Overweging op 16 januari 2022 door Berber Overdijk

Hier ziet u een schilderij met de titel: De bruiloft te Kana. Misschien denkt u: het ziet er niet uit alsof dit zich afspeelt in Israel in de eerste eeuw. Dat is ook zo. Het is een schilderij gemaakt door een schilder uit Venetië en hij heeft het verhaal verplaatst naar het Venetië uit de 16de eeuw. Het is geschilderd door Paolo Veronese in 1563.

Dit schilderij is het grootste doek uit het Louvre, 10 meter breed en 7 meter hoog, maar waarschijnlijk het schilderij dat het minst wordt bekeken. Waarom? Omdat het tegenover de Mona Lisa hangt en iedereen alleen maar daarnaar kijkt. Mocht u nog een keer de gelegenheid hebben, draait u zich dan vooral om om een blik op dit doek te werpen. Het is mooi geschilderd en heeft ook nog een interessante geschiedenis. Napoleon heeft het meegenomen, geroofd uit Venetië, door zijn grootte is het kapot gesneden en weer aan elkaar genaaid om het te vervoeren, en in het Louvre zelf doen ze veel moeite om te voorkomen dat het scheurt vanwege zijn enorme gewicht.

Het is duidelijk feest. Het is druk. Er staan 130 personen op. Als je het ziet denk je onwillekeurig: Maar dat mag helemaal niet, zoveel mensen op een kluitje in deze coronatijd. Er zijn veel mensen in kleurige gewaden, er is genoeg eten en drinken en er is een orkestje dat muziek maakt. Waar het bruidspaar zit dat de aanleiding is voor het feest is even zoeken. Volgens kenners zitten ze helemaal links aan het uiteinde van de tafel. Je zou ze eigenlijk aan het midden van de tafel verwachten, helemaal centraal. Maar daar zitten belangrijke gasten. We zien Jezus in het midden zitten en naast hem zijn moeder Maria. Zij zijn de belangrijkste figuren van dit schilderij. Belangrijker dan allerlei ingevoegde bekende personen uit de tijd van de schilder zoals Karel de Grote en anderen.

Het hele verhaal is in dit schilderij terug te vinden. Aan de rechterkant zien we een bediende vaten vullen met water. Vlak achter hem staat een mooi geklede gast die een glas proeft en merkt dat het wijn is geworden.

De belangrijkste gasten dus in het midden. Niet alleen Jezus, maar ook zijn moeder zitten centraal. Zijn moeder, die in dit verhaal niet bij haar naam genoemd wordt maar alleen als moeder van Jezus.

In de tweede zin van het verhaal wordt ze al genoemd, als eerste. De moeder van Jezus is er, zij is aanwezig, en daarna gaat het over Jezus en zijn leerlingen die zijn uitgenodigd. Hierin schemert al iets door van haar belangrijke rol in dit verhaal. Zij is ook degene die Jezus erop attendeert dat er geen wijn meer is. De reactie van Jezus is behoorlijk cryptisch. Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen. Moeilijk te vertalen en daarom zeer verschillend. Vrouw wat heb ik met u te doen? Betekent dat iets tussen mij en u vrouwe? Wat is dat voor mij en voor u vrouw? Bemoei u niet met wat ik moet doen.

Hoe moeten wij dit opvatten? Op verschillende andere plekken in de Bijbel vinden we ook dit soort frases. Het klinkt niet vriendelijk en is bedoeld om duidelijk te maken dat de vragensteller met het gevraagde niets te maken heeft, zijn moeder kan niet bepalen wanneer Jezus’ tijd gekomen is.

Hoe dan ook laat Maria zich hierdoor niet uit het veld slaan en zegt tegen de bedienden dat ze moeten doen wat Jezus zegt wat het ook is. Waarom ze naar haar luisteren is mij nog steeds een raadsel. Had ze zoveel gezag? Was de situatie zo nijpend dat ze alles aangrepen wat deze kon verbeteren? Dit zijn de laatste gesproken woorden van Maria in de Bijbel. Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is. Zij is de spil van dit verhaal, de verbinding tussen Jezus en de rest. Het draait om hen beiden, niet alleen om Jezus. Het klopt helemaal dat ze in het midden van het schilderij te vinden is naast Jezus.

Als dit allemaal achter de rug is en de vaten zijn gevuld met water, blijkt dat er een transformatie (gedaanteverandering) heeft plaats gevonden en het water wijn is geworden, en niet zomaar wijn maar hele goede wijn. De ceremoniemeester spreekt hierover zijn verbazing uit naar de bruidegom, die vast stomverbaasd was. Jezus wordt niet bedankt, alleen de bedienden en de leerlingen weten dat het in zijn opdracht gedaan is. Het heeft grote gevolgen, de bruiloft is gered en de leerlingen geloofden in hem. Door dit eerste van de in totaal 7 tekenen in Johannes laat Jezus zien wie hij is en waar hij voor staat. Hij openbaart zijn grootheid stukje bij beetje en hier begint het mee. Met een feest, dat is om vrolijk van te worden! Een bruiloft, een liefdesfeest bij uitstek. Het feest van vreugde, verbinding, hoop en optimisme, waar wijn een symbool van is.

En wat transformeert er nou precies? Water verandert in wijn vertelt het verhaal. Iets heel gewoons wordt iets heel bijzonders. Daardoor wordt het feest omgebogen van een dreigende mislukking naar een groot succes. Een neergaande lijn wordt een opgaande lijn. Jezus wordt hierdoor steeds bijzonderder en geloofwaardiger, het geloof in hem begint te groeien.

Bij een transformatie verandert er iets/iemand in een andere gedaante, vaak in iets mooiers, rijkers, beters. Gebeurt dat vanzelf of heb je er iets voor nodig? Moet je er in geloven? Ik denk dat ervoor openstaan wel belangrijk is. Luisteren naar Maria, dat deden de bedienden, ook al begrepen ze niet waarom. Ze vulden de vaten met water ook al was dat in hun ogen misschien geheel onnodig. Ze deden het, op hoop van zegen misschien, of vanuit de gedachte: Baat het niet dan schaadt het niet, of vanuit hoop of idealisme. Ze weigerden niet, ze stonden ervoor open.

Dat lijkt nodig te zijn voor een transformatie: hoop dat er iets kan gebeuren.

Dat geldt voor ons allemaal. Als we denken dat er niets mogelijk is gebeurt er ook niets. Als we ons laten leiden door hoopvolle woorden en gedachten hebben we ruimte in onszelf om te transformeren of die in gang te zetten bij iets of iemand anders. Als we de openheid hebben om iets nieuws te zien, dan zijn we al begonnen.

Maria is degene die ons in dit verhaal kan inspireren doordat zij ziet wat nodig is, het benoemt en de opdracht geeft: Doe maar wat hij jullie zegt. Zij wist het ook niet maar vertrouwde Jezus en gaf dit vertrouwen door.

Kunnen wij elkaar ook transformeren? Ik denk soms wel. In een gespreksgroep in het verpleeghuis hadden we het begin januari over het nieuwe jaar, hoe we daar tegenaan kijken en wat het ons zal brengen. Natuurlijk kwam corona aan de orde. Een oude dame zei dat ze zich niet kon indenken dat de situatie zou verbeteren. Een andere mevrouw, die zeer moeizaam en bijna onverstaanbaar spreekt maar heel graag bij de groep aanwezig is en ook graag haar mening geeft, hoorde ik zeggen: Hoop doet leven. En daarmee gaf ze ons allemaal nieuwe moed. Door wat ze zei maar ook doordat zij het zei. We verstaan haar vaak niet en daardoor is het moeilijk contact met haar te krijgen. Nu was juist zij degene die iets heel zinnigs zei waar we allemaal mee verder konden. Het verloop van de groep was voor ons verrassend. Aan het begin hield ik mijn hart vast of we überhaupt wel een gesprek zouden kunnen voeren en toen kwam zij met zo’n mooie bijdrage. Zij transformeerde voor onze ogen van iemand die nauwelijks een bijdrage kon leveren aan het gesprek tot iemand die ons liet zien hoe zij omgaat met tegenslagen waar wij iets van kunnen leren. Op zo’n moment gebeurt iets tussen mensen, daar is God in ons midden.

En in onze maatschappij? Het zou fijn zijn als we elkaar soms anders zouden kunnen zien dan tegenstanders met verschillende meningen over belangrijke onderwerpen, als we elkaar zouden blijven zien als mensen die het leven delen.

Transformatie is een innerlijk proces dat je zelf in gang kunt zetten met behulp van de Geest en oefening. Ik heb zelf in een training een belangrijke oefening geleerd die ik hier wil delen. Het gaat om het openstaan voor moeilijke emoties. Wij mensen vinden het moeilijk om geconfronteerd te worden met negatieve emoties, daar lopen we het liefst voor weg. In het boeddhisme is een oefening die gaat om het toelaten van deze gevoelens (van jezelf of van een ander) door bij het inademen hieraan te denken, en ze dan te transformeren tot het tegenovergestelde en die uit te ademen. Dus je ademt het zware, het donkere, het negatieve in, en na de transformatie in jezelf adem je het lichte, het frisse, het mooie uit. Dat is best moeilijk, omdat je als vanzelf je verzet tegen het binnenkomen van het negatieve. Toch is het een mooie oefening, die mij op bepaalde momenten lichter heeft gemaakt.

God is degene die transformatie wil. Jezus is daar het voorbeeld van. Hij laat zien dat niets vanzelfsprekend is, dat de beste wijn ook aan het eind geschonken kan worden, dat water kan veranderen, dat liefde het laatste woord heeft, dat elk mens de moeite waard is.

En dit alles gebeurde op de derde dag, staat er in de eerste zin van het verhaal. De derde dag, dat is geen gewone dag, dat is altijd een bijzondere dag. Er zijn veel derde dagen, de belangrijkste daarvan is de dag van de opstanding, over transformatie gesproken…

Ook daar was Maria bij aanwezig, zij ziet en gelooft. Zij wijst ons de weg met haar woorden: Doe maar wat hij jullie zegt. Als we daarnaar luisteren is transformatie mogelijk, van onszelf en van elkaar. Dat we het geloof en vertrouwen mogen houden dat voor God niets onmogelijk is.

Amen

Geplaatst in Preken.