2022-09-17 en 18 Wandelen in het licht, Roland Brans

Lezingen: Amos 8, 4-7 en Lukas 16, 1-13

Dit verhaal leest als een spandoek. En op het spandoek staan de arme schuldenaar en de rentmeester afgebeeld. Wie is er nu nog rentmeester? Het is weliswaar een eeuwenoud beroep, maar ik ken in mijn omgeving niemand die dit werk doet. Het beroep is lang geleden ontstaan toen sommigen zoveel land in hun bezit kregen dat zij anderen nodig hadden om hun land te beheren. De rentmeester hield toezicht op het gebruik van de grond, deed de boekhouding en inde de pacht. Ongeveer net zoals in de zojuist vertelde parabel uit het evangelie. Ik ontdekte dat er in Nederland een vereniging van rentmeesters is. Volgens deze vereniging zijn de rentmeesters managers van de leefomgeving, alleen lopen ze nu niet meer over het veld, maar zitten vooral achter de vergadertafel om te onderhandelen, organiseren en coördineren. Op de website van deze rentmeestersvereniging staat dat zij oog willen hebben voor alle betrokkenen, in de stad en in het landelijk gebied. Dat klinkt als een taak voor ons allemaal: managers van de leefomgeving zijn: zorgen voor ons huis en goed, waarbij we niet alleen de opdracht hebben om naar onszelf te kijken, nee, we moeten oog hebben voor alle betrokkenen.

Terug naar het evangelie van Lukas. Het is een ingewikkelde parabel die bij Lukas wordt verteld. De rentmeester in dit verhaal krijgt van zijn baas op de kop dat zijn bezit wordt verkwist. Zijn baas, de rijke man, is dat God? En wat doet de rentmeester, nadat hij deze beschuldigingen heeft gehoord: hij probeert bij de schuldenaars in een goed blaadje te komen, door hun schulden te verlagen. In plaats van dat zijn baas hem hiervoor op zijn kop geeft, prijst hij hem! Het lijkt erop dat in de ogen van de rijke man hij weer ‘een kind van het licht geworden is’. Misschien was deze rentmeester dan wel een opportunist, hij deed wel het goede. Je zou kunnen zeggen dat uiteindelijk deze rentmeester gehandeld heeft conform de beschrijving van de Nederlandse vereniging: hij had oog voor alle betrokkenen.

Als er iets actueel is op dit moment is het de positie van de mensen die schulden hebben. En juist nu zien we steeds meer mensen die daarin terechtkomen, buiten hun schuld, door de torenhoge energielasten en de hoge prijzen van eerste levensbehoeften. Is er wel een rechtvaardiging voor nog hogere huren, nog hogere prijzen als daarmee de kloof tussen rijk en arm verder groeit? De mammon eist vele slachtoffers. Goed, dat steeds meer mensen zich hier druk om maken; in de politiek en in de vele lokale organisaties van armoede-bestrijding. Hoewel we eigenlijk vinden dat iedereen zonder hulp een menswaardig bestaan moet kunnen leiden, hebben we ook hier in de Ontmoetingskerk een voedselbank waar velen gebruik van kunnen maken.

In de eerste lezing van vandaag, klaagt de profeet Amos de rijken aan die zich ten koste van de armen nog verder verrijken. God zal ze een lesje leren, lijkt de profeet te zeggen. Amos en Jezus vinden elkaar in hun gezamenlijk oproep: wees rechtvaardig, betrouwbaar, heb oog voor elkaar. Zij zullen wandelen in het licht. Welke topman van een bank of financiële instelling verdient eigenlijk extra geld? Loesje -van die ludieke posters- weet het wel: Voedselbank; de bank die een bonus verdient.

En wij? Misschien horen we wel bij degenen die de eindjes net of net niet aan elkaar kunnen knopen. Of zijn we rijk en hoeven ons niet druk te maken. Aan ons allemaal wordt gevraagd om ons heen te kijken en in het licht te wandelen. Marja vertelt: “Ik krijg van de Vincentiusvereniging elke week een boodschappenpakket en ben klant bij de voedselbank. Ik had een periode dat ik me helemaal geen zorgen over geld hoefde te maken. Maar door omstandigheden moet ik nu leven van 50 euro per week en heb ik schulden.” Net zoals veel anderen in armoede raakte Marja in een isolement, maar ze besluit haar verhaal met de opmerking dat het iedereen kan overkomen en dat ze zich vroeger heeft geschaamd, maar nu niet meer. Ze is blij dat ze er met anderen over kan spreken.

Die rentmeestersvereninging waar ik in het begin over sprak houdt zich niet bezig met armoedebestrijding, maar wil wel, zoals gezegd, oog hebben voor alle betrokkenen in de leefomgeving. Toen ik op de website van deze vereniging keek zag ik bij de gedragscode staan: de pagina die u zoekt is tijdelijk verwijderd, heeft inmiddels een andere naam of ander adres, of is tijdelijk niet beschikbaar. Jammer, ik was eigenlijk wel benieuwd naar een actuele gedragscode voor rentmeesters. Maar ach, het ligt eigenlijk wel voor de hand: deze is te vinden in Lukas 16, 1-13. Misschien moeten ze daar op de website maar een verwijzing naar maken. Echte rentmeesters die geen gedragscode nodig hebben, handelen vanuit het hart van het evangelie.
Het is prijzenswaardig dat schuldeisers de armen verlichting van schulden geeft. De mammon is overal, maar ook overal zijn de mensen die in het licht wandelen en daarmee een echte bonus verdienen. Dit verhaal leest als een spandoek. Jezus kiest partij. Waar liefde is en omzien naar elkaar, daar is God.

Roland Brans

2022-09-10 en 11 Overweging 24e zondag door het jaar C, Els Geelen

Lezingen Exodus 32, 7-11.13-14 en Lc. 15,1-10

Zoals zo dikwijls vertelt Jezus in het evangelie parabels die direct bij de werkelijkheid aansluiten, en die werkelijkheid is dat iets fout kan lopen. Zoals dat schaap dat verloren loopt, dat zilverstuk dat verloren geraakt. Vandaag hadden we ook verder mogen lezen in het evangelie. De keuze was hier stoppen of het doorlezen en de overbekende (althans dat neem ik aan) parabel erbij te lezen van de verloren zoon. U weet wel… die zoon die zijn erfdeel opeist, het verbrast en berouw krijgt. Teruggaat naar zijn vader om te zeggen dat hij niet meer de zoon is van die vader maar als arbeider wil gaan werken. Zijn vader heeft dagelijks op de uitkijk gestaan en is super blij dat zijn zoon weer terug is en geeft een feest. De andere zoon is daarover dan weer boos, want voor hem is er nooit een feest gegeven en het gemeste kalf geslacht. Dit was in vogelvlucht regel 11 t/m 32 van dit hoofdstuk uit Lucas 15.

Maar goed… het schaap loopt verloren, het zilverstuk wordt verloren en die zoon gaat de verkeerde weg. Opvallend is dat het zilverstuk er zelf niets aan kan doen dat het verloren is. Het is de vrouw die slordig is geweest. Maar de vrouw maakt het weer goed door alles te doorzoeken en uiteindelijk vindt zij het terug. Ze is zo blij dat ze het gaat vertellen aan de buren en haar vriendinnen. Ze was niet helemaal goed bezig, maar heeft actie ondernomen en is weer op het rechte pad gekomen.

Dat is anders bij het schaap en de zoon: die zijn wel verantwoordelijk voor hun fout. Niemand heeft hen immers verplicht het verkeerde pad op te gaan. Het verloren zilverstuk maakt dus duidelijk dat het niet altijd de fout is van de zogenaamde zondaar dat hij of zij foute dingen doet. Vaak zijn het de omstandigheden die iemand de verkeerde weg doen opgaan. Omstandigheden waar de zogenaamde zondaar niet voor gekozen heeft, zoals bijvoorbeeld foute dwang die kan uitgaan van gezinnen, relaties, vriendengroepen, werk of vereniging. We moeten dus niet altijd klaar staan met ons oordeel. Dat is wat Jezus met deze parabels voorhoudt aan de farizeeën en de schriftgeleerden. Die nemen het Hem zeer kwalijk dat Hij tollenaars en zondaars niet afwijst en niet veroordeelt, want dat moet je toch doen met zulke mensen? Nee, zegt Jezus, dat moet je niet doen, dat doet mijn Vader in de hemel ook niet, integendeel.

Hij kent alleen maar vreugde als Hij iemand kan helpen die in de fout is gegaan. Dat komt op ontroerende wijze tot uiting in de parabel van de verloren zoon, die trouwens veel beter de parabel van de liefdevolle en barmhartige vader zou genoemd worden. Hij ziet zijn zoon in de verte aankomen, snelt naar hem toe, en nog voor die zoon iets heeft kunnen zeggen, omhelst en kust hij hem hartstochtelijk. En zo beklemtoont Jezus dat zijn Vader in de hemel geen God is van wetten en voorschriften die foutloos moeten ingevolgd worden, en zeker geen God van straf en wraak, maar een God van barmhartigheid, liefde, vrede en vreugde. Ook daarmee hebben de farizeeën en de schriftgeleerden het moeilijk. Zij zijn als de oudste zoon in de parabel: die is helemaal niet blij dat zijn losbandige broer zo feestelijk verwelkomd wordt, integendeel, hij is zelfs zo kwaad dat hij weigert naar binnen te gaan. Wellicht moeten we toegeven dat ook wij lijken op die kwade zoon, en zelfs op de farizeeën en de schriftgeleerden. Immers, ook wij staan heel snel klaar met ons oordeel. Je hoeft maar te kijken naar de reacties op facebook of twitter.

Ik las het deze week nog op facebook. Een meisje werd aangereden door een auto en haar telefoon lag verder op in het gras. Iedereen ging los op het feit dat ze met haar telefoon bezig was ipv het verkeer. Terwijl iemand die het ongeluk zag gebeuren, zag dat zij NIET met haar telefoon bezig was, maar door de klap uit haar jaszak was verloren. Dus… wij oordelen vaak zonder alle details te weten. En ook wij zijn bijlange niet altijd vergevensgezind, want ‘vergeten en vergeven’ zijn voor ons vaak niets meer dan mooie woorden. Dat is precies waarvan Jezus ons wil genezen: dat we wel mooie woorden kennen, naar dat het daarbij blijft, omdat we vaak niet zomaar willen vergeven. Dat doet onze Vader in de hemel wél, en zijn vergeving stopt nooit. Alle mensen zijn immers zijn schepping, en in elk van die mensen heeft Hij een stukje van zichzelf opgenomen. En Hij kan zijn eigen schepping toch niet veroordelen, want dan veroordeelt Hij zichzelf. Hij blijft naar ons zoeken en als wij luisteren dan komt het weer goed. Dan kunnen wij Zijn liefde weer ontdekken en ervaren.

Ook wij zijn een stukje van Gods schepping, ook ons zal God dus niet zomaar veroordelen, en dat is maar goed ook. Want wij staan wel vaak klaar met ons oordeel, maar toegeven dat we zelf ook geen engeltje zijn is iets waar we veel minder goed in zijn. Het zou dus goed zijn als wij zelf ook barmhartig zouden zijn voor onze medemensen, in plaats van altijd te oordelen en te veroordelen. Want alleen als we barmhartig zijn kunnen we meewerken aan Gods Koninkrijk van liefde, vrede en vreugde. Een Rijk waar het heerlijk is om in te wonen. Amen.

Els Geelen, Heilige Drie-eenheid

2022-09-11 Overweging 24e zondag door het jaar C, Cobi Voskuilen

Lezingen Exodus 32,7-11.13-14 en Lucas 15,1-10

We zongen net: luister en leer wat leven is in groot geluk en diep gemis. Nu is leven in groot geluk voor de meesten van ons niet zo moeilijk. Het is dan vaak volop genieten. Maar leven in groot gemis, is veel lastiger.
In mijn ogen is het heel menselijk wat het volk van Israël doet. Als je levensweg moeizaam gaat, als de belofte van lang geleden verwatert, wanneer tegenslagen zich gaan opstapelen dan raakt bij mensen het vertrouwen op. Wordt het moeilijk de moed erin te houden, te geloven in betere tijden. Dat geldt voor een relatie die wringt, waarin weinig verbetering te bespeuren valt. Dat geldt als je inkomen hard achteruit gaat en je door de hoge kosten van levensonderhoud nauwelijks nog rond kan komen. Wanneer je onder terreur of oorlog moet leven of langdurig ziek bent. Want wat is dan nog het perspectief waar je voor wil gaan? Hoe hou je dat levend zodat je erin blijft geloven?

Al gauw klinkt dan de verleiding je toevlucht te zoeken tot het gouden kalf dat ons wordt voorgeschoteld. De verschillende loterijen met grote prijzen waar mensen van gaan dansen. Sommigen zoeken hun heil bij de afgod van drugs of drank om dat gelukzalige gevoel te krijgen waar ze zo naar verlangen. De oppervlakkigheid van onze maatschappij speelt gretig op die zoektocht in. Het haalt mensen zo snel mogelijk weg van pijn, verdriet en ongemakken, alsof dat niet mag bestaan. Zo zet ze ons voortdurend op het spoor van de hedendaagse afgoden. Een healthy lichaam, een huis dat ‘up to date’ is en ‘uit het leven halen wat erin zit’ staan met stip genoteerd. Het vuurtje voor zo’n afgod wordt warm gehouden door reclames en videoclips. Het lijkt bijna of ze ons mensen bewust om de tuin leiden. Is iedereen anno 2022 echt zo gelukkig? Zijn eenzaamheid, onrecht, armoede, gebrekkigheid en machteloosheid dan voorgoed verdwenen? Nee, dat is maar schijn.

Onder de oppervlakte gaat toch altijd veel leed schuil. Het blijft hard werken om de weg van waarachtigheid en van trouw aan je idealen te durven gaan. Dat is immers de weg die uiteindelijk wel het meeste soelaas biedt, maar wie durft daar nog in te geloven? De strijd tegen het gouden kalf is om de dooie dood niet eenvoudig. Dat wist Mozes al. Hij is boos om het gedrag van zijn volk, voelt zich onmachtig en vraagt JHWH om raad. Israël’s God is immers degene die ‘gelovige’ taal verstaat. Die net als Mozes gaat voor eerlijk houvast, voor leven met een perspectief voor ieder mens.

Eigenlijk is het mooi om te zien dat niet alleen de mens zich onmachtig voelt, in het verhaal van Exodus, maar ook JHWH. Zelfs Hij (zo lazen we) voelt woede in zich opkomen als het volk dwars ligt en voor de oppervlakkigheid kiest. Uiteindelijk is JHWH onmachtig de mens te laten omkeren, daar moet de mens zelf voor kiezen. Als de mens niet uit zichzelf God wil zoeken dan wordt Hij niet gevonden. Die onmacht brengt JHWH ertoe het volk te straffen. Wie niet luisteren wil, niet trouw kan blijven, moet maar voelen. Maar Mozes doet een goed woordje voor ze. Hij doet een beroep op Gods barmhartigheid. Mozes staat (letterlijk en figuurlijk) weliswaar dicht bij God, maar ook dicht bij zijn volk. Hij weet hoe moeilijk het is om de verleidingen te trotseren. Om trouw te blijven aan het perspectief van Leven. Dat zal God toch ook kunnen invoelen? Mozes probeert het volk op het spoor van echt Leven te houden. Dat zit van binnen, heeft alles met je hart te maken. Voor echt Leven moet je moeite doen, dat komt niet aangewaaid. Wie durft te graven in zijn binnenste, op zoek gaat naar de kern, kan het mogelijk opdelven. Dat kost inzet en geduld. Het is vaak een kwestie van wachten, van goed vertrouwen en van toewijding. Je vindt het bij de gratie van onze verbondenheid met de Gever van het Leven. En dat is niet alleen voor u, jou of mij weggelegd maar voor ieder mens.

Mozes waagt daarom nog een poging met die twijfelaars, dat afvallige volk. Hij heeft net een wonderbaarlijke ontmoeting met God gehad waarin God zelf hem trouw aanzegt. Dat en niets anders vormt daarna de bestaansgrond van zijn leven. Met dat beeld van Gods trouw wil Mozes zijn zusters en broeders versterken. Het volk dat hem is toevertrouwd mag toch niet verloren gaan. Hoe dwars en ontrouw ze soms ook zijn.

En wat…als het volk onverhoopt toch verloren gaat…? Is er dan iemand die het gaat zoeken? Jezus laat zien dat het zoeken van wat verloren is altijd zijn voorkeur verdient. Maar de verlorene moet zich wel laten vinden. Die wederkerigheid is essentieel. Een kind weet dat al als het verstoppertje speelt. Het verbergt zijn gezicht en denkt dat hij niet gezien wordt, maar wil niets liever dan gevonden worden. Wie gevonden wordt, wordt immers gezien. Wie gezien wordt mag er zijn. Wie er mag zijn durft de strijd om het leven aan te gaan in de hoop het echte Leven te vinden.

Dat vinden van leven om te mogen en durven zijn wordt ontroerend bezongen in een lied van Huub Oosterhuis: Delf mijn gezicht op. Een lied dat mij dierbaar is geworden in een donkere periode in mijn eigen leven. Voor mij brengt de dichter ons in dat lied terug naar de kern, weg van alle uiterlijkheden en oppervlakkigheid. Een schreeuw van wanhoop. Huub heeft het over: Ogen die tasten in den blinde, harten aan angst voor angst ten prooi. Delf mijn gezicht op, delf mijn gezicht op, maak mij mooi. Het gaat hier om innerlijk mooi, zelf geloven dat je de moeite waard bent om er te zijn. Dat kan pas als je je masker durft te laten vallen en je je binnenkant durft te tonen. Vertolkt dat niet de schreeuw van iedere mens om gevonden te worden en echt te Leven? Het lied geeft tegelijk woorden aan de hoop die dat met zich meebrengt. Want zo zingt het tweede couplet: Wie wordt gevonden, zal zichzelf opnieuw verstaan. En Leven bloot en onomwonden, aan niets of niemand meer ten prooi. Delf mijn gezicht op, delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

De kern bestaat dankzij de wederkerigheid. Want in het opdelven van een mensengezicht zie je Gods gezicht weerspiegeld. Geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, zijn we immers onlosmakelijk met de Gever van Leven verbonden. Zo bezingt dit lied niet alleen de roep van de mens maar ook die van God om gevonden te worden en echt te kunnen Leven. Om Zijn gezicht op te delven, Hem mooi te maken, het aanzien waard. Precies in het spanningsveld mogen ook wij leren barmhartig te durven zijn naar elkaar. Alleen dan blijven we de ander zoeken zodat uiteindelijk niemand verloren loopt. Mogen wij die roep, van elkaar en van onze God, verstaan. En in het antwoord elkaar als broeders en zusters op de weg van Leven blijven versterken.

Cobi Voskuilen
Nijmegen 11 september 2022

2022-07-16 Overweging 16e zondag door het jaar C 2022

Overweging 16e zondag door het jaar C
Lezingen: Genesis 18,1-10a; Lucas 10,38-42

Vandaag houden twee verhalen ons een spiegel voor. Met situaties uit het leven gegrepen laten ze zien hoe je het geloof handen en voeten kan geven wanneer het gaat om gastvrijheid.
Kijkt u mee wat er gebeurt bij Abraham? Hij bevindt zich bij de ingang van de tent als er drie voor hem totaal onbekende ‘mannen’, naderen. In de spiegel die ons wordt voorgehouden zien we wellicht al, hoe velen in de wereld zich liever omdraaien en doen alsof de vreemdelingen niet bestaan. Zij worden immers eerder geweerd dan begroet. Ja sterker nog aan hun lot overgelaten. Abraham laat ons een andere manier van handelen zien. Hij weet goed wat vreemdelingen nodig hebben. Na een lange tocht door het hete klimaat is het een weldaad eten te ontvangen om weer op krachten te komen, en water om de warm en stoffig gelopen voeten te kunnen wassen. Precies dat gebeurt hier. Als je goed luistert gebeurt er nog meer. Abraham doet het niet met tegenzin of uiterst sloom. Nee, hij snelt hen tegemoet en hij fluistert Sarah in, dat ze haast moet maken met het bakken van koeken. Actie dus… en dat staat ook nog eens haaks op wat op dat moment van de dag gebruikelijk is. De mannen verschijnen namelijk op het heetst van de dag. Tijd waarop het werk stil ligt. Tijd voor een siësta. Een tijd waarop mensen door niets en niemand gestoord wensen te worden. Raken wij niet geïrriteerd als onze siësta, onze planning verstoord wordt? Dat maakt de welgemeende ontvangst van Abraham nog meer bijzonder. Bovendien horen we dat Abraham een stuk brood belooft maar een overvloedige maaltijd presenteert. Daar spreekt respect uit voor de vreemdelingen. Gaandeweg wordt hij van gastheer een dienaar, want hij buigt zelfs voor hen. Abraham en Sara laten zien waar ze voor staan. Hoe belangrijk het is om de vreemdeling aandacht te geven, in het centrum te plaatsen. Alsof het God zelf is die je ontvangt… dat bewustzijn maakt hen meer dienaar… Ze ontdekken stap voor stap dat het niet zomaar vreemdelingen zijn, die bij hen aankomen waaien. Het is inderdaad God zelf.
Hij komt aan het licht waar wij hem handen en voeten geven. Hoe is dat voor ons? Draaien wij ons weg of gaan we de vreemde tegemoet? En zetten ook wij die stap verder? Kunnen wij een ongenode gast beschouwen als was hij God zelf? Dat is de diepste, gelovige visie op gastvrijheid. Vraagt gelovig bewustzijn en veel oefening.

Ook het overbekende verhaal van Marta en Maria houdt ons een spiegel voor. De twee zussen ontvangen Jezus in hun huis. Net als Abraham op vertrouwd terrein. Marta, de oudste van de twee, is bedrijvig en handelt wetsgetrouw, zoals een Jood de Wet van Mozes naleeft. Niks mis mee, toch? Ze laat zien dat ze weet hoe het hoort. Tegelijk zo druk met het naleven van alle regels en voorschriften, dat ze geen tijd heeft om op te merken wat er werkelijk gebeurt. Ze gunt zich geen rust om zich te laven aan Jezus aanwezigheid. Ze proeft niet hoe Jezus iets van God, van de Eeuwige laat zien. Maria daarentegen lijkt uit ander hout gesneden. Zij ervaart dat wel. Ja sterker nog ze kan er niet genoeg van krijgen. Ze heeft wellicht net als wij de nodige vragen over het geloof en voelt tegelijk dat ze van Jezus woorden opleeft. Ze heeft die woorden nodig als voedsel voor haar ziel. Maria zit rustig aan de voeten van Jezus om alles wat Hij vertelt en laat zien in zich op te nemen. Dat roept wrevel op bij Marta. Deze raakt zo geïrriteerd dat ze het probleem aan Jezus voorlegt. Maar Jezus laat haar zien dat ze zichzelf tekort doet. Hij verlangt niet van haar en ook niet van ons dat we alleen maar zorgen en redderen. Nee ook de ziel heeft aandacht en voedsel nodig…
Herkennen wij dat gevoel van Marta? Zeggen wij in onze bedrijvigheid soms ook niet: “Moet ik het hier weer allemaal alleen doen?” Voelen we ons dan niet gekend, gepasseerd? Je doet toch niets anders dan de regels naleven? Is dat altijd nodig? Wat zegt de spiegel, Jezus ons? Jezus leert ons in dit verhaal op een andere manier naar die regels van God, de Eeuwige, te kijken. Hij nodigt Marta daarvoor uit. Draait het leven niet vooral om ieders diepste behoefte gezien en erkend te worden? Veel meer dan op het oordeel of jij de regeltjes wel naleeft? Maria begreep dat kennelijk al. Zij neemt Jezus’ woorden in zich op.
Het is van alle tijden en het zit in ons allemaal, beide manieren van geloven, beide houdingen van deze twee zussen. Het een is niet beter dan het ander. Wat Marta doet is niet verkeerd. Gastvrij zijn gaat niet vanzelf daar moet je iets voor doen. Maar er is meer. Wat Maria doet is ook belangrijk, je verdiepen in waar het om draait in het geloof. Ja in waar het om draait in het leven, daar geestkracht voor opdoen. Gastvrij zijn voor jezelf! Hoe doe je dat? Door regelmatig bronnen op te zoeken die je inspireren. Om je te laven zodat je ziel gevoed wordt met het licht dat Jezus in de wereld heeft gebracht, zijn boodschap van liefde. Zijn verhalen over de Eeuwige, zijn vader, hoe die er wil zijn voor ons. Zoek naar wat jouw inspiratie en levenskracht geeft. Als je in die spiegel durft te kijken ontvang je het. De spirit die je ontvangt helpt je steeds meer om van daaruit te leven. Wat je ontvangt straal je vanzelf ook uit. (net als die spiegel waar een krans van licht om heen staat).

Marta en Maria: helpen en bezinnen, actie en contemplatie, twee onmisbare pijlers in het christendom.
Bij Abraham is het in balans want zijn gastvrijheid is diep gemeend. Ze komt van binnen uit. In de gasten herkent hij de Eeuwige zelf. Er is wel één troost; Abraham is al behoorlijk op leeftijd; we hoeven het niet meteen te kunnen maar mogen net als Abraham een leven lang oefenen.
Misschien is de komende vakantietijd wel een mooie gelegenheid om ons daarin te oefenen. In de stilte luisteren naar wat ons hart, onze ziel nodig heeft. De bron opzoeken die ons voedt; plekken waar we geestkracht ervaren en ons daar te laven, als was het aan de voeten van Jezus die naar ons luistert en ons van alles te vertellen heeft.
Ik wens ons allen in die zin een zegenrijke vakantietijd toe.

Cobi Voskuilen
Ontmoetingskerk 16 / 17 juli 2022

Overweging 9 en 10 juli 2022 door pastor Joska van der Meer

Lukas 10:25-37
Deut 30:10-14

‘Wie is mijn naaste?’ vraagt lang geleden een man aan Jezus. Een heel andere vraag dan velen in onze tijd bezig houdt: Wie ben ik?
Voor Jezus zijn het twee kanten van dezelfde medaille: het voornaamste gebod is immers heb je naaste lief als jezelf. Toch maakt het wel degelijk uit waar je begint, bij jezelf of bij de ander, je naaste.

De wetgeleerde vraagt: Wie is mijn naaste? Het antwoord van Jezus is een verhaal, geen definitie, geen getallen of strak getrokken grenzen ‘jij wel, jij niet’. Jezus laat mensen toen en nu het liefst met verhalen ontdekken hoe het zit. Op de vraag van de wetgeleerde vertelt hij daarom een verhaal. Een bekend en geliefd verhaal, omdat het zo duidelijk is. Twee voorbeelden hoe het niet moet, en dan het goede voorbeeld.
Een man ligt gewond op de grond. De eerste twee voorbijgangers zien hem wel liggen maar lopen er met een boog omheen. De derde voorbijganger ziet hem, krijgt medelijden, verzorgt hem en zorgt dat hij op een veilige plek terecht komt. Als Jezus dus na dit verhaal de vragensteller vraagt wie de naaste is van die gewonde man, hoeft deze de voorzet alleen maar in te koppen: de Samaritaan natuurlijk! De boodschap is overduidelijk: ontferm je over wie hulp nodig heeft. Zo staat het in kinderbijbels, zo werkt dit verhaal meestal in ons leven.

Het helpt ons als we te laat komen omdat we onderweg iemand moesten helpen bij het oversteken of omdat we even afstapten om van iemand in een moeilijke situatie te horen hoe het gaat. Het helpt om drukke werkzaamheden te relativeren, om die te laten onderbreken als mensen bellen met een verdrietige boodschap.
Nood breekt wet, vertelt het verhaal. En wees er voor mensen in nood. Maar er is nog meer. Iets dat verder gaat dan alleen een aanwijzing hoe te handelen in noodgevallen.

Na het verhaal vraagt Jezus aan de wetgeleerde: wie van de drie is de naaste van de man die in handen van rovers was gevallen? Hiermee wijst hij de wetgeleerde er fijntjes op dat hij niet vanuit zijn eigen perspectief moet vertrekken. Zijn vraag anders moet zijn: niet ‘wie is Mijn naaste?’ maar ‘voor wie ben jij een naaste?’. Wie noemen jou hun naaste? Jezus laat de man én ons het perspectief innemen van die gewonde man. Wie zou hij als naaste ervaren? Daarmee daagt Jezus ons uit om ook nu te kijken vanuit het perspectief van mensen in nood. Wie ervaren zij als hun naaste? En waarom? Ga kijken vanuit het perspectief van een mens in nood, verplaats je in die gewonde man langs de weg en bedenk hoe de wereld er dan uit ziet en wat je van een ander nodig hebt. Als je die gewonde mens zelf bent, – niet gezond, gewond in lijf of ziel -, is dat niet moeilijk, dan weet je wie nu je naaste zijn. Vaak is het dan verrassend en teleurstellend om te zien wie je in tijden van nood nabij blijven: mensen van dichtbij, familie, vrienden die het laten afweten, vreemde of vrienden die er wel gewoon zijn met raad en daad.

Tegen wie niet gewond langs de kant van de weg ligt, voor wie op eigen kracht onderweg kunnen zijn, zegt Jezus hier: verplaats je in de positie van die arme, zieke of met hartzeer gewonde mens. Laat je vertellen door hen hoe je voor hen een naaste kunt zijn. In de organisaties worden er daarom steeds meer ervaringsdeskundigen ingezet. In ons eigen leven is het meer een kwestie van met wie je praat, naar wiens verhalen je luistert of wat je leest. Ga naar het Muzieum hier in Nijmegen om te ervaren hoe het is om blind te zijn, ga naar het Beleefhuis om te voelen hoe het is om rond te moeten komen van de bijstand. Kijk naar documentaires waarin mensen van kleur vertellen over racisme.
Die door Jezus voorgestelde kijkrichting – vanuit de gewonde man, wie is voor hem de naaste – doet een beroep om op ons om grens-doorbrekend te leven. Dat staat haaks op de tendens in deze tijd waarin ieder zich steeds meer terugtrekt in een eigen bubbel, het eigen land, de eigen gemeente. Doelbewust laat Jezus een Samaritaan het goede voorbeeld geven. Joden en Samaritanen gingen in die tijd niet met elkaar om. Vanuit die omgangsregels had ook de Samaritaan gerust door kunnen lopen. Maar dat deed hij niet. Hij doorbrak de op grond van politieke en religieuze verschillen getrokken grens. Hij verplaatste zich in die gewonde mens: als je er zelf zou liggen, zou je toch ook hopen en bidden dat er iemand stopte om je te helpen, als was het maar om 112 te bellen? Als je zelf ergens asiel zou moeten aanvragen, zou je toch hopen en bidden dat er ergens onderdak voor je is?
Wie zich zo regelmatig verplaatst in de ander ontdekt meteen meer over de vraag ‘wie ben ik?’. Want dan ontdek je dat je soms die gewonde langs de kant van de weg bent, soms de naaste van bekenden én onbekenden.

Openingsviering ‘Vrij zijn’ 2022-06-26 – Cobi Voskuilen

Meditatieve bezinning bij Jakob en Jonathan

Jakob en Jonathan willen allebei vrij zijn. Maar ieder om een andere reden. Jakob wil zich bevrijden van zijn schuldgevoel naar Esau zijn tweelingbroer. Hij wil dat ze weer vrij met elkaar om kunnen gaan. Jonathan wil zich vrij maken van de opgelegde regels door de Hoge Meeuwenraad. Hij wil het leven tot in de diepste dimensie ondergaan.

Ik zoom eerst in op Jakob…
De grote kloof die in jaren is ontstaan tussen hem en zijn tweelingbroer Esau breekt hem op. Ook al gaat het Jakob verder voor de wind, boert hij goed, toch wil hij zo niet verder leven. Al vanaf de moederschoot zo vertelt ons het verhaal uit Genesis liggen de twee broers elkaar dwars. Hun moeder Rebecca voelde in haar schoot al de strijd. En de Heer zei haar: twee volken zijn er in je schoot, twee volken die uiteengaan… en de oudste zal de jongste dienen…
En zo gebeurt het. Esau de eerstgeborene is de jager en Jakob een rustige man die graag bij de tenten verblijft. Vader Isaak hield meer van Esau en moeder Rebecca meer van Jakob. Op een dag komt Esau doodmoe thuis van de jacht. Hij sterft van de honger en vraagt Jakob die aan het koken is alvast om een bord linzensoep en brood. ‘Voor je eerstgeboorterecht doe ik alles’, zegt Jakob. Wat kan mij dat recht schelen roept Esau. ‘Kom op met die soep’. Dat wordt het begin van alle ellende. Want als vader Isaak oud en blind is geworden wil hij Esau zegenen voor hij sterft. Moeder Rebecca hoort dat en verzint een list zodat Jakob wordt gezegend in plaats van Esau. Met die zegen maakt Isaak Jakob de baas over zijn andere zoon. Esau wordt furieus en smeekt ook om de vaderlijke zegen. Isaak weigert en zegt: Ver van de vette grond zul je wonen, je zult leven van je zwaard en dienstbaar zijn aan je broer. Esau zweert Jakob te zullen doden. En Jakob vertrekt naar een ander land naar zijn neef Laban.
In ons verhaal is het moment aangekomen dat Jakob het niet langer trekt. Zijn schuldgevoel is te groot geworden om te dragen. Hij gaat gebukt onder het bedrog dat hem gevangen houdt. Hij wil zijn broer om vergeving vragen. Zo kan hij niet verder leven. Jakob begint met zijn vrouwen en kinderen, zijn knechten en vee aan een lange reis. En natuurlijk spookt er onderweg van alles door zijn hoofd. “Hoe zal Esau reageren Zal hij hem vergeven? Of gaat hij in de aanval? Verstaan ze elkaars taal nog wel?” Ook anno 2022 kennen we dit soort situaties… denk maar aan het familiediner… of de vetes waar de rijdende rechter aan te pas moet komen. Uit voorzorg halen ze alles uit de kast, zelfs de media. In de hoop dat de verzoeningspoging kans van slagen heef… ook Jakob. Hij stuurt bijvrouwen en knechten vooruit met geschenken voor Esau. Dan dringt het tot hem door dat het zijn eigen strijd is en niet die van zijn vrouwen, kinderen en knechten. Hij steekt de rivier de Jabbok over om de rest van zijn familie en bezit in veiligheid te brengen en keert alleen terug naar de andere oever. Het gaat niet om zijn bezit, niet om machtsvertoon, niet om zijn vrouwen en kinderen maar om hem zelf.
Jakob heeft nog iets uit te zoeken, uit te vechten met zichzelf. Moet hij zichzelf durven vergeven? Misschien hoort hij wel zoiets als de woorden: blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil in het verleden, ik ga iets nieuws beginnen. Die nacht in het donker aan de rand van het water vindt de worsteling plaats met een onbekende. Is dat zijn vast geroeste schuldgevoel, zijn diepste zelf; moet hij zichzelf durven vergeven… of is het de Eeuwige met wie Jakob in het reine moet zien te komen? Eindigt het in remise? Het lijkt erop. Maar de woorden die de onbekende tot Jakob spreekt zijn in mijn ogen veelbetekenend. ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’ Israël betekent hier strijder Gods. Tegelijk krijgt Jakob de zegen mee over zijn missie. Die zegen had hij broodnodig… hij voelt zijn levenskracht terugkomen. Ook al loopt Jakob nu mank hij gaat vol vertrouwen zijn broer Esau tegemoet. Hij voelt zich gedragen hij hoort weer bij Israël zijn geboorteland.

En Jonathan?
De zeemeeuw laat zich door niets of niemand van de wijs brengen. Hij heeft het eenzame bestaan dat hij leidt ervoor over. Want hij voelt voldoening en levenslust steeds als hij zijn vleugels uitslaat waar en hoe hij dat wil. En ook al gaat hij soms kopje onder, valt hij verpletterend hard op de golven of slaat hij tegen de rotsen aan het weerhoudt hem niet om door te oefenen met nieuwe loopings… Maar waarom? Omdat zijn levenskracht groeit met de mate waarin hij zijn vliegvaardigheden ontwikkelt. Het voegt oneindig veel toe aan zijn leven. Zijn leven krijgt zin en inhoud… en dat wil hij graag delen met jonge meeuwen. Vooral met hen die zich laten gezeggen door de Hoge Meeuwen Raad.
Jonathan ontdekt dat hij zelf ook leef waarde toe kan voegen aan zijn bestaan. Maar mede dankzij de kracht die hij opdoet in den hoge. Vanwaar die kracht komt weet hij niet maar Jonathan ervaart hem wel. Hij wordt er door opgetild zoals het lied zingt:

Die mij droeg op adelaarsvleugels,
die mij hebt gevangen in de ruimte en als ik krijsend viel
mij ondervangen met uw wieken en weer opgegooid
totdat ik vliegen kon op eigen kracht
op eigen kracht.

Ik hoop dat deze ervaringen ons stimuleren om de weg naar vrij zijn zo goed en zo kwaad als wij kunnen te durven gaan. Maar bovenal dat wij daarbij de dragende kracht ervaren die ons leven draagt en steeds weer omkeert naar nieuw leven.

Cobi Voskuilen
Openingsviering zomerprogramma 2022

Kies vastberaden voor het leven 2022-06-26 – Roland Brans

Kies vastberaden voor het leven

1 Koningen 19, 16b.19-21
Lucas 9, 51-62

Kies mij. Neem dit. We worden ermee overspoeld: reclame. Alleen degenen die niet op hun telefoon kijken, geen filmpjes zien op de computer, niet naar televisie kijken en met oogkleppen op langs de bushokjes lopen, zien of horen géén reclame. Die reclame vormt een spiegel voor ons, we zien wat wij als samenleving belangrijk vinden én we zien en horen wat anderen -of het nu een product of een dienst is – voor ons van belang vinden. Veel jongeren kijken geen televisie meer, maar ze zien meer reclame dan ooit. Kies mij, neem dit. Twee reclames die me afgelopen week zijn opgevallen hebben me op weg geholpen om de lezingen van vandaag beter te begrijpen. En ik bedoel niet de boodschap dat ik van de juiste shampoo een gelukkiger mens wordt of dat ik van deze tandpaste niet alleen een schoner gebit, maar ook een standvastige relatie overhoudt. Nee, het is de rijksuniversiteit Groningen die mijn aandacht trok. Met een paginagrote advertentie werft zij studenten voor leergangen over leiderschap. ‘Waar groeit nieuw, wijs, leiderschap?’, staat er boven de advertentie. En ‘wijs’ is cursief gedrukt. Natuurlijk, ook de opleidingen vechten om de studenten. Met marketing is veel geld gemoeid om die student naar jouw universiteit te lokken. Marketing in dienst van nieuw, wijs leiderschap.

Marketing voor nieuw, wijs leiderschap hadden Elia en Jezus niet nodig. In de eerste lezing krijgt Elia van God de opdracht een nieuwe leider, een nieuwe profeet aan te wijzen. Elisa wordt geroepen tot nieuwe profeet. Als hij tegenwerpt eerst afscheid te willen nemen van zijn vader en moeder, zegt Elia dat hij maar beter terug kan gaan. Elia lijkt te zeggen: het is een uitnodiging en geen verplichting, als je niet wil dan niet. Vervolgens slacht Elisa de ossen en loopt achter Elia aan.
In de advertentie van Groningen staat dat het gaat ‘om een executiveprogramma dat gericht is op wijs leiderschap, waarin positief en adaptief omgaan met het nieuwe en onverwachte centraal staat. Lopen loutert, stimuleert tot ordenen en loslaten. Als je met ons project meewandelt is dat bovenal: bewegen naar wijsheid.’ Elia en Elisa hadden geen flauw benul van een executiveprogramma, maar ik denk dat ze hetzelfde gingen doen. Bewegen naar wijsheid; vastberaden kiezen voor het leven.

Ook Jezus is vastberaden op weg gegaan. Hij is op weg naar Jeruzalem en stuurt boden voor zich uit. Zijn leiderschap is vastberaden én mild. Als Johannes en Jacobus merken dat Jezus in een Samaritaans dorp niet welkom is, stellen ze voor om een represaille over het dorp af te roepen. Maar Jezus wil daar niets van weten. Zijn leiderschap is een wandeling in vrede en niet een militaire opmars. Hij is, zoals het in Lucas staat, op weg ‘om het koninkrijk van God te verkondigen’. Dat brengt me bij die andere advertentie van de universiteit Groningen: De Emmius-opleiding voor werk en zingeving. Zo kun je daar deelnemen aan de unieke deeltijdopleiding tot zingevingsdeskundige. Deelnemers aan de master Werk en Zingeving leren de waarde van zingeving. ‘Zij ontwikkelen het vermogen om voorop te lopen in de beweging die leidt tot een beter werkklimaat in de organisatie en medewerkers te begeleiden bij zingevingsvragen.’ Jammer dat wij er hier geen geld voor hebben: een paginagrote advertentie met de tekst: De Ontmoetingskerk: begeleiding bij zingevingsvragen.
Hoe dan ook, Jezus heeft deze unieke deeltijdopleiding niet nodig. En ook niet die van het executive programma op weg naar wijs leiderschap. Er is overigens een frappante overeenkomst met het verhaal van Elia. Iemand die Jezus wil volgen vraagt om eerst zijn vader te mogen begraven, net zoals Elisa vroeg om afscheid van zijn ouders te mogen nemen. En ook hier is het antwoord nogal onconventioneel: laat de doden hun doden begraven, maar jij, ga op weg. De volgelingen van Jezus worden niet gedwongen; er wordt wel een appel op hen gedaan om niet achterom te kijken, maar vooruit, naar de toekomst. Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.

De twee advertenties van de universiteit heb ik belangstellend én kritisch gelezen. Kritisch: hebben we echt een master executiveprogramma nodig om te doen wat goed is voor mens en samenleving? Belangstellend: liever deze opleiding dan een die ons leert om mens en aarde uit te buiten, geen oog te hebben voor onze omgeving , of een verkapte cursus kapitalisme. Wat goed dat er oog is voor een zinvolle werkomgeving. Toch? Of niet? Ik lees: ‘aandacht voor welzijn, integriteit en diversiteit zijn niet langer softe thema’s maar leiden tot concurrentievoordeel.’ O? Gaat het toch daarom? Om concurrentievoordeel? Ik blijf in verwarring achter. Hoort concurrentievoordeel ook bij het Koninkrijk van God?

En Jezus wandelt. Hij kiest vastberaden voor het leven. Hij nodigt ons uit om Hem te volgen en om te laten vallen wat er niet toe doet. Uit Lucas: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods.’ We worden uitgenodigd om te durven breken met wat zijn tijd heeft gehad. Niet fanatiek, maar vanuit de rust van het geloof. Om de duizend en één opties en de keuzestress te laten voor wat het is. Om niet te zwichten voor alle verlokkingen van de wereld om ons heen. Om reclame op waarde te schatten. Om werk zinvol te besteden. Om de juiste keuzes te maken.
In de advertentie staat: ‘De master Werk en Zingeving is bedoeld voor professionals en leiders die vanuit hun rol en verantwoordelijkheid een brede academische blik willen ontwikkelen op zingevingsvraagstukken.’ Jezus had geen master, maar was wel een leider. Lees Lucas; wij mogen hier in de Ontmoetingskerk, zonder master, gratis meelezen. Kies met Jezus vastberaden voor het leven. Kies.

Roland Brans
25 en 26 juni 2022

Pinksteren 4 juni 2022 ‘Geraakt door de Geest’ – Cobi Voskuilen

Handelingen 2, 1-11
Johannes 14, 15-16.23-26

Pinksteren staat bekend als een vurig feest.
Een feest vol geestdrift, windvlagen, bezieling en begeestering. Dat is wat we weten met ons hoofd, wat de lezingen ons vertellen. Voor mij is Pinksteren een dierbaar feest omdat ik het werk van de Geest herken in de kracht die mijzelf overeind houdt. Ja waarvan ik leven mag. Dat laatst is niet altijd zo geweest maar in de loop der jaren door ervaringen ontstaan. Als ik een moeilijk gesprek moest voeren en het gesprek dan een wending kreeg die ik niet van tevoren had bedacht, dan voelde ik ‘er is een kracht die mij helpt…’. Als ik in de wanhoop die mij overviel de stilte opzocht en er dan soms een soort van rust over me kwam, voelde ik weer dat ik als mens mocht bestaan. Als ik bij sacraal dansen opgetild word door de beweging en dan een diepe verbondenheid voel met alles om mij heen… voelt dat als zegen. Maar ik zie de geest ook in anderen. In de bezieling waarmee mantelzorgers voor hun dementerenden ouders zorgen… In mensen die lijden naar lichaam of geest en het toch niet opgeven.
Ervaringen die ik diep van binnen beleef en die ik me voor de geest kan halen. Dat wil niet zeggen dat die Geestkracht altijd even intens aanwezig is… Maar de verhalen van vandaag helpen me wel om te geloven dat de helper, de Geest die Jezus beloofde er ook werkelijk is. Ook al kunnen we Haar niet aanraken, niet zien of horen, ze is er wel.
Bij de voorbereiding voor deze viering vroeg ik me af of de leerlingen geweten hebben wat hun overkwam die vroege ochtend? Ineens is er die hevige windvlaag… er verschijnen vurige vlammen. Iedereen raakt opgetogen, ze praten door elkaar heen, iedereen wil wat zeggen… ze gaan op onderzoek uit… wat gebeurt hier in godsnaam?

“Zij begonnen zomaar te spreken in vreemde talen zoals de Geest hen ingaf”, vertelt Handelingen.
Na 50 dagen opgesloten te hebben gezeten durfden ze weer naar buiten te gaan. Zouden ze die bijzondere wending hebben toegeschreven aan de Geest die Jezus hun beloofd had? Ik weet het niet. Maar het is wel een wonderlijk gebeuren… Pinksteren als het eind van het proces dat de leerlingen hebben doorgemaakt. 50 dagen tevoren was het een moedeloos groepje apostelen, die zich schuil hielden, bang voor alles en iedereen, de moed verloren. Hun grote voorbeeld Jezus van Nazareth was veroordeeld en vermoord. Een groot verlies, ze zijn verdrietig, moedeloos, ja zelfs wanhopig. Ze ondergaan samen een proces van loslaten en dan opnieuw beginnen. Hoe ervaren zij die gebeurtenis? Voelt dit voor hen als een steun in de rug? Alsof Jezus die dierbare vriend hen zo laat weten: ‘kop op, ik ben bij je, mijn levenskracht verlaat je nooit, vertrouw daar maar op…”. Ze komen in ieder geval in beweging, gaan erop uit om Jezus werk voort te zetten.

Bent u, jij wel eens geraakt door de Geest? Wat heeft u toen ervaren?
Soms ervaren mensen de Geest als een soort van ‘gedragen weten’ door de Eeuwige… of als een rust die ineens over je heen kan komen. Ze ervaren haar in muziek, de tekst van een lied, dat je optilt. Iemand zei eens: in het lied, de geest van God waait als een wind, staan zoveel beelden over de Geest dat er voor ieder mens wel een houvast in kan zitten. Zo’n houvast geeft mij de moed om door te gaan, elkaar weer te verstaan. Ook door het samen zingen van deze liederen ervaar ik verbondenheid.
Jezus wist wat Hij beloofde: een krachtbron die op veel manieren en veel momenten te ervaren zou kunnen zijn… waar ieder mens zich aan kan en mag laven.
Een paar weken terug was ik met de groep Ruach vanuit de Abdij van Berne op bezoek in Doorn bij Bartimeus. Een woonvoorziening voor blinden en slechtzienden die tegelijk ook een geestelijke beperking hebben. In de kapel zagen we een afbeelding van de Geest. Ze was gemaakt door een kunstenaar naar het voorbeeld van de plaquette die bij de rivier de Jordaan ligt op de plek waar Jezus is gedoopt. Toen we binnenkwamen was er een bewoner die voor het kleed stond en met zijn handen aan het voelen was. Terwijl wij binnen liepen ging hij rustig door. Een bijzonder gebeuren. De stilte was voelbaar. Op een gegeven moment draaide hij zich om en straalde helemaal. De pastoraal werkende van dit huis (lid van onze groep) liep naar hem toe en zei: je straalt helemaal, wat fijn om te zien. Ja zei hij: ik heb Jezus heel dichtbij gevoeld.
Mooi om te zien hoe hij zich openstelde… misschien zelfs zijn verlangen ernaar zo voelbaar maakte… Doen wij dat ook?

Het kunstwerk is gemaakt van allerlei materiaal; van zachte wol tot gladde schelpen en ruwe mozaïek steentjes. De regenboog boven de duif kent harde en zachte verflagen op papier, die ook weer verschillend van dikte zijn. Zo heeft de kunstenaar geprobeerd de verschillende benamingen van de Geest tot uitdrukking te laten komen.
Op het terrein is ook een strooiveld waar op een aangepaste manier aandacht is voor de overleden medebewoner. Erbij staat een bank waar geprobeerd is de Geest die Jezus ons schenkt te verbeelden. Het kunstwerk dat daar staat biedt aan de ene zijde geborgenheid van vleugels. Met ook hier weer voelbaar kleuren van de regenboog… en dat loopt uit in een bank met een wat lagere achterwand waarin van iedere overleden medebewoner een hand te voelen is. Aan de andere zijde is een nis waarin van iedere overledene een dierbaar object staat dat je mag vastpakken of knuffelen. Zo wordt voor de bewoners voelbaar dat de Geest die Jezus beloofde hen ook wil helpen bij verdriet en gemis.

Het lijkt me waardevol als we onze ervaringen met de Gods Geest meer met elkaar zouden delen. Ze kunnen de ander hoop geven, vertrouwen in Haar aanwezigheid.
En zoals de tekst aan het begin van deze viering zo mooi verwoordt:

waar mensen, soms heel even
samen kijken, hand in hand
samen dromen, hopen leven
daar begint, bezield verband.

Dat bezielde verband wens ik ons als geloofsgemeenschap van harte toe.

Cobi Voskuilen Ontmoetingskerk; Parochie H. Drie eenheid

Luister eens – 28 en 29 mei 2022 – Roland Brans

Handelingen 7, 55-60
Johannes 17, 20-26

‘Luister eens!’ Ik heb zojuist de telefoon opgenomen en degene aan de andere kant van de lijn veronderstelt vast dat ik luister, maar hij probeert nog nadrukkelijker mijn aandacht te trekken. ‘Luister eens.’ De opmerking doet me terugdenken aan drie telefoongesprekken die in de afgelopen weken mijn aandacht trokken. Dat is overigens wat we graag willen: aandacht krijgen en vooral gehoord worden door de ander. Vandaag is het wereldcommunicatiedag. En dat in een wereld waar aan de ene kant niets zo vanzelfsprekend is als communicatie, maar waar we tegelijkertijd elkaar nauwelijks meer lijken te horen. Of liever: we horen elkaar wel, maar we verstaan elkaar zo slecht. Het eerste gesprek dat mijn aandacht trok, was dat van Paus Franciscus met Patriarch Kirill van Moskou. Het gesprek ging over de oorlog in Oekraïne. De Paus beschrijft: ‘De eerste twintig minuten las hij me alle rechtvaardigingen voor de oorlog voor. Ik luisterde en zei: ‘Ik begrijp hier niets van. Broeder, wij zijn geen staatsklerken, wij mogen de taal van de politiek niet gebruiken, maar die van Jezus. Wij zijn herders van hetzelfde heilige volk van God. Daarom moeten wij de weg naar vrede zoeken, het wapenvuur stoppen’. Volgens mij een boodschap die niets aan de duidelijkheid te wensen overlaat: we moeten de taal van Jezus gebruiken, de taal van de vrede.

In het evangelie dat we vandaag lezen, horen we Jezus bidden, in zijn taal. Volgens Johannes bidt hij vlak voordat hij gevangen genomen en verhoord zal worden, een soort afscheids-gebed. Nu noemen we dat het hoogpriesterlijk gebed. Jezus zal de wereld gaan verlaten, maar nu richt hij zich nog tot diezelfde wereld. Eerst bidt hij voor zichzelf, zijn taak is volbracht, vervolgens voor zijn leerlingen en in de strofen die we zojuist gelezen hebben, richt hij zich tot alle gelovigen. Het is een gebed om eenheid. Net zoals de oproep van Franciscus aan Kirill: zijn wij niet alle christenen? Wij zijn heilig én werelds. Wij zijn in de wereld en juist vandaag horen we Jezus dit bidden: ‘Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken U en zij weten dat U mij hebt gezonden. Ik heb hen Uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U Mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’ De liefde waarmee God Jezus liefhad zal in ons zijn.

Liefde. Waar is de liefde, als we elkaar soms zo kunnen misverstaan? Als we elkaar beschul-digen van onwaarheden, van fake-nieuws, als dat wat we met onze eigen ogen aanschouwen, door anderen als onwaar, onjuist of verkeerd begrepen wordt betiteld? De communicatie is van deze wereld, maar is die ook van de liefde? Het brengt me bij het tweede telefoongesprek waar ik aan moet denken, een hartverscheurend gesprek. Een vrouw in Oekraïne belt met haar moeder in Rusland: ‘Mama luister dan, ze bombarderen ons!’ Haar moeder aan de andere kant van de lijn, antwoordt: ‘Nee hoor, ze hebben op televisie beloofd, dat ze geen burgers zullen bombarderen’. Hoe cynisch is de macht, hoe grotesk het gemanipuleerde beeld, als zelfs een dochter haar eigen moeder niet meer kan overtuigen van wat er werkelijk gebeurt? Mama, luister dan! Luister naar het onrecht.

Het is Stefanus, zo lezen we in de eerste lezing, die het ultieme onrecht zal moeten aanvaarden, dood door steniging. Stefanus is onze eerste martelaar. Saulus die dan nog geen Paulus heet en die nog niet het licht van Jezus heeft gezien, keurt de moord op Stefanus goed. En toch, hoe is dat mogelijk: in de voltrekking van dat ultieme onrecht ziet Stefanus de liefde staan; hij richt zijn blik op de hemel en ziet deze geopend, hij ziet de luister van God, en Jezus die aan zijn rechterhand staat. Hij kan nog uitbrengen voordat hij sterft: ‘Heer, reken hun deze zonden niet aan.’

Vandaag zijn wij verweesd. Wat is onze richting, zo tussen Hemelvaart en Pinksteren? Wat is onze richting, tussen de herinnering en de toekomst? Nu zijn we op onszelf aangewezen. Het is het gebed om de eenheid van Jezus, dat ons steunt. Ik herinner me het derde telefoongesprek. Op een kleine school in Maas en Waal zitten drie kinderen aan een tafel. Ze spreken met elkaar, maar het is een ingewikkeld gesprek, want twee van de kinderen zijn Nederlands en het derde kind, een meisje, komt uit Oekraïne. Ze is slechts een week geleden aangekomen uit de oorlog in haar land. Ze spreken met elkaar, er zit geen scherm of telefoon tussen, zoals bij Franciscus en Sirill of bij het zojuist beschreven korte gesprek tussen moeder en dochter. Of toch? Want voor hen op tafel ligt een telefoon. De Nederlandse kinderen hebben in het Nederlands gesproken en het Oekraïense meisje in haar eigen taal. En toch begrijpen ze elkaar, want steeds in de korte pauze tussen de woorden, vertaalt Google-translate op hun telefoon wat ze tegen elkaar hebben gezegd. Het gaat moeizaam, maar ze snáppen elkaar: straks als ze naar buiten gaan, weten ze al wat ze gaan doen: op de speelplaats gaan ze samen spelen.
Waar Franciscus en Kirill, de moeder en de dochter, elkaar ondanks de techniek niet konden bereiken en verstaan, kunnen de drie kinderen dat wél, dankzij diezelfde techniek. En Jezus bidt: ‘Dan zullen zij volkomen één zijn en de wereld zal begrijpen dat U mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U mij liefhad.’ In deze wereld vol miscommunicatie, zien we het gelukkig nog steeds: mensen die elkaar echt horen als er wordt gevraagd: ‘zeg, luister eens’.


Gedachten bij Pasen 2022 – Trees Versteegen

Waarom huil je Maria,

om de oorlogen, overal.
Om de uitgeputte aarde
Om onzichtbaar geweld in de huizen
Omdat jongeren niet meer onbevangen kunnen leven
Omdat ik vol energie door wilde leven, maar het lukt niet
omdat ik niet zie waarheen…
Omdat ik de vrede mis