Overweging 3e Advent 2021 – Joska van der Meer

Overweging 3 e Advent 2021

11 december -  Joska van der Meer

Sefanja 3:14-18 Lucas 3; 10-18

 

Inleiding
Verheugt u! Wees blij !
Zondag Gaudete is het, het licht dat komt werpt de schijn vooruit en kleurt het paars roze.
Het voelt zo anders deze dagen, die steeds donkerder worden, letterlijk en figuurlijk met weinig
goede vooruitblikken voor de kerst. Overal, ook hier wordt al voorgesorteerd op een stille kerst in
kleine kring.
Hoopvol is het dat we in de lezingen mensen horen die vanuit barre omstandigheden van
onderdrukking of de woestijn woorden van hoop laten klinken.
Zij geven daar de moed niet op, spreken medemensen moed in. Hopelijk bemoedigingen ze ook ons
vandaag, de profeet Sefanja en Johannes de Doper.

Wat moeten we doen?
Als er één vraag actueel is, is het deze vraag. De mensen die hem stellen aan Johannes de
Doper zijn net als wij in roerige onzekere tijden zoekende wat te doen.
Wat moeten we doen? En laten…. voeg ik er aan toe.
Immers de huidige omstandigheden dwingen ons meer tot laten, dan tot doen.
Daardoor dreigt voortdurend dat je gelaten wordt, tot niets meer komt.
Een gemoedstoestand verre van het verheugt u, frank vrij huppelend op weg naar Kerstmis.
Wat moeten we doen? Wisten we het maar….

Vorige week, toen in de lezingen Johannes voor het eerst op het toneel verscheen, vertelde
pastor Trees in haar overweging over een weg met grote stenen. Johannes weet mensen
enthousiast te maken om zo’n weg weer begaanbaar te maken. Alleen weten ze niet hoe ze
dat moeten doen.
Vandaag horen we hoe Johannes hen op weg helpt, met concrete to do lijstjes voor
specifieke groepen zoals mensen met genoeg geld om volop eten en kleding te kopen,
belastinginners en soldaten.
Misschien geeft Johannes voor u meteen al een passend antwoord op als hij zegt:
Als je twee hemden hebt, geef er dan één weg aan wie niets heeft.
Deel je eten met wie honger hebben.
Laat mensen niet meer betalen dan is vastgesteld.
Niemand uitplunderen, niemand onder geweldsdreiging geld afpersen.
Tevreden zijn met je soldij.
Maar ook als u geen soldaat of belastingambtenaar bent of als u de verminderde koopkracht
juist heel sterk in uw portemonnee voelt, ook dan geven de antwoorden van Johannes een
richting om we onze eigen antwoord te zoeken. Johannes’ antwoorden zijn uitwerkingen van
het eerste gebod; heb de naaste lief zoals jezelf.
Wat moeten we doen?
Hij begint steeds bij de zorg voor jezelf, die staat. Het gaat dus om uitdelen en delen van wat
je teveel hebt.
Als je twee hemden hebt, er eentje weggeven (niet alletwee)
eten delen (dus zelf ook wat overhouden om te eten),
niet meer vragen dan vastgesteld (maar iets vragen mag dus wel),
tevreden zijn met je loon (je mag best betaald worden, je moet zelf ook eten).
Het gaat dus om genoeg behouden om in je eigen levensbehoeften te kunnen voorzien.
uitdelen en delen van wat je teveel hebt

 

Voor wie net genoeg hebben (of eigenlijk al te weinig) voor henzelf en hun familie is het
vaak heel lastig dat ze aan dat uitdelen niet toe komen. Ze zouden het liefst ook de
contributie betalen, een kerstgift doen voor serious request of zoals een vrouw
die eten kwam ontvangen bij de Voedselbank verzuchtte:
“Vorig jaar stond ik zelf kerstpakketten voor de Voedselbank in te pakken, en nu sta ik hier
zelf” Het is een hele kunst om dan te kunnen ontvangen…
Johannes richt zich hier vooral op wie er materieel en maatschappelijk goed voorstaan.
Tegen hen zegt hij: ga je boekje niet te buiten.
Graai niet vanuit je machtspositie zoveel mogelijk binnen voor jezelf.
Pak niet met geweld anderen geld.
Wees juist genereus met wat je best kunt missen.
In de dagen voor kerst komt bij veel mensen dat besef van het goede willen doen naar
boven. Dat is mooi en goed. Hoe klein ook, zoals de kaartenactie van een winkelier voor
mensen in de zorg. Al zijn klanten kunnen een kerstkaart inleveren om de zorgmedewerkers
een hart onder de riem te steken. Het delen kan ook zitten in vriendelijkheid, een attent
gebaar…
Voor Johannes is dat echter geen eenmalige aanbieding, iets wat je een keer per jaar doet.
Het gaat hem om een echte gedragsverandering, dat mensen het hele jaar door het goede
doen. Hij wil ze echt een nieuw leven laten beginnen en hoopt hen te overtuigen met
dreigementen: Jullie moeten het goede doen.

Want het goede zal bewaard worden en het slechte verbrand!
Voor sommige mensen werkt het, die zien alleen af van het goede doen, als er straf op staat.
Jezus, voor wie Johannes de weg bereidt, houdt er een andere stijl op na.
Hem zul je alleen zo tekeer horen gaan als Johannes als Jezus mensen treft die alleen maar
denken in straf en vergelding. Zelf geeft Jezus liever het goede voorbeeld en vertelt verhalen
die laten zien hoe het goede eruit ziet, hoe iets kan.
Johannes is zich van dit verschil bewust: ik doop met water en hij die na mij komt met vuur
Jezus zal dopen met het vuur van de Heilige Geest, dat is de kracht van de inspirator, de
trooster en de helper.
Als gedoopten in zijn naam mogen we er dus op vertrouwen dat we inspiratie en hulp
ontvangen als we zoeken naar antwoorden wat te doen met ons leven, onze samenleving,
onze kerk, onze wereld. En troost als er niets te doen is, als je belandt in situaties van enkel
laten….
Wat moeten we doen en laten? In ons eigen leven, in de samenleving, in de kerk?
Het is niet zo duidelijk en eenduidig als de korte en bondige antwoorden van Johannes.
Maar laten we samen verder zoeken in de richting die hij wijst. Hij wijst vooruit, naar het
licht dat komen gaat.
Deze week kwam Ontmoeten uit. Voorop staat het : hoop dat het lichter wordt.
Moge dat zo zijn voor ons allen en dat we , als het kan, die hoop verspreiden en meehelpen
om het lichter te maken voor elkaar met al ons doen… en laten.

Voorbeden - Joska

We willen bidden om vrede in onze versplinterde wereld.
Vrede tussen de volkeren,
een visioen van verdraagzaamheid en liefde.
Vrede ook tussen mensen hier bijeen
en in ons dagelijks leven.
Laten we zingen...
Laat komen Hij die komen zal,
verlangend zien wij naar Hem uit

We willen bidden om verlichting in onze donkere wereld.
Voor hen die te zware lasten moeten dragen.
Dat zij niet vereenzaamd raken,
dat zij mensen ontmoeten
die wat licht brengen in hun leven.
Laten we zingen...

Laat komen Hij die komen zal,
verlangend zien wij naar Hem uit

We willen bidden dat we de hoop kunnen blijven koesteren
Als we wegen vol stenen moeten gaan
Om kracht en doorzettingsvermogen
Om moed en durf
Om te kunnen delen wat we meer dan genoeg in huis hebben aan
geloof, hoop en liefde
Laten we zingen...
Laat komen Hij die komen zal,
verlangend zien wij naar Hem uit.

Zondag Gaudete is het, het licht dat komt werpt de schijn vooruit en kleurt het paars roze.
Het voelt zo anders deze dagen, die steeds donkerder worden, letterlijk en figuurlijk met weinig
goede vooruitblikken voor de kerst. Overal, ook hier wordt al voorgesorteerd op een stille kerst in
kleine kring.

Hoopvol is het dat we in de lezingen mensen horen die vanuit barre omstandigheden van
onderdrukking of de woestijn woorden van hoop laten klinken.
Zij geven daar de moed niet op, spreken medemensen moed in. Hopelijk bemoedigingen ze ook ons
vandaag, de profeet Sefanja en Johannes de Doper.

 

Overweging 4e Advent 2021 – Joska van der Meer

Overweging 4 e Advent 2021

18 december -  Joska van der Meer

Aan het begin van de Advent zag ik deze poster: licht aan in het donker….
Een oproep om goed verlicht de weg op te gaan. Om je fietsverlichting goed in orde
te hebben, voor je eigen veiligheid en die van anderen.

Licht aan in het donker: de afgelopen weken zagen we steeds meer lichtjes
verschijnen op huizen, in kerstbomen. Een psycholoog verklaarde waarom: dat helpt
je om de winterdip door te komen.

Licht aan in het donker, in de Advent doen we dat in de kerk:
Hoe donkerder het wordt hoe meer licht we aansteken, vandaag de vierde kaars.

Licht in het donker: met zoveel donker om ons heen, de dreigende lock-down, gemis
van dierbaren en gezelligheid, komt het er nog meer op aan: Licht aan in het donker!
We zullen het zelf moeten aansteken maar we mogen het licht zelf ontvangen van
God, het Eeuwig licht. Aan het symbool daarvan, de paaskaars ontsteken we de
Adventskrans, in deze viering wordt zo hopen we ons innerlijk vuur aangewakkert
met hoop en zachte moed, en tegen het donker in zingen we; als alles duister is,
ontsteek dan een lichtend vuur….

 

Buiten in de Ontmoetingstuin staan twee stoelen.
Lichtroze knallen ze er uit in de nu grauwe tuin.
Niet coronaproof, als je er samen op gaat zitten, zit je face to face, absoluut geen 1,5m uit
elkaar. Maar het is dan ook een Ont-moetstoel.

Een stoel bedoelt om elkaar echt te ontmoeten, stevig in de grond verankerd, om steeds
opnieuw ontmoetingen mogelijk te maken.
Ik heb echter nog geen mensen gezien die het waagden om erop te gaan zitten.
Zijn we al zo aan die 1,5m afstand gewend dat face tot face zitten eerder ongemakkelijk dan
verbindend werkt?

Zo wat verloren in de ruimte is de stoel meer een visioen dan realiteit.
Een belofte dat eens mensen elkaar weer meer ongedwongen kunnen ontmoeten.
Een belofte zoals Micha die uitsprak in een tijd waarin men snakte naar vrede.
Hij komt, zei Micha, er komt een man van vrede!

Hij ziet het helemaal voor zich, zoals wij de visioenen van feestdagen met de hele familie of
je vriendengroep en volle kerstvieringen in de kerk.
Sommigen zeggen ‘das war einmal’, ‘zo was het maar dat zal nooit meer terug komen’.
Dat zou kunnen….
Maar je kunt ook het visioen koesteren.
Dat is de houding van “wees realistisch, verwacht een wonder”.
Het visioen hoeft niet precies zo uit te komen als gedacht. Sterker nog, we weten uit alle
bijbelverhalen dat het altijd anders gaat dan gedacht….
Maar het visioen koesteren, zoals Micha doet, zorgt dat er hoop blijft en je kleine
lichtpuntjes in de goede richting eerder ziet.

Lucas vertelt ons, dat het koesteren van hoop niet vergeefs is. Elisabeth is op hoge leeftijd
nog zwanger geworden. Velen zullen later denken dat haar kind, Johannes de Doper, de
beloofde man van vrede is. Maar het gaat altijd anders dan gedacht.
Ook bij Maria, netjes verloofd, uitkijkend naar de bruiloft, is ze onverwacht zwanger.
Ze komt daardoor in een onrustige en onzekere tijd terecht.
Er staat: Ze reist met spoed naar haar veel oudere nicht Elisabeth.
Om het goede nieuws, de roze wolk van blijde verwachting zo snel mogelijk te vertellen?

Of vlucht ze haastig omdat ze zich met de situatie geen raad weet?
Dat blijft ongewis. Maar wat we wel weten is de hartelijke ontmoeting tussen die twee
zwangere vrouwen. Voor corona, dus ze zouden elkaar stevig omhelzen en daarna met hun
dikke buiken snel gaan zitten face tot face en niet uitgepraat raken….
Dat tafereel schets Lukas, je ziet ze als het ware bijna samen zitten op die stoel hier in de
tuin. Een ontmoeting waar meer gebeurt dan bijkletsen en de kleur van de babykamer
uitwisselen.
Opeens is dat visioen van vrede er. Elisabeth ziet Maria, ze voelt het visioen door het kind
dat schopt in haar buik en roept daarom uit:
Jij bent gezegend, meer dan alle andere vrouwen. Ook het kind dat je krijgt zal
gezegend zijn. De moeder van mijn Heer is op bezoek, wat een eer!
Elisabeth haalt alle onzekerheid bij Maria weg: jij bent bijzonder, je zorgt dat het
langgekoesterde visioen waar kan worden….
Door Elisabeth’s woorden en aandacht is Maria open gebloeid, is zij een ander mens
geworden. Dat is te horen in de lofzang van Maria, die wij kennen als het Magnificat:
Ik geef alle eer aan God, ik juich voor hem, hij is mijn redder.
Hij koos mij uit, mij, een heel gewoon meisje.
Nu zal iedereen over mij zeggen: zij is gezegend.
Want God die machtig is en heilig, heeft iets geweldigs aan mij gedaan.
Aan mensen die naar hem luisteren , geeft hij zijn liefde, nu en altijd.
Zulke ontmoetingen, waarin mensen elkaars kwaliteiten in de spotlight zetten, zijn een ‘licht
aan in het donker’. Elisabeth zegt Maria hoe bijzonder het is dat dat ze open durfde staan
voor die onverwachte en ongewenste wending in haar bestaan. Bij Elisabeth zou een
kwaliteit haar volhardende hoop kunnen zijn of haar als kinderloze anderszins ontwikkelde
levenswijsheid. Maar zou iemand haar daarom ooit geprezen hebben?
Het visioen vasthouden, het licht aan in het donker, hoeft niet groots.
Het is rondkijken met een onbevangen blik, blijven speuren naar hoop en dageraad, zoals
Micha doet. Of daadwerkelijk benoemen wat die ander goed kan of zo bijzonder maakt.
Op weg naar Kerstmis komt het er op aan om ons daar in te oefenen.
Hoe ga je anders in een kind in een kribbe de man van vrede zien?
Hoe kunnen anders herders en andere buitengeslotenen in onze samenleving het
kerstgevoel krijgen, dat iedereen welkom is?
De Ont-Moet stoel buiten kan er ons bij helpen. Je zit dan op een roze wolk in een mooie
tuin. Hopelijk helpt dat om alles wat meer vanuit een roze wolk te bekijken.
Wie weet wordt het dan ook wat lichter…..
Nu we weer meer en meer afstand moeten bewaren, is het lastig om er samen op te gaan
zitten. De face tot face ontmoetingen zullen we anders moeten organiseren.
Al wandelend, in twee stoelen in de woonkamer ver uit elkaar.
Maar ook dan kun je elkaar zien, praten, ontmoeten, elkaar hoop en moed inpraten en
vooral elkaar vertellen wat die ander zo goed kan en zo bijzonder maakt.

Als het moet, kan dat zelfs over de telefoon of videoverbinding!
En je kunt er ook alleen op gaan zitten, op de Ont-Moetstoel.
Om even niet zoveel meer te moeten.
De kunstenaar Marcel Blom heeft hem namelijk zo genoemd: Ont-Moetstoel.
Ook zo gaan zitten van tijd tot tijd is ‘licht aan in het donker’.
Het licht de kans geven om weer op te vlammen in je binnenste.
Moge het zo zijn op weg naar Kerstmis,
als voor ons in het donker het grote Licht aan gaat van de man van vrede!

 

 

Overdenking 24 oktober 2021 – Hettie Oudelaar

Overdenking Marcus 10: 46-52

24 oktoberHettie Oudelaar

 

Beste gemeente,

Dit jaar staat op het preekrooster het evangelie van Marcus centraal. Wie was Marcus
eigenlijk, voor wie schreef hij zijn verhaal over Jezus en welke bedoeling had hij ermee?
Over de schrijver van het evangelie weten we maar weinig, het evangelie zelf noemt de
naam van de auteur niet en geeft slechts indirect aanwijzingen over hem. De traditie legt
wel de link met de apostel Petrus, Marcus zou zijn tolk en vertaler zijn geweest. Maar
daarover is geen zekerheid, beter is te veronderstellen dat dit evangelie werd
geschreven door een anonieme auteur over wie we niets weten, behalve wat hij laat
doorschemeren in zijn evangelie.

Wat we te weten komen over Marcus’ toehoorders uit het evangelie zelf is dat het gaat
om zowel Joodse als heidense christenen die leven in een tijd van vervolging en
onzeker zijn omdat de Jezus, die beloofd had hen te redden in tijd van verdrukking nog
steeds niet is verschenen.

Belangrijk thema’s in dit evangelie is het lijden van Jezus en de oproep aan zijn
leerlingen hem te volgen. Wat betekent het om een volgeling te zijn van wie voor Markus
de Zoon van God is.

Het verhaal over Bartimeus is het verhaal van een blinde die weer ziet en vindt plaats
als Jezus met zijn leerlingen op weg is van Galilea naar Jeruzalem . Aan het begin van
die reis heeft Jezus de blinde man in Betsaida genezen. Onderweg van Galilea naar
Jeruzalem waar Jezus het paasmaal zal vieren met zijn leerlingen en waar hij
overgeleverd zal worden om te worden gekruisigd, onderwijst hij hen. Vlak voordat ze
bij Jericho kwamen hadden Jakobus en Johannes Jezus gevraagd om een ereplaats in
de hemel tot woede van de andere discipelen. Jezus leerde hen dat het niet gaat om
gediend te willen worden maar om te dienen. Zijn leerlingen moet duidelijk worden
gemaakt - ze moeten het licht zien - wat het betekent een volgeling van hem te zijn. De
leerlingen gaan stukje bij beetje verstaan welke weg Jezus moest gaan en dat zij hem
moeten volgen.

Het verhaal van de blinde Bartimeus vormt dan het einde van dit blok onderwijs en een
brug naar de periode van Jezus in Jeruzalem. Het is het verhaal van de blinde man die
ziet wat zij die Jezus volgen op de weg niet of nog niet zien; het gaat om inzicht in wat
nodig is om een leerling van Jezus te zijn

Het is een verhaal vol symboliek, dat we kunnen lezen als een gelijkenis.
Bartimeus, de zoon van Timeus is blind. Blindheid is een veel voorkomende ziekte in de
Bijbelse tijd. Dat is niet verwonderlijk in een klimaat van stof, felle zon, vliegen en
geringe hygiëne. De ogen zijn in zo’n klimaat kwetsbaar. De ouderdom brengt
slechtziendheid en zelfs blindheid met zich mee, denk aan Isaac, aan Samuel. Ook
ontstaat blindheid doordat iemand de ogen worden uitgestoken als straf, denk aan
Simson. Blinden waren in die tijd sociaal en economisch geheel afhankelijk van de
goedheid van anderen. Bovendien werden ze gezien als cultisch onvolmaakt, aan
bepaalde diensten zoals tempeldiensten mogen zij niet meedoen. Ze leven aan de rand
van de samenleving, Bartimeus zit letterlijk aan de kant van de weg.

Blindheid wordt in de bijbel ook gebruikt als symbool en metafoor voor mensen die de
verkeerde wegen bewandelen. Wie de weg naar de toekomst kwijt is lijkt op een blinde.
Zo ervaart het opgejaagde volk zijn situatie in Jesaja: de ballingen die uit Babel
terugkeren klagen teleurgesteld “we tasten als blinden langs de muur” . De oorzaak?
Het onrecht, persoonlijk en collectief tegenover God en de medemens. Meteen na die
klacht hoort het volk dat het bevrijdende licht in aantocht is: “het harnas van de
gerechtigheid, de helm van de redding wraak voor de tegenstanders” zo lezen we
verderop.

De verhalen over genezingen van blinden in de evangeliën staan in het kader van een
boodschap. Bij Marcus gaat het bij zien en niet zien om het volgen van Jezus, op de
houding van mensen tegenover Jezus. Marcus spreekt van mensen die goede ogen
hebben maar die niet zien. Hun ogen zijn gesloten voor de verlossing die in Jezus tot de
wereld is gekomen.

Het is een verhaal vol symboliek zoals ik al zei. Niet iedereen zal er dezelfde symbolen
in zien. Bepaalde gedachten die bij mij zijn opgekomen in het verhaal, woorden,
gebeurtenissen die symbool ergens voor staan, wil ik met u delen.
De eerste is de locatie.

Bartimeus zit aan het begin van het verhaal “langs de kant van de weg” Aan het eind
van het verhaal is hij “op de weg” Er is een beweging geweest, iets bijzonders gebeurd,
waardoor Bartimeus van de kant van de weg op de weg achter Jezus is gekomen. Dat
gebeuren wordt beschreven in de tussenliggende verzen. Bartimeus: symbool voor alle
gemarginaliseerde mensen: daklozen, verslaafden, werklozen, mensen die buiten de
bestaande samenleving vallen. Hoe komen die weer op de juiste weg? Ligt daar een rol
voor de menigte die zei: “houd moed, sta op”. Wordt hier een appel gedaan op mensen,
op ons om om te zien naar mensen die aan de kant van de weg zitten?

Dan de naam Bartimeus
De naam van deze blinde man wordt genoemd: Bartimeus, zoon van Timeus. De man
heeft in tegenstelling tot veel anderen die genezen worden een naam. Wat wil ons dat
duidelijk maken? De naam staat in verband met hetgeen hij Jezus toeroept. De zoon
van Timeus heeft de verhalen gehoord van zijn familie en ook het gerucht dat Jezus
wellicht degene is over wie wordt verteld in de profeten: Zoon van David. Zo kent hij
Jezus als degene die voorzien in de profetieën, een redder is. De naam zelf is een
samengestelde naam: Bar is Aramees en Timaios is Grieks, er is geen scheidsmuur
meer tussen Jood en Griek. Dat is wat Marcus wil zeggen: hier gaat de Zoon van David,
sloper van die tussenmuur voorbij, stichter van het Vrederijk tot wie iedereen mag
roepen om verlossing eleison me: ontferm u over mij. De verlossing is voor iedereen.
De massa ziet niet wie zijn redder en bevrijder is, ze zijn blind, en wil Bar timeus het
zwijgen opleggen. Maar hij schreeuwt des te harder. Dan blijft Jezus staan en zegt
“roep hem”. Dit geroepen worden door Jezus en het aansluitende roepen in opdracht
van Jezus door de menigte geeft hem moed en kracht om op te staan en niet meer te
blijven zitten aan de kant van de weg, aan de rand van de samenleving. Dit is niet het
verhaal van een wonderbaarlijke genezing maar van een wonderbaarlijke roeping.
Ook de mantel van Bartimeus geeft te denken: de bedelaarsmantel staat symbool voor
zijn oude leven: een bedelaarsbestaan. Nog voor hij genezen wordt heeft hij dat oude
leven al afgegooid, al achter zich gelaten. Dat roept voor ons de vraag op: met welke
mantel omgeven wij ons? Waar houden wij ons aan vast? Een mantel die je omslaat is
meer dan een kledingstuk, dat staat symbool voor je levenswijze. Het afleggen van
kleding beeldt een wezenlijke verandering in iemands leven uit.

Hierbij dacht ik aan een man die ik in de gevangenis heb ontmoet. Ik gaf hem daar een
cursus die gericht is op terugkeer naar de samenleving, gesprekken waarin we samen
nadachten over schuld, slachtoffer, spijt. Deze man was aan de drugs verslaafd geraakt
en veroordeeld wegens bedrijfsinbraak. Gaandeweg de cursus kwam hij erachter dat
zijn drugsgebruik een vluchtgedrag was: hij kon niet praten over zijn problemen,
schaamde zich ervoor en vluchtte in de drugs. Hij was vastbesloten die levenswijze
achter zich te laten, die mantel af te werpen. Hij leerde zijn problemen te benoemen en
te zoeken naar een oplossing in plaats van ervoor weg te vluchten. Hij had ook met de
gevangenispastor erover gesproken was op de juiste weg gegaan en niet meer blijven
zitten langs de kant van de weg. Hij heeft weer contact met zijn kinderen en zijn familie
en met de geloofsgemeenschap waarin hij was grootgebracht. Die had hem niet laten
vallen. Die zag hem niet als een probleemgeval die ze de mond wilde snoeren maar
spoorde hem aan:” heb goede moed, sta op, hij roept u”

Als we onze levenswijze tegen het licht van de roepstem houden zijn we dan
volgelingen of behoren we tot de menigte die toekijkt? Zijn we passieve toeschouwers in
deze wereld of actieve deelnemers? In hoeverre moeten we onze mantel, onze
levenswijze afleggen om een stukje hemel op aarde waar te maken, iets van het
komende vrederijk te laten zien? Wat laten we achter in ons samenleven en omgaan
met anderen en met God? Laten we onze kinderen en kleinkinderen een leefbare
wereld na waarin recht en rechtvaardigheid heerst en een eerlijke verdeling van de
beschikbare goederen?

En dan nog de woorden ‘zien’ en ‘geloof’ . Jezus vraagt Bartimeus: “Wat wilt u dat ik
voor u doe?” Dat is precies dezelfde vraag die Jezus vlak hiervoor had gevraagd aan
twee van zijn eigen leerlingen, Jacobus en Johannes. Zij vroegen om een gunst: “Als u
straks heerst in uw glorie, laat dan een van ons rechts van u zitten en de ander links.
Deze leerlingen hadden het nog niet begrepen, ze waren ziende blind. Bartimeus
begreep het wel, hij zag al voor hij was genezen, hij sprak Jezus aan als Rabboeni,
meester. “dat ik weer kan zien”. Het woord dat hier gebruikt is betekent letterlijk ‘opzien
naar’. Marcus heeft het niet over het fysieke zien maar over het zien door het geloof :
het opzien naar de Zoon van David. En deze ziet hem, ziet zijn geloofsvertrouwen “ Ga
heen, uw geloof heeft u gered”. En dan gaan de ogen van Bartimeus open. Hij had het
inzicht al maar nu heeft hij ook uitzicht, uitzicht op een nieuwe bestaan. Hij gaat niet
heen, hij volgt Jezus op zijn weg naar Jeruzalem. Zien doet volgen: wie ziet dat Jezus
de Zoon van David, de verlosser, is die zit niet meer langs de kant van de weg maar die
gaat op weg. Het leven van Bartimeus heeft een doel, een bestemming gekregen.
Zo is het verhaal van Bartimeus een roepingsverhaal en een troostverhaal voor
christenen toen en nu : door het geloof hoorde hij de stem van jezus, de Verlosser, hij
kon weer zien en kreeg inzicht in de weg die hij moest gaan. Als we in de wereld Jezus
op zijn weg volgen is er uitzicht ook als we lijden in allerlei vormen tegenkomen. Wie nu
de Zoon van David volgt mag net als Bartimeus helder zien en met open ogen de Heer
volgen op de weg ten leven. Wie iemand langs de weg ziet zitten mag ook roepen ”Houd
moed, opstaan, Hij roept je”

Amen

Overweging 27 en 28 november 2021 – Roland Brans

Jeremia 33, 14-16 Lucas 21, 25-28, 34-36

27 en 28 november 2021 - Roland Brans

Ken de tekenen

Luuk kent de tekenen van zijn tijd, hij leest elke dag zijn krant, ook vandaag. Maar nu laat Luuk zijn
krant mismoedig zakken. De laatste tijd valt het hem steeds zwaarder. Hij leest over de
vluchtelingencrisis en het cynische machtsspel dat gespeeld wordt, met mensen die op zoek zijn naar
een kansrijk bestaan. En over corona de stortvloed aan meningen over een juiste aanpak. En de
opwarming van de aarde en het onvermogen van landen en hun leiders om tot een gezamenlijke
aanpak te komen. En wat doe ik?, denkt Luuk. Ik zit hier maar en wacht. Ik zit hier maar en lees mijn
krant. Luuk moet denken aan zijn naamgenoot Lucas die dit weekend na een lange afwezigheid zijn
rentree in de kerk maakt. De eerste zondag van een nieuw kerkelijk jaar. Weer een nieuw jaar,
vandaag, maar waar is het vreugdevuur?

Ik begrijp Luuk wel, want ook ik heb in de afgelopen weken ieder keer weer de tekst gelezen die ik u
zojuist heb voorgelezen: de evangelielezing van vandaag. Het begint zo onheilspellend: “Er zullen
tekenen zijn aan zon, maan en sterren en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren, radeloos
door het gebulder van de zee. De mensen zullen besterven van schrik, in spanning om wat de wereld
gaat overkomen.” Het lijkt wel op een van de vele verklaringen, uitgesproken tijdens de laatste
klimaattop in Glasgow. Jezus, die hier bij Lucas aan het woord is , kleineert in ieder geval de zorgen
van de mensen niet. Hij kent hun angsten. Maar dan zegt Lucas dat het de Mensenzoon is die zal
komen en die verlossing zal brengen. Kunnen wij dat geloven? Hoe lang wachten we al? Hoe lang
wachten we op de vervulling van die belofte? Hij borduurt voort op wat ook Jeremia in de eerste
lezing voorzegt: de Heer zal een belofte vervullen. Gerechtigheid zal komen.

Maar ondertussen. Ondertussen wordt Luuk soms mismoedig van al die zorgwekkende berichten die
in de krant staan. Wordt er dan geen actie ondernomen? Zeker wel. Maar ook daar raakt hij het
spoor soms bijster. Laatst had zijn krant een bijlage van 31 pagina’s vol met goede doelen en over
duurzaamheid. De een nog mooier en veelbelovender dan de ander. En dan al die slogans die erbij
stonden: een wereld zonder lepra is haalbaar; koop nu zonnepanelen; er is behandeling mogelijk;
doe iets dat impact heeft; investeer in ons project; wij zijn waar kinderen ons het hardst nodig
hebben; verbeter uw ecologische voetafdruk vandaag nog. 31 pagina’s lang vol aansporingen om het
goede te doen. Luuk wordt er weer bijna net zo somber van als die leedaanzeggingen in het eerste
deel van de krant. De stortvloed aan aansporingen werkt verlammend.

In het hoekje van de krant met kleine verhaaltjes vindt Luuk dan gelukkig de aansporing die hem wel
past. Het verhaaltje gaat als volgt: Een man had de prachtigste tuin van het dorp. Iedereen die
voorbij kwam bleef vol bewondering stilstaan. Ook de pastoor kwam langs, keek naar de tuin en riep
tegen de man: ‘God en jij zijn echte partners!’ ‘Dank u wel meneer pastoor’, zei de man trots op
deze pluim. Een paar dagen later kwam de pastoor weer langs, terwijl de man in zijn tuin bezig was
en weer riep de pastoor: ‘God en jij zijn echte partners.’ Ja ja, lachte de man. De volgende dag riep de
pastoor weer hetzelfde. En zo ging dat nog een paar keer door, totdat de man het compliment
vervelend begon te vinden. Toen de pastoor nog een keer langskwam en weer riep: ‘God en jij zijn
echte partners’, riep de man terug: dat kan best waar zijn, maar u had deze tuin eens moeten zien
toen God het helemaal alleen moest doen.

Luuk moet glimlachen om het verhaaltje, net zoals ik. Zonder ons kan God niet. Sterker nog: we
worden gevraagd de handen uit de mouwen te steken. Om te doen wat we kunnen, op onze eigen
wijze.

Ik pak Lucas er nog eens bij. Nu lees ik het tweede deel van dit evangelie: “Wanneer zich dit alles
begint te voltrekken, richt u dan op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt nabij.
Zorg ervoor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van
het leven..want Hij zal komen …..Weest daarom altijd waakzaam”. Waakzaam en wachten. Vandaag
is het de eerste zondag van de Advent, waakzaam wachten we op de geboorte van het kind.
Luuk heeft zijn krant erbij neergelegd. Hij staat in zijn tuin. Hij kijkt over zijn schutting en maakt een
praatje met zijn buurvrouw. Die krant pakt hij echt wel weer een keer op, hij laat zich niet
ontmoedigen door de tekenen, maar nu gaat hij zijn tuin winterklaar maken. Waakzaam wachten in
de tuin van de wereld. Zij naamgenoot Lucas heeft hem gewaarschuwd en daar heeft hij naar
geluisterd: Luuk zorgt ervoor dat zijn geest niet afgestompt raakt: hij kijkt regelmatig naar zijn eigen
tuin én over de schutting. Hij snoeit en harkt en helpt zo af en toe de buurvrouw een handje mee.
Want wachten op de Mensenzoon is niet hetzelfde als nietsdoen. Wij leven en werken in die
verwachting. Hij laat zich zijn dromen en idealen niet ontnemen. Ik, zegt hij, ga iets nieuws beginnen,
zie je het niet. En Luuk heft zijn hoofd omhoog.

Overweging Willibrord zondag – 7 november 2021 – Joska van der Meer

Jesaja 52:7-10 Marcus 16:15-20

7 november 2021 - pastor Joska van der Meer

 

Het slot van het Marcus evangelie eindigt als een klassieke symfonie: eerst een paar keer
een bijna slotakkoorden, die de spanning opbouwen voor het echte slotakkoord.
Oorspronkelijk eindigt het Marcusevangelie met de vrouwen die zo verbijsterd zijn over de
verrijzenis van Jezus dat ze, bevangen door angst en schrik tegen niemand iets zeggen.
Als dat het einde was geweest zaten we hier nu niet, want wie had ons dan het Paasmysterie
verteld?

Latere handschriften voegden vanwege die onlogica een paar slotakkoorden toe.
Jezus verschijnt aan Maria Magdalena, maar als ze daarover verteld wordt ze niet geloofd.
Hetzelfde overkomt twee leerlingen die buiten de stad aan het wandelen zijn, maar ook zij
worden niet geloofd. Tenslotte, zo staat er, verschijnt Jezus aan de elf. Hij verwijt hen eerst
hun ongeloof en hun halsstarrigheid. Pas daarna volgen de woorden die we zojuist hoorden:
Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend! En het
echte slotakkoord: Jezus wordt ten hemel opgenomen en de leerlingen gaan op weg om
overal het nieuws bekend te maken.

Ze krijgen dus dezelfde opdracht en zullen zelf hun eigen ongeloof en halsstarrigheid nog
vaak tegenkomen! Maar gelukkig helpt de Heer hen hierbij en vinden ze tekenen om hun
hun verkondiging kracht bij te zetten.

Zo gaat het eeuwen door, en bereikt het goede nieuws met Willlibrord ook ons land. Daarna
hebben vele broeders en zusters in ordes en congregaties en gewone eenvoudige vrome
mannen en vrouwen hun geloof doorgegeven. Tot nu.

Wij staan, denk ik, dichter bij het verhaal van Jesaja. Het decor lijkt meer op dat van ons nu.
Jesaja profeteert te midden van de puinhopen van Jeruzalem, de tempel, het religieuze
centrum is met de grond gelijk gemaakt. Het doet denken aan de foto in de krant deze week,
van een priester in Irak, te midden van zijn verwoeste kerk. Veel van zijn parochianen zijn
inmiddels gevlucht, en wonen nu bijvoorbeeld hier in Dukenburg.

Of de puinhoop die alarmerender klimaatberichten laten zien, nu die tijdens de klimmaattop
volop aandacht krijgen. Of de geremdheid in ons sociale leven door opnieuw maatregelen
die ons meer op afstand van elkaar zetten: stoelen op 1,5 m, geen glimlach meer te zien
door het mondkapje.

Te midden van de puinen van Jeruzalem kijkt Jesaja rond en ziet de voeten van de
vreugdebode huppelend de berg af komen.

De torenwachters zien het als eersten: zij dus die zich bewust zo hoog hebben opgesteld om
het snel te kunnen zien. Bij de aanblik barsten ze los in jubel, als een wave trekt het goede
nieuws vervolgens door de stad… de Heer is teruggekeerd naar Sion! Jezus is verrezen!
Zou er zulk goed nieuws ook nog te bespeuren zijn te midden van de puinen van onze tijd?
Ik doe een poging om als torenwachter rond te kijken, om te zien of ergens ook nu zo’n
vreugdebode aan komt huppelen. Dat is geen makkelijke opdracht. Die torenwachters zagen
ook tijden niets bijzonders en zie dan maar eens wakker en alert te blijven!

Slecht nieuws krijgt meer aandacht. Op de foto in de krant staat priester Behnam Benoka
voor zijn verwoeste kerk. Maar in de tekst ernaast zegt hij, op de vraag waarom hij toch in de
regio blijft:

Sommige mensen kunnen niet vluchten , voor hen moet ik er zijn. Het is mijn heilige
missie. Het voelt alsof de Iraakse overheid en de rest van de wereld ons in de steek
laat, maar er moet vrede bewerkstelligd worden en daar wil ik bij helpen. Maar ik
blijf hier, ik zie het als mijn roeping om
Bij nieuws over de moeizame klimaattop in Glasgow staan ook drie portretten van twintigers
die zich inzetten voor een beter klimaat: Richard Matey uit Ghana, Ivy Kockelkorn uit
Nederland, Jacinta Hamley uit Noord Ierland. Alle drie ervaren ze de gevolgen van het
veranderende klimaat in het verdwijnen van een dorp in zee, in overstromingen en extreem
weer. Jacinta zegt:

Er moet meer actie komen tegen de klimaatcrisis. Daarom ben ik naar Glasgow
gekomen. Hier kan ik mijn lokale perspectief afstemmen met wat er met mensen
over de hele wereld gebeurt. Uiteindelijk gaat het tijdens de klimaattop om het
menselijke aspect. Sommige leiders ontmenselijken de crisis, maar klimaatactie komt
voort uit compassie. Als mensen compassie gaan voelen, vinden ze vanzelf de beste
manier om betrokken te raken.

De vreugdebode echt dichtbij huis ontdekken is vaak nog het moeilijkste. Wie hebben nog
goede ideeën om binnen de noodzakelijke maatregelen toch zoveel mogelijk sociaal contact
te behouden? Om toch iets te kunnen blijven vieren ? Gelukkig zijn die er ook nog:

Jenny van Tilborg vertelt:
Ik stond op het punt om het verrassingsfeestje voor de 60 e verjaardag van mijn man
af te blazen, toen mijn zus zei: misschien kun je de groep in drieën splitsen?
Gelukkig, ze zijn er ook nu nog zulke vreugdebodes!
Ze zijn er, nog steeds, mensen die de verbinding maken, die zich daadwerkelijk inzetten voor
vrede, gerechtigheid en behoud van de schepping, die op allerlei manieren het Rijk van God
zichtbaar maken.

Laten we als torenwachters blijven speuren naar de huppelende voeten van zulke
vreugdebodes, als troost en bemoediging, als teken van hoop te midden van de puinen.
En eenmaal gespot, vertel het dan vooral door. Dat is waar het slottakkoord van het
Marcusevangelie ons toe oproept: barst los in jubel, allen tesamen!

Trek de hele wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend!
Van de week zag ik hier een mooi voorbeeld van bij de Konferentie Nederlandse Religieuzen
(KNR) De oversten van alle ordes en congregaties waren bij elkaar. Zichtbaar was de
verscheidenheid van mensen die hun leven besteden aan het verspreiden van het evangelie.
Onder hen ook de missionarissen, paters, broeders en zusters die hiervoor de wijde wereld
introkken. Nu zijn de meesten oud en terug in Nederland. Nu vertalen ze de oproep oa in het
uitdelen van een jaarlijkse waarderingsprijs. Ik vertel over die uitreiking, vanwege de manier
waarop in het vizier gekregen vreugdebodes in de spotlights hebben gezet (en dus niet
omdat we dit jaar zelf bij de genomineerden op het podium stonden).

Haast verontschuldigend, dat er maar één de hoofdprijs kon krijgen, zonder tromgeroffel en
trompetgeschal werd helemaal aan het einde, snel die prijs uitgereikt. Daarvoor werd juist
ieder initiatief, hoe klein en bescheiden ook, in de spotlight gezet en stak men voor ieder de
loftrompet met een in een oorkonde vastgelegde waarderende tekst.
Het liet zien dat ook wat klein of heel gewoon is, van grote betekenis kan zijn.

Dus ook wij, ieder van ons hier, als we maar een kleine vreugdebode zijn, als we denken aan
een bloemetje, elkaar een blijk van waardering geven, elkaar vertellen over tekenen van
vrede en vreugde om ons heen….
Hoe klinkt ons persoonlijk slotakkoord?
Het mag best een paar keer ingezet en toch weer teruggetrokken worden door ongeloof en
moedeloosheid. Maar ik hoop en bid dat het ons lukt uit te komen bij een echt slotakkoord
dat goed nieuws verdient: dat we, hoe dan ook, het verder de wereld in brengen!
We moge ons daarbij gedragen weten door de steun van God!
Zet u mee in?
Om te beginnen met de woorden van de geloofsbelijdenis?

Overweging Allerzielen 2021 – Trees Versteegen

Trees Versteegen

Het is stil en leeg geworden in huis. Waar je je geliefde zoekt is een lege stoel. Het bed dat in de hoek van de kamer stond is opgehaald door de thuiszorg. Naast je is een lege plek. Als je thuiskomt na het boodschappen is er niemand die je groet. Soms denk je: even bellen, even vertellen… dan stokken je gedachten in de stilte: Oh nee, dat kan niet meer. Stilte. Niks is zo stil en leeg als de dood.

De dood breekt iets af en er is leegte voor in de plaats gekomen. We hebben verdriet. We voelen innerlijk verzet :  Was je nog maar bij me.  Ik kan niet zonder je. Als je dit nog eens had mogen meemaken…  Ik wil dat je hier bent en dat ik je kan vertellen… Door corona ging je veel  te snel en kon ik geen afscheid nemen

De dood is moeilijk voor levende mensen. We weten wel dat we een leven leiden dat op een dag ophoudt, dat in een langdurig huwelijk de een eerder zal gaan dan de ander, dat  ouders – meestal – eerder  overlijden. , maar als het dan zo ver is… 

Die leegte zien ook de vrouwen die het lichaam van Jezus willen verzorgen na zijn dood. Het lichaam van Jezus is zelfs weg. Het graf is leeg. Zij weten niet wat ze er van moeten denken, staat er. Waar is de dode? Waar is mijn dode? 

We zoeken naar een antwoord en uiten soms onze vermoedens over waar onze geliefde is. 

We nemen geen  genoegen met ‘leeg’ en ‘weg’. We zoeken in onzekerheid en gemis naar de plaats waar onze dode leeft. .  Ieder heeft daarvoor een eigen plaats. Het is een plaats van gedachtenis en van aanwezigheid. 

Geur in de kleding die nog in de kast hangt. 

Gebruiksvoorwerpen die nog in huis rondslingeren, of keurig zijn opgeborgen in een kast. 

De lichamen, de gezichten, de lichamen en de gewoontes  van de kinderen, waarin het leven van de ander te herkennen is. 

De verhalen die verteld worden, nu en later: weet je nog toen… . 

Die nis van herinneringen in uw ziel, waar je eindeloos uit kunt putten. Vakantie, intimiteit, gezelligheid, irritatie, foto’s, brieven, dagelijkse gewoontes. De wijsheden en het leven dat zij achterliet. 

Soms zien we een gestalte op straat, van wie we denken… het lijkt wel… 

en hoorde ik niet ineens haar stem iets zeggen… 

je hoeft het niet alleen te doen, want er zijn altijd mensen, engelen misschien, die met je meeleven, je troosten, je helpen herinneren en je wijzen op zijn bestaan. Zij is niet weg. Hij is niet weg. 

Toon Hermans zegt het zo: Waar je ook bent, ‘k zou ‘t niet weten.
Niet in afstand of tijd te meten.
Maar ik heb je bij me,
diep in mij,
Daarom ben je zo dichtbij.Toon Hermans

En de heilige Augustinus zegt: 

De draad is niet gebroken! Waarom zou ik uit je gedachten zijn? Nee, ik ben niet ver, maar juist aan de andere kant van de weg. Zie je, alles is goed. Je zult mijn hart opnieuw ontdekken en er de tederheid terugvinden. 

Het leven is doortrokken van het leven van de dode. De dode is niet hier. Maar leeft wel onder ons.  In de gelovige traditie hebben we daar allerlei woorden en beelden voor. Ze drukken allemaal uit dat de dode bij God is. 

Een oud beeld is ‘de hemel’. De hemel is de plaats van God. Het is een fijn beeld, omdat het zoveel vrede uitstraalt en ook ruimte biedt aan onze andere overleden geliefden. 

Vaak kijken we naar boven, naar de sterren, als we verwijzen naar hem of haar. Daar, daarginds, daarboven, in de oneindigheid en eeuwigheid leeft zij. De eeuwigheid, wordt wel gezegd, is de plaats van het genieten bij God. 

En er is het beeld van de verrijzenis, hoe lastig en onzeker ook, dat we niet geloven dat het leven bij de dood is opgehouden, maar opnieuw mag beginnen  bij God.     

Waar leeft de dode? 

Zij en hij zijn hier vandaag, omdat we hen vandaag en steeds  gedenken. Omdat we hen bij leven en welzijn hebben liefgehad en nog van hen houden. Omdat zij leven bij God. God is  niet daar, ver weg en onbereikbaar, maar hier, onder ons, in onze liefde. Zoals de eerste lezing zegt: Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen.  Daar is de bron van liefde. 

We zingen straks tot slot: “De dode zal leven. De dode zal horen: nu leven.

Ten einde gegaan en onder stenen bedolven. dode, dode, sta op, het licht van de morgen”. 

Zo is het vandaag. We gedenken, we hebben lief, we zijn hier, bij God en bij elkaar. De dode is niet dood. Zij zal leven. Hij zal leven. 

Het goede doen – 25 en 26 september 2021 – Roland Brans

Numeri 11, 25-29 Marcus 9,38-43.45.47-48
25 en 26 september 2021 - Roland Brans

Zijn uw beste vrienden gelovig? Ja? Dat schept ongetwijfeld een band, omdat je weet vanuit welke traditie je komt en welke waarden je deelt. Je weet onuitgesproken van elkaar welke rust het geloof je kan brengen en je probeert het goede te doen vanuit de waarden van het christelijk geloof. Zijn uw beste vrienden niet-gelovig? Als dat zo is, denk ik niet dat dat voor u een probleem is. Een geloofsgesprek is soms wel lastig. Maar verder? Ze zijn immers uw beste vrienden? U trekt soms samen op, hebt waarschijnlijk hetzelfde gevoel voor rechtvaardigheid en misschien denkt u weleens: mijn beste vrienden zijn betere christenen dan ikzelf. Behulpzamer, attenter. Afijn, een schuldgevoel aanpraten is ook niet nodig, maar we zien ze wel: die christelijke niet-christenen.

Wat maakt het uit, denken we dan? Precies, wat maakt het uit? Dat lijkt Jezus te zeggen in het evangelie van vandaag. Iedereen die uit liefde handelt hoort bij Christus. ‘Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan’, zegt Hij. In de eerste lezing horen we iets soortgelijks: Mozes wordt gewaarschuwd dat hij twee mannen moet verbieden om te profeteren. Maar Mozes antwoord: wat maakt het uit? ‘Als zij dat willen doen dan is dat prima; ik zou willen dat iedereen dit deed.’

Terug naar het evangelie van Marcus. Daar zegt Jezus iets wat u vast wel vaker hebt gehoord: wie niet tegen ons is, is voor ons. Dat is net een wat ruimere uitspraak dan die bij Mattheus is terug te vinden en die luidt: Wie niet voor ons is, is tegen ons. Als ik dan moet kiezen, kies ik voor de woorden uit Marcus. Wie niet tegen ons is, is voor ons. Deze woorden zijn inclusiever, we kunnen het samen doen. In het tweede deel van het evangelie maakt Jezus trouwens korte metten met degenen die niet het goede doen: met een molensteen om de nek in zee geworpen worden, is weinig subtiel. Tja, wie beweert dat Jezus altijd subtiel is?

Ik heb me voorgenomen dat dit een blije overweging wordt. Bijzonder dat ik me dit moet voornemen, want ik reflecteer immers op een tekst uit het evangelie? En evangelie betekent blijde boodschap; de heilbrengende boodschap. Maar hoe vaak hebben we het hier over ongelijkheid, verkrachting, moord, honger. En natuurlijk, we moeten het onrecht blijven noemen, aanklagen.

Vandaag echter, verheug ik me oprecht in al het goede in de mens. Van een glas water dat wordt aangereikt naar iemand die dorst heeft, van de vrijwilliger voor de voetbalclub, van de knipoog ter bemoediging. Van al die organisaties die het beste met ons voor hebben en er zich belangeloos voor inzetten. Neem nou alleen in Dukenburg. Ik sloeg het wijkblad De Dukenburger er eens op na en bladerde deze door. Wat kwam ik hierin allemaal tegen: ontmoetingsmogelijkheden in het Wijkcentrum Dukenburg, de plaatsing van het vijftigste AED-apparaat voor reanimatie, gebiedstafels om leefbaarheid in de wijk te bespreken, het Beleefhuis tegen armoede in Aldenhof, hulp bij lezen en schrijven op het ROC, het Alzheimercafé, STEP - steunpunt taal educatie (en fietslessen), De Vincentiusvereniging, de Stichting Hart voor Dukenburg, de gezondheidsmakelaars, Terre des Hommes in Malvert. Eén blad van één wijk dat ik even doorblader. En ik ben bang dat ik nog wat over het hoofd gezien heb; er is zeker nog meer. Al die mensen die zich inzetten voor anderen. Daar word je toch blij van? Eén club heb ik niet genoemd. En die staat ook in De Dukenburger. De Ontmoetingskerk. Wij horen ook in dat rijtje. Wij proberen ook niet alleen een plek voor bezinning te zijn maar ook voor ontmoeting. 

Soms treuren we om het feit dat zoveel kerken dichtgaan. Inderdaad, dat gebeurt. Al decennialang zitten we in een ontwikkeling dat het niet meer vanzelfsprekend is om christen te zijn in ons land. Maar moeten we daarom treuren? Misschien komen er minder kerken, maar verdwijnen zullen we niet, Godzoekende mensen als we zijn. Hoe rijk is onze samenleving met al die mensen die gelovig of niet gelovig het goede willen doen? Christen of islamiet. Gelovige, ietsist of atheïst. Moeten wij ons op de borst slaan als ware gelovige die de exclusiviteit van zijn eigen club benadrukt? Of staan we open voor de grote en kleine oecumene, voor onze buren en vrienden die niet gelovig zijn? Wetende dat we geïnspireerd worden door de woorden van Jezus hoeven we noch onszelf onzichtbaar te maken, noch onszelf op de borst te slaan. Als onze niet-gelovige vrienden het goede doen, geloven we samen in het goede. 

Vorige week spraken we met een groep mensen hier in de kerk over de betekenis van de oecumene voor eenieder. Ze kwamen beiden ter sprake: de nestgeur van de eigen traditie én het belang van samenwerken. Tijdens het schrijven van deze overweging valt mijn oog op het beeldje dat in de vensterbank achter mijn computer staat, ooit gekregen bij een afscheid. Ik zie twee mensen die, ontsproten uit dezelfde stam, elkaar de hand geven. Zij wijken uit elkaar, maar voordat zij uiteen vallen geven zij elkaar de hand. Samen herstellen zij het evenwicht waardoor zij geworteld blijven in de bron. Een evenwicht van alle mensen van goede wil, die staan in de bron die wij God noemen. 

Volgens mij was dit een blije overweging.

Amen

Hoe ga jij op reis? – 10 oktober 2021 – Joska van der Meer

Wijsheid 7:7-11  Marcus 10:17-27

10 oktober 2021 - pastor Joska van der Meer

 

Hoe ga jij op reis?

Met minimale bagage of  met een overvolle koffer of  eigenlijk te zware rugzak?

Ik heb altijd teveel bij me, want ik ga voorbereid op alle weersomstandigheden en alle mogelijke activiteiten op pad. 

Ik heb dan ook  bewondering voor mensen die het lukt om met heel weinig spullen op pad te gaan. Zij zeggen vaak: “Als ik iets vergeet of onderweg nodig heb, dan koop ik het toch”. Zij bouwen hun zekerheid niet in met spullen maar met hun bankpasje.

Het leven beschouwen velen ook als een reis. Wat neem je mee op deze levensreis? 

Koning Salomo hoort bij de mensen die met minimale bepakking vertrekken. Hij heeft maar één ding nodig: wijsheid. Hij vertrouwt erop dat als hij de wijsheid in pacht heeft, alle andere zaken als gezondheid en schoonheid maar ook rijkdom daaruit volgen. Wijsheid, dat was waar hij God vurig om bad. En hij werd wijs. Daarom zeggen wij over een wijs mens: ze is zo wijs als Salomo. En ook opvallend: wie denkt wijs te zijn maar dat niet is, luidt het spreekwoord: hij is zo wijs als Salomo’s kat.   

Een ander spreekwoord zegt: Door vragen wordt men wijs. Dat weet  een fatsoenlijk man die zijn zaakjes goed voor elkaar heeft. Hij reist met in zijn bagage de wetboeken, voldoende voedsel, kleding, olie, hij heeft een stevig dak boven zijn hoofd en zowel qua goederen als in geld voldoende reserve.  Hem kan niets overkomen in het leven. Er is echter éen vraag over waar hij niet goed raad mee weet: Hoe verwerf ik het eeuwig leven? Hoe kun je je voorbereiden op je levenseinde, wat heb je nodig voor daarna? Hij zou het dolgraag weten om ook daarvoor voorbereidingen te treffen. 

Door vragen wordt je wijs. Dus gaat hij naar Jezus, die goede Meester die het zo goed weet.

Hij komt er wijs maar met een kater vandaan. Want wat zegt Jezus:

De enige die goed is, is God. Hij verwijst hem als het ware door, of beter terug naar wat hij al weet. Je hoort Jezus bijna zeggen: Bidt God net als Salomo om wijsheid, dat doe ik zelf ook.

En ook: als je leeft volgens de leefregels in de wetboeken die je al je hele leven meesleept, zit je goed. Het is een teleurstellend antwoord voor de man, er is niets wat hij nog meer kan doen ter voorbereiding op dat eeuwig leven. 

Jezus kijkt hem dan nog eens liefdevol aan. Ziet hij hoe graag deze man het goed wil doen en vooral wil DOEN? Hij geeft hem een grote opdracht: ga verkopen wat je bezit, geef het aan de armen en volg mij. Dat lukt de man niet, in ieder geval niet meteen….. 

Meteen daarna doet Jezus er nog een schep bovenop: het is voor een kameel makkelijker om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen. Daarmee verlegt Jezus het speelveld, verschuift het perspectief van het hiernamaals  naar het hiernumaals. 

Eeuwenlang  is dit weggeven van bezit letterlijk uitgelegd.  Met name door religieuzen, hier vandaan komt de gelofte  van armoede, om echt je eigen bezit op te geven en alles als communiteit te delen. Morgen legt Geertjan, opgegroeid in deze parochie, die gelofte als eeuwige gelofte af. Hij leeft een sober leven maar zo zien nu ook de broeders, het hoeft niet helemaal zonder bezit. De kern zit in het afzien van de ballast van bezit. 

Dat zit verscholen in dat wonderlijke beeld van een kameel dat door het oog van een naald kruipt. Jezus grijpt hier terug naar de naam van een klein maar beroemd poortje in de stadsmuur van Jeruzalem, geheten het oog van de naald. Een kameel kon er, op zijn knieën doorheen maar alleen puur natuur, dus zonder zadel en zadeltassen. Die ballast moest er eerst af. Dat doe je niet zomaar, dat is een tijdrovend en zwaar karwei.  Hoe zwaarder de bepakking, hoe zwaarder het is. De rijke man moest zich van heel veel ballast ontdoen…

Daarom zegt Jezus dat het voor een rijke moeilijker  maar niet onmogelijk is!

In een kinderbijbel wordt dat mooi en humoristisch verteld, het knechtje sjouwt zich een breuk, de kameel moet diep door het stof en het lukt alleen met nog een extra zetje van het knechtje. Pas dan is ze door het oog van de naald gekropen! Het lukte door het afleggen van de ballast én door het vertrouwen dat wat onmogelijk lijkt toch zou moeten kunnen. Daardoor bleven de kameel en het knechtje het samen proberen.

De vraag is dus niet zozeer of iedere christen meteen al zijn bezit moet delen met de armen, maar veeleer of je bereid bent samen op weg te gaan vol vertrouwen. 

Zoals het jongerenkoor zingt in het lied  De reis:  

de tocht zo samen ondernomen, 

vraagt van de trekkers, hoe dan ook, 

om niet in ’t donker om te komen, 

in hun bagage echt geloof.

 

Volg mij, zegt Jezus, dan trekken we samen op,  dan praten we verder en kunnen elkaar steunen met soms een zetje en soms een steuntje in de rug.  

Volg mij, pak alleen maar een gebed om wijsheid in en wat vertrouwen. 

Dan ontdek je gaande weg vanzelf wat eeuwigheidswaarde heeft, kom je soms al in de zevende hemel en zijn er voorproefjes van eeuwig leven, op van die momenten ‘die eeuwig zouden mogen duren’.  

Jezus vraagt aan de man om zijn bagage nog eens goed te checken.

Ook wij worden daartoe uitgenodigd. Ik stop in ieder geval deze beroemde wijsheid in mijn rugzak: 

Franciscus van Assisi: "Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien"

In 1943 maakte  Reinold Niebuhr er dit gebed om kalmte van:

 

GEBED OM KALMTE

God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden
wat ik niet kan veranderen,
moed om te veranderen wat ik kan veranderen,
en wijsheid om tussen deze twee onderscheid te maken.
Om één dag tegelijkertijd te leven.
Om van één moment tegelijkertijd te genieten.
Om moeilijke tijden te accepteren als het pad naar de vrede.

Om deze zondige wereld, net zoals Jezus deed, te aanvaarden zoals hij is,
niet zoals ik zou willen.
Om erop te vertrouwen dat U alle dingen zal rechtzetten
als ik me aan Uw wil overgeef.
Zodat ik in dit leven gelukkig genoeg zal zijn
en voor altijd volmaakt gelukkig met U in het volgende leven.
Amen.

 

Voorbeden

God wij bidden u om wijsheid 

Voor de machthebbers in de wereld

Dat zij hun macht inzetten, niet voor eigenbelang

Maar vrede en vrijheid voor alle mensen

Laat ons zingend bidden:

 

God wij bidden u om wijsheid

bij de keuzes die we moeten maken op onze eigen levensweg

sta vooral hen bij die hierin vastlopen

Laat ons zingend bidden:

 

God wij bidden u om vertrouwen

Voor mensen die alle vertrouwen verloren hebben

in zichzelf, anderen, de overheid of de samenleving

Laat ons zingend bidden: