zover mogelijk natuurlijk bij alle geweld en censuur.)
Ik moet aan Bonhoeffer denken die ons brieven uit de gevangenis heeft overgeleverd die nog steeds ongelooflijk aangrijpend zijn omdat ook zij uit diezelfde bron zijn geschreven met het oog op een tijd waar een heel land zich van God en medemens had afgewend. Zij raken ons en doen een appél op ons, om ons voor elkaar in te zetten, waakzaam te zijn en in verbondenheid met elkaar te leven, waarbij niet de positie maatgevend is, maar communicatieve betrokkenheid en naastenliefde, support en vriendschap.
Dit is waar Paulus tenslotte de gemeente bij bepaald om al zorgende en biddende vanuit deze liefde te leven en dat kan alleen als je in alle concrete situaties van het leven en samenleven het verschil maakt in het perspectief dat de overwinnende Christus de wereld herschept tot een plaats van vrede en gerechtigheid. Voor Paulus gaat het dan om een communicatie van wederkerigheid en confrontatie waarin wij – even geraakt door Gods liefde als hij – in contact met elkaar ons durven laten aanspreken op waar het nu en onder deze omstandigheden op aan komt. En dat noemt Paulus vruchten van gerechtigheid. Zo doen we elkaar recht. Zo zijn wij elkaars naasten. Zo waarderen wij elkaars gaven. Zo zijn we ook met elkaar en naast elkaar verantwoordelijk voor de opbouw en het onderhouden van een gemeenschap waar we ons niet verstoppen achter de dominee of de voorzitter of de bisschop of de diaken, maar dat met elkaar zijn, elkaar daarop durven aanspreken, de confrontatie durven aangaan als naasten van en in hem die leven is en leven doet. Amen.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )