Luister eens – 28 en 29 mei 2022 – Roland Brans

Handelingen 7, 55-60
Johannes 17, 20-26

‘Luister eens!’ Ik heb zojuist de telefoon opgenomen en degene aan de andere kant van de lijn veronderstelt vast dat ik luister, maar hij probeert nog nadrukkelijker mijn aandacht te trekken. ‘Luister eens.’ De opmerking doet me terugdenken aan drie telefoongesprekken die in de afgelopen weken mijn aandacht trokken. Dat is overigens wat we graag willen: aandacht krijgen en vooral gehoord worden door de ander. Vandaag is het wereldcommunicatiedag. En dat in een wereld waar aan de ene kant niets zo vanzelfsprekend is als communicatie, maar waar we tegelijkertijd elkaar nauwelijks meer lijken te horen. Of liever: we horen elkaar wel, maar we verstaan elkaar zo slecht. Het eerste gesprek dat mijn aandacht trok, was dat van Paus Franciscus met Patriarch Kirill van Moskou. Het gesprek ging over de oorlog in Oekraïne. De Paus beschrijft: ‘De eerste twintig minuten las hij me alle rechtvaardigingen voor de oorlog voor. Ik luisterde en zei: ‘Ik begrijp hier niets van. Broeder, wij zijn geen staatsklerken, wij mogen de taal van de politiek niet gebruiken, maar die van Jezus. Wij zijn herders van hetzelfde heilige volk van God. Daarom moeten wij de weg naar vrede zoeken, het wapenvuur stoppen’. Volgens mij een boodschap die niets aan de duidelijkheid te wensen overlaat: we moeten de taal van Jezus gebruiken, de taal van de vrede.

In het evangelie dat we vandaag lezen, horen we Jezus bidden, in zijn taal. Volgens Johannes bidt hij vlak voordat hij gevangen genomen en verhoord zal worden, een soort afscheids-gebed. Nu noemen we dat het hoogpriesterlijk gebed. Jezus zal de wereld gaan verlaten, maar nu richt hij zich nog tot diezelfde wereld. Eerst bidt hij voor zichzelf, zijn taak is volbracht, vervolgens voor zijn leerlingen en in de strofen die we zojuist gelezen hebben, richt hij zich tot alle gelovigen. Het is een gebed om eenheid. Net zoals de oproep van Franciscus aan Kirill: zijn wij niet alle christenen? Wij zijn heilig én werelds. Wij zijn in de wereld en juist vandaag horen we Jezus dit bidden: ‘Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken U en zij weten dat U mij hebt gezonden. Ik heb hen Uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U Mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’ De liefde waarmee God Jezus liefhad zal in ons zijn.

Liefde. Waar is de liefde, als we elkaar soms zo kunnen misverstaan? Als we elkaar beschul-digen van onwaarheden, van fake-nieuws, als dat wat we met onze eigen ogen aanschouwen, door anderen als onwaar, onjuist of verkeerd begrepen wordt betiteld? De communicatie is van deze wereld, maar is die ook van de liefde? Het brengt me bij het tweede telefoongesprek waar ik aan moet denken, een hartverscheurend gesprek. Een vrouw in Oekraïne belt met haar moeder in Rusland: ‘Mama luister dan, ze bombarderen ons!’ Haar moeder aan de andere kant van de lijn, antwoordt: ‘Nee hoor, ze hebben op televisie beloofd, dat ze geen burgers zullen bombarderen’. Hoe cynisch is de macht, hoe grotesk het gemanipuleerde beeld, als zelfs een dochter haar eigen moeder niet meer kan overtuigen van wat er werkelijk gebeurt? Mama, luister dan! Luister naar het onrecht.

Het is Stefanus, zo lezen we in de eerste lezing, die het ultieme onrecht zal moeten aanvaarden, dood door steniging. Stefanus is onze eerste martelaar. Saulus die dan nog geen Paulus heet en die nog niet het licht van Jezus heeft gezien, keurt de moord op Stefanus goed. En toch, hoe is dat mogelijk: in de voltrekking van dat ultieme onrecht ziet Stefanus de liefde staan; hij richt zijn blik op de hemel en ziet deze geopend, hij ziet de luister van God, en Jezus die aan zijn rechterhand staat. Hij kan nog uitbrengen voordat hij sterft: ‘Heer, reken hun deze zonden niet aan.’

Vandaag zijn wij verweesd. Wat is onze richting, zo tussen Hemelvaart en Pinksteren? Wat is onze richting, tussen de herinnering en de toekomst? Nu zijn we op onszelf aangewezen. Het is het gebed om de eenheid van Jezus, dat ons steunt. Ik herinner me het derde telefoongesprek. Op een kleine school in Maas en Waal zitten drie kinderen aan een tafel. Ze spreken met elkaar, maar het is een ingewikkeld gesprek, want twee van de kinderen zijn Nederlands en het derde kind, een meisje, komt uit Oekraïne. Ze is slechts een week geleden aangekomen uit de oorlog in haar land. Ze spreken met elkaar, er zit geen scherm of telefoon tussen, zoals bij Franciscus en Sirill of bij het zojuist beschreven korte gesprek tussen moeder en dochter. Of toch? Want voor hen op tafel ligt een telefoon. De Nederlandse kinderen hebben in het Nederlands gesproken en het Oekraïense meisje in haar eigen taal. En toch begrijpen ze elkaar, want steeds in de korte pauze tussen de woorden, vertaalt Google-translate op hun telefoon wat ze tegen elkaar hebben gezegd. Het gaat moeizaam, maar ze snáppen elkaar: straks als ze naar buiten gaan, weten ze al wat ze gaan doen: op de speelplaats gaan ze samen spelen.
Waar Franciscus en Kirill, de moeder en de dochter, elkaar ondanks de techniek niet konden bereiken en verstaan, kunnen de drie kinderen dat wél, dankzij diezelfde techniek. En Jezus bidt: ‘Dan zullen zij volkomen één zijn en de wereld zal begrijpen dat U mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U mij liefhad.’ In deze wereld vol miscommunicatie, zien we het gelukkig nog steeds: mensen die elkaar echt horen als er wordt gevraagd: ‘zeg, luister eens’.


Geplaatst in Preken.