2023-02-05 Egbert Fokkema

Jesaja 58 vs 6-10
Matteus 5 vs 1 tm 10 en 13-16

Gemeente, gasten, belangstellenden, kijkers, luisteraars,
mijn vroegere collega’s Jaap en Gea Boersma (voorheen Sri Lanka) zijn -nadat ze elders een project Eetze hebben geleid- iets buiten Kampen in een oude boerderij het 8ste werk begonnen. Hun basisprincipe is ‘noaberschap’. Op een erf waar iedereen ertoe doet. In de oude koeienstal is een sociale supermarkt open gedurende vier dagdelen per week. Iedereen kan er binnenlopen en boodschappen halen of ook brengen. Een cadeautje meenemen voor een kind terwijl je dat normaal gesproken niet kan betalen. Ook ligt er maandverband. Elke zondag is er een lunch waarbij naast samen eten (met mensen die het erg moeilijk hebben) ontmoeting en gezelligheid heel belangrijk zijn. Meehelpen met koken is ook welkom in de centrale keuken.
Bij het 8ste werk (prachtige naam, meer dan de volheid van zeven!) mogen mensen naast aanzitten aan de etenstafel ook het erf of de tuin gebruiken en delen.

Zoals Ruud bijvoorbeeld. Hij zat jarenlang in huis en durfde niet meer naar buiten te gaan. Hij had ook nog de zorg voor een zoon met beperkingen. Zijn leefwereld was klein, hij voelde zich minderwaardig. Heel schuchter ging hij een keer naar een bijeenkomst over armoede. Zijn eerste reddende engel was een vrouw in de keuken die zei: ‘help je mij even?’. Mee daardoor ontstond er een nieuw begin, met erkenning, in zijn leven. Hij merkte dat hij toch de moeite waard was (!), bloeide op en hielp met klussen. Hij zegt: ieder mens heeft van tijd tot tijd een reddende engel of een beschermengel nodig!
Het streven van ‘noaberschap’ in het 8ste werk is: mensen die zichzelf zien als nutteloos of van generlei waarde, helpen om een uitgestoken hand te pakken. Maar ook om medemensen te stimuleren om die uitgestoken hand voor iemand anders te zijn.

Herman, een duizendpoot met vervroegd pensioen, doet allerhande werk op het erf. Vrijwilligers die deskundig zijn op het gebied van administratie of steunaanvragen ervan helpen degenen die dat niet kunnen. Ook zijn er jongeren! Met verfrissende ideeën. Ze doen ICT werk of geven adviezen of praktische hulp aan de bezoekers. Ze leggen een moestuin aan en doen experimenten met nieuwe zaden en beplantingen. Zo wordt een duurzaam, groen erf gerealiseerd waar jong en oud zich thuisvoelen. Het 8ste werk deelt zo liefde, tijd en bezit. Op 16 maart is er een boomplantdag waaraan iedereen kan meedoen.
Ook wordt er momenteel druk gebouwd aan 8 kleine woonunits, waar mensen die in scheiding liggen of die op andere wijze tussen wal en schip vallen, tijdelijk in kunnen verblijven. Geen thuis meer hebben voelt als een diepe afgrond. De toiletunits werden deze week al geplaatst. Marie: ‘ik kan weer op adem komen als ik een woonplek heb’. Passanten kunnen komende zomer ook bij het 8ste Werk overnachten, bijvoorbeeld in een pipowagen. Kortom: prachtig voorbeelden van zoutend zout en lichtend licht-zijn. Leef je geloof, wees een licht!

De diaconie van Drachten gaat vanaf de komende weken met een opgeknapte oude bouwkeet de wijken in. Titel ‘Bakje in de buurt’. Minister Schouten prijst kerken om hun manier van armoedebestrijding. Kerken helpen op plekken waar de overheid dat niet kan. Onder meer door vluchtelingen die net in Nederland zijn aangekomen te helpen in hun taalbarriére. Of om hen bij te staan in de Nederlandse bureaucratie en regelgeving. Door subsidies aan te vragen voorkomt men armoede. De diakenen van Drachten hopen dat de bouwkeet zó laagdrempelig is dat wijkbewoners daar niet alleen komen voor koffie, maar ook voor gesprekken en ontmoeting. Ieder mens is even waardevol voor God. Dat geldt ook voor bewoners van een wijk of stadsdeel. De kerk heeft vaak nog een te hoge drempel en heeft een bepaald imago. ‘Hoe krijgen we in beeld wat er zich afspeelt achter de voordeur?’. Het duurt vaak jaren voordat mensen die hulp nodig hebben hun schaamte overwinnen om zich te melden en ook om die bijstand te vragen. Vrijwilligers worden door de diaconie toegerust. Ze gaan ook buiten de keet praten met bewoners. Als kerk moeten we ons veel meer ‘buiten’ laten zien; we zijn altijd ‘open’ en staan midden in de samenleving.

Er zijn nu plm. 90.000 vluchtelingen uit Oekraine in Nederland. Ze hebben een aparte status. Zo’n 30.000 ervan hebben al werk gevonden (productie, horeca, schoonmaak, land en tuinbouw, bij een bouwbedrijf). Mee dankzij medewerking van kerken, ondernemers en particulieren. Vb. PKNKerk Musselkanaal: een Ukraiens gezinslid is er gedoopt, het gezin kreeg nu een status en een huis!

Oekraiense steden hebben het nog steeds zwaar te verduren. Dit, ondanks het feit dat veel drones met dodelijke en ontplofbare lading worden tegengehouden. Tientallen kerken, scholen, historische en cultureel waardevolle gebouwen of musea zijn vernietigd. Evenals flats in woonwijken. Herstel van de infrastructuur zoals spoorlijnen, bruggen, water- en energievoorzieningen kost jaren zodra de oorlog voorbij is. Maar de bevolking is bewonderenswaardig vol energie; super gemotiveerd beginnen inwoners steeds opnieuw aan een schier ondoenbare taak van ruiming van resten van vernielde flats, scholen, electriciteitsvoorzieningen, spoorlijnen, straten, etc. Noodonderkomens worden opgezet. Er wordt weer veel met hout gestookt. Het Evangelie klinkt nog altijd in Oekraïne. Ongeveer 75% van de bevolking noemt zich gelovig. Zalen van Pinkstergemeenten die nog open zijn, puilen vaak uit. Na afloop van een dienst lopen de kerkgangers met kisten met broden naar buiten. De verse baksels zijn meer dan dringend nodig. Veel supermarkten zijn dicht, fabrieken gesloten, veel mensen hebben geen werk meer. Maar de kerk op veel plaatsen heeft een eigen bakkerij. (brood en zout). Kerkgebouwen elders zijn ingericht als EHBO post. Medisch gezien is er immense nood. Medicijnen, apparatuur, verbandmiddelen,, kortom: er zijn voor medemensen…leef je geloof, wees een licht!

Gemeente, laten we blijven bidden om vrede. In ons land zijn dit jaar al meer dan 4.000 alleenreizende en alleengaande minderjarigen aangekomen. Kinderen die in hun kind-zijn al heel veel leed te verwerken hebben gekregen. Egbert: ik ontmoette jaren geleden een jochie in een intrieste slumwijk, liggend op een kartonnen doos. Hij vroeg ‘vreemde meneer, wilt u mijn vader zijn?’ Zijn zusje naast hem. Ik heb hen meegenomen maar een hulpcentrum: ze hebben later een opleiding gevolgd tot timmerman en verpleegkundige.
Gemeente, beste kijkers en luisteraars, wat mogen we intens dankbaar zijn in ons land te mogen leven. Vrede op aarde en vrijheid heeft hier Goddank een heel andere betekenis en invulling dan in andere gebieden wereldwijd. We mogen een warme, open en getuigende gemeenschap vormen. En die be(LEVEN)!. In Woord en Daad.

Jesaja 58: blijmakende en troostrijke woorden! Ik krijg er nieuwe Geestrijke energie van en word blij als ik zo’n hoofdstuk lees. God wekt ons door Jesaja op om aan zelfonderzoek, bezinning en ‘vasten’ te doen. ‘Waar sta ik, waar leef ik voor, waarin schiet ik tekort. Maak ik me druk om wezenlijke dingen? Of ben ik druk met mezelf? En: wat doe ik voor een ander?’

Lieve mensen: we hebben een eervolle en prachtige taak: we zijn in Naam van God benoemd tot uitvoerend lid van het heilsleger. Als Koningskinderen van Gods welbehagen laten we sporen van God en Zijn liefde zien in straten, dorp, wijk of stad. Met iemand wandelen, naar de dokter, een klusje doen in huis, de boekhouding verzorgen. Eenzamen opzoeken. Leef je geloof, wees een licht En (!) je ontvangt tegelijkertijd ook zelf meer en nieuw licht en nog veel meer! Als er ergens een deur dicht lijkt gaat er altijd weer een raam open! Dit alles maakt dat je je intens gelukkig voelt! De gemeente en de kerk van nu en in de nabije toekomst zijn een herberg en een huiskamer die dagelijks open is. Een toevluchtsoord en een oase vol aantrekkingskracht. In het nieuws vandaag: een Syrische familie krijgt onderdak in een leegstaande predikantenwoning. Project De Thuisgevers brengt mensen ook elders onder bij voorzieningen van kerken. Hulp bij materiele zaken, kleding, pakketten voor schoolkinderen, gordijnen, keukeninventaris, inrichten onderkomens, bestek, meubels, etc..

In Matteus 5 staat: Na velen genezen te hebben ging Jezus, met ontferming bewogen de berg op en zág de mensenmassa. Ook hier vanmorgen: Jezus is met ontferming bewogen over ons, Hij ziét ons! In ons huis, ziekenkamer, op straat, in het zorgcentrum, revalidatieruimte (vb. fysio begeleidt oudere mevrouw). Hij is ons nabij. Reist mee.

In Christus houdt God een soort Troonrede. 8 Zaligsprekingen! Elke zaligspreking (Ziels-Geluk proclamatie) zegt iets over de gemoedstoestand waarin een mens zich kan bevinden. De 1e en de 8e zaligspreking eindigt met: ‘want voor hen is het koninkrijk van God’. 2 t/m 7: treurenden worden getroost, zachtmoedigen zullen het land bezitten, die hongeren en dorsten naar gerechtigheid zullen verzadigd worden, barmhartigen zullen barmhartigheid ondervinden, degenen die zuiver van hart zijn zullen God zien, vredestichters zullen kinderen van God genoemd worden.
Samengevat: wij mensen/kinderen zijn: ‘zout’ en ‘licht’ (Matt. 5 vs 13-16) We trekken door deze wereld als zout: smaakmakend en bederfwerend. En we houden niet op goed te doen en Christus te verkondigen in Woord en Daad. Onze lampen, geloof, moed en licht zijn toonbeelden van vreugde, blijheid en leven. Ontvangen, geven en delen! Niet voor even maar voortdurend.
Dit licht kán niet verborgen blijven! Evenals het geloof in onze Schepper en Zender: dit licht schittert (!): Christus is hét Licht der wereld. Wij worden door dit Licht beschenen, ervan vervuld en kunnen niet anders dan dit uitstralen! De weerglans van dat LICHT zit in onze genen. Ook in die van onze Kerk(gemeenten). Maar een dergelijk (uit)stralen en helpen kunnen, willen én hoeven we niet alleen…!
Allen die met ons verbonden zijn: luisteren en kijken we nu naar het lied van Stef Bos: ‘kan het niet alleen’. Amen.

Egbert Fokkema, gastpredikant Ontmoetingskerk

2023-01-21 en 22 – Vissers van mensen, Roland Brans

Vissers van mensen, 21 en 22 januari 2023

Jesaja 8,23b-9,3
Mattheüs 4, 12-23

‘Kijk, zo doe je dat. Je loopt niet meteen door naar binnen, want als je achter je ziet dat er nog iemand aankomt dan houd je de deur even vast.’ De jonge moeder die met een meisje van ongeveer vijf jaar oud aan de hand een winkel binnengaat, legt het heel precies uit: ‘Wacht, wil jij het eens proberen?’ En omdat ik al even stond te wachten totdat ik naar binnen kon, ben ik een gewillig proefkonijn. Het meisje houdt de deur voor me open en ik loop langs haar heen naar binnen. ‘Dank je wel hoor, goed gedaan’, zeg ik en het meisje lacht van oor tot oor. Jong geleerd is oud gedaan.

Een goed voorbeeld geven is niet alleen belangrijk bij de opvoeding van kinderen, ook in managementcursussen en boeken wordt er aandacht aan besteed. Daar wordt het goede voorbeeld van een leidinggevende als een van de krachtigste ‘tools’ gezien (wij hebben het hier maar gewoon over een middel of gereedschap); dus als een goed hulpmiddel om veranderingen in een organisatie tot stand te brengen. Als je het zo zegt -een goed voorbeeld als hulpmiddel- dan komt het wat kunstmatig en bedácht over. Maar we weten allemaal dat mensen die een goed voorbeeld geven inspirerend kunnen zijn. Mensen kijken bewust of onbewust naar het handelen van anderen en kunnen zich daardoor laten inspireren. Ook op basis van wat jij en ik zeggen en doen, tasten anderen af wat goed en slecht is.

Mensenvissers, zijn we soms. In Mattheüs gaat het daar ook over. In het evangelie van vandaag lezen we dat Jezus hoort van Johannes’ gevangenname. Jezus komt tot de conclusie dat ook zijn leven gevaar loopt en, anders dan enkele jaren, tegen het Paasfeest, wanneer hij het gevaar in Jeruzalem bewust opzoekt, vertrekt hij nu naar een ander gebied; hij gaat naar Galilea. Daar begint Jezus met zijn prediking. Hij roept op tot bekering, want het Rijk der Hemelen is nabij. Als je Jezus volgt, zul je veranderen. Dan voel je je in meerdere opzichten geroepen. Het zijn vier vissers die zich geroepen weten en die gehoor geven aan de oproep van Jezus om Hem te volgen: Simon en zijn broer Andreas, Jakobus en zijn broer Johannes. En dan zegt Hij: volg mij, ik zal vissers van mensen van jullie maken.

Vissers van mensen. Het gaat om mensen. Jezus is niet bezig met een theocratische machtsovername. Misschien maar goed ook, want de uitwassen van een theocratie kunnen verschrikkelijk zijn en kennen we maar al te goed: in Iran worden onder het aanroepen van God mensen verpletterd en hun rechten met voeten getreden, worden mensen vermoord en verkracht. En dat nota bene onder het mom van, zoals het dan wordt genoemd, een gepleegde misdaad tegen God. Een go(d)t-spe! Waar is de God van het mededogen? Al die mensen die op de wereld leven onder een autoritair regime verlangen naar de verwerkelijking van het visioen van Jesaja uit de eerste lezing: ‘Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot. Het juk dat zwaar op het volk drukte, de stang op hun schouders en de stok van hun drijvers: Gij hebt ze stukgebroken.’ Als Mattheüs vertelt van Jezus in Galilea haalt hij juist dit visioen aan: hier is het Jezus die met zijn voorbeeld licht in de duisternis laat schijnen. Hier wordt een ander soort opstand gepredikt. Eén met een menselijk gezicht.

Misschien hebben de vier nieuwe vrienden van Jezus, de twee keer twee broers, niet meteen door wat de boodschap van Jezus is. Zelfs Simon Petrus, zal zich later herhaaldelijk vergissen. Hij heeft die netten waarmee hij vroeger de vissen in verstrikte echt niet meer nodig. Hij hoeft ze niet met geweld te vangen. En ook wij worden door het woord mensenvissers soms op het verkeerde been gezet. Alsof het om zieltjes winnen zou gaan, agressief gehengel naar andersgelovigen. Simon, Andreas, Johannes en Jakobus zullen zelf moeten veranderen. Ze laten met hun netten hun oude zelf achter. En de mensen die ze vangen laten ze juist voluit leven.

Ik raak in de winkel, waar ik eindelijk binnen ben, even later met het meisje aan de praat. Ze zegt dat ze net van school afkomt en dat het een hele leuke school is. Blijkbaar is het een, misschien zelfs wel ouderwetse, christelijke school, want op mijn vraag wat ze dan gedaan heeft op school zegt ze: ‘O, we hebben het over Jezus gehad’. Om haar zoveel mogelijk de ruimte te geven haar verhaal te doen, vraag ik: ‘Goh, wie is die Jezus eigenlijk?’ Zonder haar ogen van het speelgoed af te halen, wat ze net in haar handen heeft genomen, zegt ze: ‘Dat weet ik echt niet, hij zit niet bij mij in de klas’.

Als ik weer thuis ben, moet ik daar nog aan terugdenken: Jezus zit niet bij mij in de klas. Dat was jammer, want hij zou een geweldig voorbeeld kunnen zijn. Maar misschien is de meester van de klas dat ook wel. En slaagt hij erin om iedereen tot zijn recht te laten komen, goed lerend of niet, sociaal handig of onhandig, stilletjes of luidruchtig. Zo af en toe is de klas dan een klein koninkrijk der hemelen. Zit Jezus misschien toch nog in die klas. Kunnen ze op heel wat plekken daar nog een puntje aan zuigen.
We willen niet opgevist worden om verstrikt te raken in de netten van machtsmisbruik en onrecht, of in de netten van een verstikkend geloof, maar we willen losgelaten worden om voluit mens te kunnen zijn en we willen ons kunnen spiegelen aan echte vissers van mensen. Soms vissen we zelf, door ons oprechte voorbeeld en soms worden we door een inspirerende ander opgevist. Volg Jezus, wordt een échte visser.

Roland Brans

2022-12-31 Overweging Oudjaar door Cobi Voskuilen

Prediker 3, Johannes 1, 11- 18

Dan is het nu tijd voor de overweging; op aanraden van Prediker neem ik er de tijd voor.

Er is heel wat tijd voorbijgegaan in 2022. 365 dagen en nachten. 8.760 uren of 525.600 seconden voorbijgegaan met geboorte en sterven. Met lachen en huilen, planten en oogsten, met afbreken en opbouwen, zwijgen en spreken, met haten en liefhebben. Ja dat alles heeft zijn tijd. Ook het feit dat we hier vanavond bij elkaar zijn. Dat wordt overigens bepaald door de wereldse kalender. En niet de kalender van de Christelijke feesten. Oudejaarsdag is daar een dag als alle andere. Toch spreekt deze avond voor velen van ons boekdelen. Op tv en in de krant verschijnen de hoogte- en dieptepunten op het beeldscherm. Hoogtepunten in de sport, hier en daar een plaatselijk lichtpuntje maar vooral in de wreedheid van de oorlog met alle bijkomende gevolgen in de wereld. Het katern bij Trouw geeft een getuigenis van de VEERKRACHT van het OEKRAÏENSE VOLK, aangedreven door de bemoediging van hun leider Zelensky. Die veerkracht overstijgt het huilen en lachen. Het haten en het liefhebben. Ze geven niet op.

Helaas zijn er meer dieptepunten: de raketinslagen in OekraÏne duren voort, watersnoodrampen all over the world, de verharding van de maatschappij, klimaatactivisten die zich vastklampen aan schilderijen en tafels, de klimaattop in Kyoto, het wereld kampioenschap voetbal in Qatar, het proces rond de ramp met de MH 17, de boerenprotesten en de omgekeerde vlaggen, de extreem warme zomer, de sneeuwramp in de VS, het smelten van gletsjers en ga zo maar door.
We zagen beelden van hongerende kinderen in Jemen, van te-veel mensen op de vlucht, van raketinslagen in Cherson, Kiev en Mariopoel, protesten in Iran en China, opgepakte mensen die hun mond roerden. Ja helaas meer narigheid dan vreugde, alsof de wereld in brand staat.

Daarnaast wordt deze dag ook gekleurd door wat we persoonlijk meemaakten. Ieder hier in de kerk en ook u thuis heeft zijn of haar eigen verhaal over de afgelopen tijd. Een verhaal gekleurd door gevoelens van vreugde en dankbaarheid om wat goed was. Maar ook met gevoelens van verdriet over het gemis van dierbaren of van onmacht over wat niet lukte misschien. Van onzekerheid over hoe het in onze samenleving verder zal gaan. Nog meer tegenstellingen? Hoe moet het verder met het klimaat? Kortom er is genoeg om ons mee bezig te houden deze dagen. Maar ook wat 2023 zal brengen aan persoonlijk geluk of verdriet?

Welke rol speelt ons geloof daarbij? Zoeken we naar zingeving in ons leven, een richting in ons doen en laten? Vanavond hebben we woorden gelezen van Prediker.
Hij verdeelt de tijd van het leven en benoemt alles wat er kan gebeuren. Tijd is iets wonderlijks. Prediker schetst in het kort het alledaagse leven van de mens. Dat leven heeft een begin en een einde. Dat leven kent trauma’s en geheelde wonden. Kent trouw en plezier, ambitie en verlorenheid, liefde en vijandschap. Dat leven speelt zich soms af op de vierkante meter, soms in een oneindige ruimte. Zo hebben alle dingen hun beoogde tijd onder de hemel. Alles wat we proberen om hierin een verband te vinden alle streven om gebeurtenissen te verklaren is ijdel, lucht en leegte. En toch stellen we onze vragen. Waarom gaan de dingen zoals ze gaan? Waaraan heb ik dit geluk verdiend? Waarom overkomt mij deze ellende? Waar zijn onze doden gebleven? Die vragen, zegt Prediker, mag je wel stellen, maar er bestaan geen antwoorden. Onbevredigend toch? Want op die vragen willen wij zo graag een antwoord.

Juist op een dag als vandaag kennen we een zekere weemoed, een verlangen naar antwoorden. Misschien zijn we daarom hier gekomen, hebt u daarom op ons afgestemd. Om binnen het gegeven van alle tijd iets van de Eeuwige te proeven. Om te midden van alles wat je als zand door de vingers glijdt houvast te zoeken en te vinden. Moeten we hier stoppen? Zegt Prediker ons dat alles zinloos is? Nee, het is beter wijs te zijn dan dwaas. Weet dat al je streven als mens beperkt is.
Je kunt veel bereiken in je leven, maar besef wel: “uiteindelijk sta je machteloos tegenover de dood of welke rampen dan ook die je in je leven overkomen”.
Prediker is nuchter en zegt: alles is vluchtig, maar hopelijk zorgt dat inzicht ervoor dat je ruimte zoekt om het leven in alle facetten te beleven. Voer een goed gesprek met elkaar, vier het leven met die je lief zijn en zeg tegen elkaar: het leven is vandaag goed. Geniet van de schepping en zorg ervoor. Leen een ander je schouder, je oor, bij ellende en verdriet, huil samen en proef dan verbondenheid. Zoek naar wat er nog WEL is, het glas is niet half leeg maar half vol. Dat is wat Prediker mensen gunt. Ondanks alles wat er gebeurd is in je leven. Je voelt je alleen, je hebt zorgen over je kinderen, kleinkinderen, het verlies van gezondheid, van je partner. Hij geeft ons het inzicht dat de vragen groter zijn dan onze antwoorden. Maar vooral hoopt hij dat mensen in die ervaringen momenten zullen hebben, dat het licht door de kieren naar binnen dringt.
Immers zo zegt Johannes vandaag: Het ware Licht, dat iedere mens verlicht kwam in de wereld. Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden. Ieder ontvangt het vermogen daarbij te horen. Het Licht van de Eeuwige dat bij de geboorte in ons is gelegd en dat ons met elkaar verbindt. God ziet ons, zegt Johannes, als mensen die durven bewegen met de wisselvalligheden van het leven. Hopelijk zijn we ons bewust dat we daarbij altijd omgeven zijn door ZIJN LICHT. Daar is immers heel de schepping van doorweven.

Hoe ver weg God soms lijkt, Hij/Zij is altijd dichtbij met zijn/haar liefde en Licht. Durf daarop te vertrouwen, ga erin staan. LICHT is de blijvende verbinding tussen de Eeuwige en ons mensen. Zo verlaat Hij/Zij ons nooit, maar gaat met ons mee de toekomst tegemoet. Want als God zich ergens laat vinden is het in dit verscheurde leven. Dat is een geloof dat niets triomfantelijks heeft, maar dat wel dag aan dag, ondanks alles, troost en zicht geeft op heelheid. Alles heeft zijn tijd. Is dat niet een open deur? Alles heeft zijn tijd maar wij nemen de tijd vaak niet – we nemen de tijd niet om te rouwen en om te dansen, soms nemen we de tijd niet voor elkaar – om de ander te laten merken hoeveel dat je van elkaar houdt – om er te zijn als de ander verdriet heeft. Alles heeft zijn tijd – eigenlijk staat er: voor alles is een beoogde tijd, dat betekent een geschikt moment, een aangewezen tijd. Daarom, Prediker zei al ‘als iemand eet en drinkt en geniet van al het goede, dan is dat een gegeven van God’. Koester die momenten. Laten we dat in Gods naam niet vergeten. We staan voor een nieuw jaar. Zullen we de tijd nemen om bewust te leven? Want God heeft ons de tijd gegeven, om te leven bij de dag, om samen hier vrede en gerechtigheid te doen. Tijd die vol geloof, hoop en liefde kan worden. Tijd om in ZIJN LICHT te staan. Om dat licht van binnenuit te voelen, te ervaren. Wij dragen dat licht immers IN ons. Mogen we met die verwachting het nieuwe jaar in gaan.

Cobi Voskuilen

2022-12-04 Overweging 2e zondag van de advent door Cobi Voskuilen

Is deze afbeelding u misschien al eerder opgevallen? (ja, waar dan? Op muur tuinkamer? Aan muur in de kerk? Op dia?).
Wat springt er voor u uit? Groep mensen? Twee apart? Gele kleurvak? Of licht op achtergrond.
Dit schilderij is gemaakt door Marijke Teunissen en kreeg de titel HOOP mee. Ze laat een aantal dingen open voor eigen invulling. de groep mensen rechts, komen die aanlopen of gaan ze juist weg? En is het tweetal vooraan aan het begin of juist aan het einde van hun tocht. Misschien zijn het niet zomaar 2 mensen maar M + J.
De kunstenares gelooft dat mensen die leven met hoop makkelijker leven ondanks tegenslag. Hoe dan ook, denkt zij, zet hoop mensen in beweging, laat ze niet bij de pakken neerzitten en dat is belangrijk. De beweging die haar zo aanspreekt past voor mij bij de lezingen van vandaag.

De woorden van Jesaja spreken HOOP uit; geven zicht op een mooie toekomst. Het is immers een vrolijk tafereel. Een wolf en een lam die samen wonen (dat zouden de schapenhouders wel willen), een panter die zich vlijt naast het bokje en kalf en leeuw die samen weiden. De zuigeling speelt bij het hol van de adder, het kind strekt zijn hand uit naar het nest van de slang; het hoeft kennelijk niet bang te zijn. Bange kinderen zijn er al genoeg.
Ik word er blij van, ook al weet ik dat het te mooi klinkt om waar te zijn. Maar toch…het wakkert mijn verlangen aan om op zoek te gaan naar wat wel haalbaar is. Naar positieve dingen die licht verspreiden. Zodat het maar een beetje waar kan worden.
De woorden van Johannes daarentegen maken me somber, wie hoort er allemaal bij dat adderengebroed. Zelfs wie komt met goede bedoelingen, om zich te laten dopen zoals de farizeeën, lijkt Johannes geen blik waardig te gunnen. Hij vervloekt ze, zo lijkt het wel. Johannes slaat een toon aan die we in onze dagen maar al te vaak en op steeds meer plekken horen. Alsof mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Terwijl het, zo lijkt me, toch de bedoeling is dat we in beweging komen. Ons keren naar het licht; of minstens de weg daarvoor vrij maken. Alles wat er dwars ligt opruimen. Immers pas in het licht zie je de obstakels. Verlangen we naar het blije en hoopvolle van de eerste lezing of richten we ons op het negatieve, de felle bewoordingen en verwensingen die er over en weer geuit worden, zoals in de evangelielezing.

Zongen we niet in het openingslied dat alles zal zwichten en verwaaien wat op het licht niet is geijkt? Alles wat geen verbinding heeft met het licht zal teniet worden gedaan. Een hoopvolle gedachte. Maar ook een opdracht. Vraagt een bewuste kijkrichting. Je richten op het licht is heel belangrijk. Daarvoor moet je open staan…met je zintuigen: je oren en je ogen, ja van binnen uit naar op zoek gaan…met heel je hart. Wat doen wij? U en ik? In de maatschappij lijkt de tendens sterker te worden om het donker te zoeken het negatieve. Daar wordt de meeste ophef over gemaakt. Alsof het positieve niet bestaat. Toen we kortgeleden in het kader van het najaarsprogramma met elkaar in gesprek gingen over de kunsttentoonstelling klonk meerdere keren: We zijn hier gekomen om het over hoop te hebben. En niet over alle ellende die er is in de wereld. Er is toch ook veel moois en goeds. En ze werden benoemd: Het herstellend vermogen van de natuur, de vele plaatselijke initiatieven om mensen in nood bij te staan, de kracht die mensen in zich hebben om verbinding met de ander aan te gaan. Om de ander te helpen groeien naar wie hij/zij ten diepste is. Maar ook…het feest van delen dat we hier aan het einde van de Klaaswinkel met elkaar mochten beleven, de ontmoetingstuin die zo vaak een rustpunt blijkt te zijn voor mensen die hem ontdekt hebben. Ik zeg dat niet om de ellende te bagatelliseren maar wel om te zoeken naar bronnen van hoop. Wegzakken in ellende is geen leven.

Terug naar het schilderij…lopen wij naar het licht toe of er juist van weg? Gaan we af en toe even op dat bankje zitten om de donkere kanten van ons bestaan in het licht te zetten, zodat we ook dàt ijken op het licht… Dan gaan de scherpe kantjes ervan af, dan bezie je het in een ander licht. Barst de harde schil ervan open, is er weer hoop. Licht is nodig om niet uit elkaars genade te vallen. Het mooie is dat wij dat licht in onszelf dragen alleen zijn we ons daar meestal niet van bewust. Het is het goddelijk licht, de vonk die in ons is gelegd. Of zoals Willem Glaudemans het zegt: Er is het geestelijke licht van de Schepping, dat we alleen innerlijk kunnen vinden, in de stilheid van onze denkgeest, in het licht dat achter al onze gedachten schijnt. Het is niet met onze zintuigen waarneembaar, maar het is alles wat het is, stil en nog immer één met de ene Bron. Dan kunnen we ervaren dat we licht zijn en niets ánders dan licht zijn. Wie licht kent, kent zichzelf en kent het Al. Hoe mooi zou het zijn als ieder mens daar wat vaker bij stil zou durven staan. Gewoon door te zitten en tegen jezelf zeggen dat je Licht draagt. Door je voor te stellen dat er een lichtbron om je heen is waar jij middenin zit…
Bij sacraal dansen proberen wij dat te voelen in een dans op de melodie van: Als alles duister is…ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft.

In de gebaren halen we het licht dat in ons is gelegd naar boven, dragen het op handen, laten het stralen, dat werkt aanstekelijk. We ontvangen ook licht van de anderen om ons heen en van de grote Lichtbron. Dat ontvangen licht leggen we in ons hart en gaan door op de ingeslagen weg. Misschien kunt u in gedachten met mij mee dansen. Ja dat licht in uzelf voorstellen. Mogen we ons zo voorbereiden op het Licht dat met Kerst opnieuw onder ons geboren wordt om ons er mee te verbinden!

Cobi Voskuilen

2022-12-10 en 11 Van dichtbij, Roland Brans

Jesaja 35, 1-6a.10
Mattheüs 11, 2-11

Van dichtbij is ze anders. Als ik de verrekijker aan mijn ogen zet zie ik hoe bijzonder ze is. Vorige week zondag wandelde ik zoals gebruikelijk na de viering in het bos. In mijn ooghoek zag ik een beweging van een vogel die ik niet meteen thuis kon brengen en snel pakte ik mijn verrekijker. Het was een mus. En ik was verrast. De mus zat maar een paar meter van me vandaan en doordat ik met een kijker met 12x vergroting keek, zag ik plotseling de prachtige bruin-beige kleurnuances. Het grijs was niet dof maar glinsterde onder parelende druppels. De veren lagen in een ragfijn patroon over elkaar. Wat had ik lang niet naar een gewone mus gekeken! Wat een prachtige vogel eigenlijk. Ik moest aan het gedicht van K. Schippers denken: ‘Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is.’

Deze advent zingen we steeds hetzelfde openingslied: Open mijn oren, mijn ogen, mijn hart. Keer mij om. Geef mij uw leven. Laten we onze oren, ogen en ons hart eens openen en laten we het nu eens van dichtbij bekijken. Daar kunnen we wel wat licht bij gebruiken. Het licht van de Advent; we zijn er bijna, bijna zijn we bij het licht van kerstmis. Scheur toch de wolken weg en kom. Nu, begin december, worden de dagen weliswaar steeds korter, de nachten langer en lijkt het licht het onderspit te delven, maar onze verwachting groeit. Deze derde adventszondag wordt ook wel Gaudete genoemd, wat betekent: verheugt u. Verheugt u, want de Heer is nabij.

Als we het evangelie van vandaag ook van ‘dichtbij bekijken’, valt op dat het uit twee delen bestaat. In het eerste deel zien we Johannes in de gevangenis zitten. Hij stuurt zijn leerlingen weg met de vraag of Jezus werkelijk ‘de komende’ is. Jezus antwoordt hen dat ze maar eens goed naar zijn daden moeten kijken: blinden laten zien en lammen laten lopen, melaatsen genezen en doven laten horen, doden staan op en de armen krijgen weer hoop. In het tweede deel van het evangelie zijn de leerlingen van Johannes weer weg en richt Jezus zich tot de menigte. Dan zegt hij iets opmerkelijks: ja, Johannes is een profeet. Er is geen mens zo belangrijk als hij. Maar in het koninkrijk van God, in die nieuwe wereld, zijn zelfs de gewoonste mensen nog belangrijker dan hij. Jezus onderscheidt zich hier van Johannes. Want Johannes sluit aan op de eerste lezing uit Jesaja: De ogen van de blinden zullen open gaan en de doven zullen weer horen. Maar ook: hier is God vooral een rechter die komt om te vergelden en om te redden. Jezus gaat verder: zijn invulling van een nieuwe wereld vindt plaats midden in die wereld.

Verheugt U, want de Heer is nabij. Dat zal vast wel, maar wachten valt niet mee. U kent het gedicht van Gerard Reve waarschijnlijk wel: ‘Gij die koning zijt, dit en dat, wat niet al, jaja kom er eens om. Gij weet waarom het is, ik niet. Dat koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’
Misschien kunnen we in de tijd dat we wachten, eens wat beter om ons heen kijken. Alles van wat dichterbij bekijken. Ik heb het bos verruilt voor de stad en heb mijn verrekijker nog steeds bij me. Vreemd, met een verrekijker in de stad, maar ook hier zet ik hem aan mijn ogen. Zeker, we zien een eenzame man alleen thuis zitten en we zien een stuurs kijkende vrouw die niet merkt dat ze bijna iemand omver loopt, we zien een ruzie op een terras en daar in dat afgelegen steegje is zelfs zinloos geweld. Maar als we inzoomen zien we dat er bij de man die alleen thuis is soep wordt gebracht, dat degene die te hard liep zijn excuses aanbiedt, dat bij de ruzie op het terras mensen tussenbeide komen, we zien dat gewonden verzorgd worden en dat er geprotesteerd wordt tegen onrecht en geweld. Er is genoeg om somber over te worden, we zien een vloed van tranen, maar gelukkig ontstaat met vallen en opstaan ook een gemeenschap die groeit in mensen, die elkaar willen hoeden en dragen en die het zoeken naar troost, vrede en recht niet moe worden.

Van dichtbij zijn we vaak anders. We kunnen wel een verrekijker gebruiken, of liever: een dichtbij-kijker. Als we Jezus van dichtbij bekijken merken we op dat hij toch echt anders is dan Johannes. Ja, Johannes is een voorloper: zijn werk is gebaseerd op wat Jesaja al voorspelde; er komt een nieuwe tijd. Maar Jezus geeft met zijn eigen handelen hier een heel persoonlijke invulling aan: de samenleving verbetert, Gods Rijk wordt concreet. Om dat in het hier en nu te zien richt ik mijn kijker toch maar weer eens op de mus. Ik heb het bos, zoals gezegd, inmiddels verlaten, maar toch: ik zie haar ook hier zitten. Het is een doodgewone huismus. Zo een die in een huis of flat in Dukenburg woont. Wat is van dichtbij bekeken dat grijs toch mooi, wat spant zij zich toch in om met die andere huismussen goed te leven. Wat verlangt zij naar het licht én wat draagt ze er op haar eigen manier aan bij. Soms wordt ze als een gewone huismus nog belangrijker dan Johannes in dat nieuwe Koninkrijk. Verheugt U, want de Heer is nabij!
Immers: van dichtbij zijn we vaak niet wat het lijkt. Van dichtbij zijn we bijzonder.
Amen

Roland Brans

2022-11-13 Overweging Pastor Joska van der Meer

Mal 3:19-20
Lukas 21:5-19

Midden in de kerk hing een immens grote wereldbol:

Onderdeel van een tentoonstelling over de schepping en omringd met fraaie schilderijen. Deze week hangt dezelfde wereldbol bij de klimaattop in Egypte:

Daar gaat het over de schade door klimaatverandering. En met het uitroepen van de jaarlijkse Werelddag van de armen heeft paus Franciscus de wereldbol opgehangen in de rooms-katholieke kerk.

De paus vraagt aandacht voor de armen wereldwijd die als eerste de gevolgen van oorlog en klimaatverandering aan den lijve voelen.

Het moet anders, daar zijn we het met zijn allen wel over eens. Maar hoe dan? In de lezingen proberen Micha en Jezus hun tijdgenoten tot ander gedrag te bewegen door dreigende taal uit te slaan:

“de dag gaat komen, de dag die als een oven brandt”
“Al de hoogmoedigen, alwie boosheid bedrijft, zij allen worden stoppels, in brand gezet”
“geen steen op de andere gelaten zal worden: alles zal verwoest worden”
“Er zal strijd zijn van volk tegen volk en van koninkrijk tegen koninkrijk; er zullen hevige aardbevingen zijn, en hongersnood en pest, nu hier dan daar, schrikwekkende dingen en aan de hemel geweldige tekenen”

Dreigende taal die soms angstwekkend lijkt op ons journaal. Sommige mensen zien zulke complotten ook om zich heen. Maar Micha en Jezus zijn niet uit op zo’n verschrikkelijke toekomst, ze schilderen zo afschrikwekkend om mensen te bewegen nu te kiezen voor een andere wereld.
Zoals in de jaren zeventig de Club van Rome scenarios tekende om aan te geven hoe fout het zou kunnen gaan in de hoop dat mensen daarom hun levenswijze zouden aanpassen.

Micha wil mensen een andere weg in laten slaan dan de hoogmoedigen en kwaadwillenden. Mensen moeten God vrezend leven.

Jezus bereidt zijn leerlingen voor om hem te volgen. En vertelt ze dat dit niet zonder gevolgen zal zijn. Het vraagt soms om radicale keuzes. In de tijd dat Lucas het opschrijft hebben christenen al vervolgingen mee gemaakt, het is dus ook een tekst om hen te bemoedigen vol te houden.
Het doel van beiden is duidelijk: ze willen mensen weer laten leven in verbondenheid met God en met elkaar. Ze doen dat door te laten zien welke ellende je krijgt als je dat niet doet, met dreigende taal. Maar zou zulke dreigende taal helpen om je op de gewenste manier te gedragen?
De klimaatactivisten denken van niet. Volgens hen is er genoeg gepraat, weet iedereen best wat er zou moeten gebeuren maar doet het niet. Daarom zijn zij over gegaan op radicale acties: zichzelf vastketenen onder privévliegtuigen, concerten verstoren, schilderijen besmeuren en zichzelf vastlijmen. Ongemakkelijk, ongepast, zetten ze je zo aan tot nadenken. Helpt zulke dreigende taal in provocerende acties om je op de gewenste manier te gedragen?

Op school merk ik dat dit niet zo is. Als leerlingen hun huiswerk niet maken, of te laat inleveren, helpt dreigende taal of straf soms tijdelijk. Maar het gewenste doel bereik je er niet mee: leerlingen gaan er niet door leren. Daarvoor moet je uit een ander vaatje tappen, leren we als docenten nu bij trainingen. Het gaat daarin meer over positieve feedback geven, benoemen wat al goed gaat en hun innerlijke motivatie aanboren. Meestal zien we Jezus ook zo bezig. Maar vandaag dus niet. Want waar de leerlingen voor staan is serieus en gevaarlijk. Jezus weet dat als geen ander. En hij wil ze waarschuwen. Soms is dreigende taal toch nodig.

De paus pakt het in zijn brief aan ons op deze werelddag van de armen anders aan. Zijn boodschap voor de zesde Werelddag van de armen begint zo: “Jezus Christus […] omwille van u is Hij arm geworden” (2 Kor. 8, 9). Met deze woorden richt de apostel Paulus zich tot de eerste christenen in Korinthe, om de basis te leggen voor hun inzet van solidariteit met hun behoeftige broeders en zusters. De Werelddag van de Armen keert ook dit jaar terug als een gezonde provocatie om ons te helpen nadenken over onze manier van leven en de vele armoede van deze tijd. De paus vraagt zich af: hoe kan een adequaat antwoord worden gegeven dat verlichting en vrede brengt aan zoveel mensen die zijn overgeleverd aan onzekerheid en instabiliteit? Zijn antwoord is: solidariteit, het weinige dat we hebben delen met hen die niets hebben, zodat niemand lijdt. Als leden van de civiele samenleving houden wij de oproep tot de waarden van vrijheid, verantwoordelijkheid, broederschap en solidariteit levendig. En als christenen vinden we altijd de basis van ons zijn en handelen in naastenliefde, geloof en hoop. Ten overstaan van de armen houdt men zich niet bezig met retoriek, maar stroopt men de mouwen op en brengt het geloof in praktijk door middel van directe betrokkenheid, die aan niemand kan worden gedelegeerd. De paus vraagt om bewustwording als het gaat om het klimaat, dat wij bij alles wat we doen en bij al onze plannen denken aan mensen die in armoede leven, dat wij in solidariteit delen met hen die niets hebben opdat niemand lijdt, dat wij niet onverschillig zijn voor wat er om ons heen gebeurt, maar blijven bouwen aan onze wereld als ons gemeenschappelijk huis.

Afgelopen vrijdag was hier de Klaasmarkt en aansluitend het Feest van het delen. Een prachtige invulling van planet proof, van duurzaamheid door het hergebruik van spullen én van samen delen met wie moeite heeft de eindjes aan elkaar te knopen. Voor wie het gemist heeft: een jaar lang haalden vrijwilligers spullen op die anders weggegooid zouden worden. Die werden op de Klaasmarkt verkocht. En na afloop waren er mensen met een krappe beurs als special guests en mensen van goede doelen als een weggeefwinkel, een Oekraïne actie uitgenodigd om gratis spullen mee te nemen. Kinderen leerden we het principe van samen delen door hen 1 ding voor zichzelf en 1 ding voor een ander uit te laten zoeken. Met het zonnetje (door klimaatverandering was het niet ijzig koud) en de vele ontmoetingen was er geen dreigende taal maar wel stof tot nadenken: zoveel overbodige spullen maar voor een ander juist hard nodig. We hadden nog veel meer mensen als special guest kunnen uitnodigen. Moe en voldaan uitrusten of toch werk gaan maken van een goede doorstart?

Midden in de kerk hangt een wereldbol. Bij ons hangen er wel zes als een stripverhaal. Als een blijvende wake up call om goed voor onze aarde en allen die haar bewonen te zorgen. Amen.

Pastor Joska van der Meer

2022-11-02 Overweging Allerzielen, pastor Joska van der Meer

Overweging Allerzielen 2022 door pastor Joska van der Meer

Zo schitterend mooi, te mooi om waar te zijn, dat dacht ik toen ik het plaatje zag:

Een vergezicht, een mooie gefotoshopte illustratie goed passend bij het visioen van Johannes.
In mijn herinnering zijn er wel plaatjes die hier op lijken: momenten van samen zijn, van intens genieten, het gevoel van de hemel op aarde, van verbondenheid met alles en allen. Leven in het ritme van eb en vloed, in de hoge blauwe hemel de wolken zien wegdrijven. In die wolken de wonderlijkste dingen in zien: een engel of een mens wijds zegenend?

Maar dan stopt alles, niets is meer zoals het was:

De dood maakt alles grauw en grijs, inktzwart. Als iemand overlijdt die in je leven een belangrijke plaats innam, ontstaat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. En die hemel en aarde liggen onbegrijpelijk ver uit elkaar. Je speurt de hemel en aarde af: waar is hij of zij nou? Daarboven? Je hoopt voor de overledene dat er een nieuwe hemel is zoals Johannes die beschrijft: zonder pijn, zonder tranen en lichter dan licht. Als nabestaande is je aardse bestaan opeens helemaal nieuw. Alles moet je opnieuw uitvinden, zoveel dingen voor de eerste keer zonder die dierbare…

Beland op die nieuwe aarde moet je wel op zoek naar een bestaanbare aarde. Komen er ooit weer betere dagen met iets meer kleur, minder wazig en verkruimeld?

Johannes heeft er alle vertrouwen in dat er weer kleur zal komen. Jezus heeft hem geleerd dat de dood niet het laatste woord heeft. Johannes vertrouwt op die belofte van God ‘Ik zal er zijn’, van Alfa tot Omega, van begin tot het eind en alles er tussen in. Die daarom alles nieuw kan maken, ook als het in een mensenleven heel donker is geworden. Die vrijuit ieder die dorst heeft te drinken geeft uit de bron met water ten leven. Waar je dus bij terecht kunt als je niet meer weet hoe verder, die je mag vragen op ieder moment van de dag en midden in de nacht: ‘God sta me bij’… Als alles duister is, als alles nog wazig, zwabberig is, dan dorst je naar leven. Wat zijn dan kostbaar al die kleine bekertjes die je krijgt aangereikt in de vorm van attente gebaren, daadwerkelijke hulp, bemoedigende troostende woorden… Ze helpen om hemel en aarde weer dichter bij elkaar te brengen.

Zo keek ik nog eens opnieuw naar het plaatje zoals het was:.

Wat een schitterend mooi plaatje waarop hemel en aarde elkaar raken! Misschien voor velen van ons hier aanwezig nu nog te mooi, maar het mag wel de hoop opdiepen dat hemel en aarde elkaar raken op een manier die ons leven kleur en glans geeft. Zou het een plaatje kunnen worden van nog een nieuwe hemel, een nieuwe aarde ná die inktzwarte of verkruimelde? Anders dan voorheen maar wel met het intense verbondenheid met alles en allen?

Kijk! Als hemel en aarde elkaar raken blijft er een brandpunt waar het pijn doet aan je ogen als je erin kijkt: het geheim van leven en sterven. Dat blijft, kleurt de getijden van het leven, werpt er van tijd tot tijd een schaduw over. Maar net ernaast ontstaan, precies daar waar hemel en aarde elkaar raken, ook steeds nieuwe kleuren! Ik wens ons allen toe dat we naar die horizon toe mogen groeien. Want als hemel en aarde elkaar raken, lukt het om je dierbare in te weven in de draden van je nieuwe leven. Dan draag je hem of haar in je hart en dragen zij jou. In woorden of gebaren “zoals papa dat altijd deed”, in het volgen van ooit gekregen wijze raad van je moeder. In blijven doen wat voor die ander zo belangrijk was… Als hemel en aarde elkaar raken, is wat alles wat er mooi en goed was geen bron meer van verdriet maar een bron van leven.

Moge dat zo zijn, amen.

Pastor Joska van der Meer.

2022-10-29 en 30 Een klein mannetje, Roland Brans

Een klein mannetje
29 en 30 oktober 2022
Wijsheid 11, 23-12.2
Lucas 19, 1-10

Een kleine man zit achter een toetsenbord. Hij is een verwoed twitteraar, volgt de actualiteit en de politiek nauwgezet en is vaak boos. Boos op de overheid, boos op al degenen die zich in zijn ogen slecht gedragen. En dan op een dag laat hij zijn woede gaan en bedreigt een politicus en zegt dat hij hem wel kan en ook zal vermoorden. We kijken er hoofdschuddend naar en zijn tevreden als deze kleine man zich uiteindelijk moet verantwoorden voor de rechter. Wat is hij klein.

Als kind was ik letterlijk klein; een klein jongetje. Nu val ik nog steeds niet op met een fors postuur, maar blijkbaar viel mijn geringe omvang toen ik een jaar of negen was echt op. Ik zat op de Mariaschool in de Hugo de Grootstraat in Nijmegen en er waren verschillende kinderen die me ‘erwt’ noemden. Ik ging geenszins gebukt onder deze bijnaam en beschouwde dit zelfs als een geuzennaam. Ik was toentertijd geloof ik een braaf jongetje, maar ik herinner me dat ik op een dag werd uitgedaagd tot een vechtpartij. Ondanks de bijnaam erwt heb ik mijn tegenstander een stevig poepie laten ruiken. Ik sluit niet uit dat mijn herinnering heroïscher is dan de werkelijkheid van toen.

Maar klein was ik, net zo klein als Zacheüs. Altijd als ik de naam Zacheüs hoor, moet ik denken aan een klein mannetje, zo staat het immers ook bij Lucas. Zelfs als hij op zijn tenen staat, komt hij niet boven de andere mensen uit, die in drommen Jezus staan op te wachten. Een klein, bijna aandoenlijk mannetje, zo stel ik me Zacheüs voor. Dat komt overigens vooral door tekenaar Kees de Kort. Hij is onlangs overleden en is heel bekend geworden met zijn kleine boekjes met Bijbelverhalen. Later zijn ze verenigd in die prachtige Kijkbijbel. Eén van die kleine boekjes, met nauwelijks tekst, ging over Zacheüs. Kijk hier is hij. Klein is hij. Een echte erwt. Maar ook corrupt. Tenminste dat wordt gesuggereerd in het evangelie van Lucas. Hij wordt door de mensen in de menigte een zondaar genoemd; rijk geworden over de ruggen van anderen.

Zacheüs mag dan wel klein zijn, hij is wel nieuwsgierig en hij klimt in een vijgenboom. ‘Zitten onder de vijgenboom’ is in het Oude Testament een beeld voor het leven in vrede en geluk, zoals dat beoogd wordt door de Thora. ‘Klimmen in de vijgenboom’ kan dan gelezen worden als: ‘op zoek naar dat ideaal’. Zacheüs wil niet alleen Jezus zien, hij wil ook gezien worden.
En hij wordt gezien. Jezus zegt iets heel simpels: ‘Kom naar beneden, want vandaag moet ik in uw huis te gast zijn.’ Behoorlijk dwingend trouwens; niet ‘vind je het goed dat ik bij je op visite kom’, maar ‘ik moet je gast zijn’. Zacheüs, zo klein als hij is, komt snel naar beneden en is ondanks het gemor van Jezus’ publiek, maar wat verheugd over het bezoek.

Hoe komt het eigenlijk dat ik me wel herinner dat ik als klein jongetje, als ‘erwt’, werd uitgedaagd, maar toch niet meer echt weet hoe het afliep. Wat dééd ik eigenlijk? Ik heb geen beeld van de uitdager, geen beeld van een glorieuze overwinning noch van een smadelijk verlies. Ik herinner me alleen dat ik niet onderschat wilde worden. Ik wilde gezien worden. Wie niet? Die andere kleine man, de twitteraar die nu voor de rechtbank staat, lijkt nog kleiner te zijn geworden. Hij die met de meest grove verwensingen in een verbale oorlogsvoering zijn tegenstander te lijf gaat, wil die eigenlijk niet vooral gezien worden? Hij zegt: ‘Het was niet mijn bedoeling hem echt te bedreigen. Ik kan me wel voor mijn hoofd slaan dat ik dit allemaal heb gezegd. Ik was boos en ben ontzettend stom geweest.’

Ik weet niet meer welke straf de twitteraar kreeg. Misschien heeft de rechter net de eerste lezing uit Wijsheid gelezen: ‘Gij Heer, ontfermt u over allen, want Gij vermoogt alles (..). Gij heerst vol liefde over al wat leeft! Uw onvergankelijke geest is aanwezig in alles wat bestaat. Daarom straft Gij de zondaars met mate, en herinnert ze waarschuwend aan hun zonden, opdat ze hun boosheid verlaten en trouw blijven aan U Heer’. Als de rechter dit heeft gelezen, zal de straf van de kleine man als gevolg van zijn schuldbesef ongetwijfeld mild zijn.

Onverwacht zie ik de kleine man terug. En wel in een opvallend beeld in de kathedraal van Antwerpen. Daar staat een glimmend beeld van een man die op één hand een kruis laat balanceren. In hem herkennen we ons allemaal. Het is niet makkelijk om het kruis, wat we allemaal dragen, rechtop te houden. Het is niet makkelijk om het goede te doen. Misschien is het kruis te zwaar of is het te moeilijk. Misschien lukt het als je het later nog eens probeert. Door de enorme ruimte van de kathedraal waarin het beeld staat wordt de man met het kruis een kleine man; net zoals de twitteraar, de kleine jongen en Zacheüs. Allen proberen ze hun kruis rechtop te houden.

Jezus zíet Zacheüs en komt ook in wijsheid tot hem; waarop Zacheüs zich bekeert en de helft van zijn bezittingen wegschenkt. In al zijn kleinheid wordt de tollenaar groots, ómdat hij gezien wordt. We worden gevraagd om net als Jezus onder de boom te staan en elke mens aan te kijken. Dan zien we tot welke ommekeer dit kan leiden. Dan zien we ook waar een ‘erwt’ al niet toe in toe in staat is, balancerend met zijn kruis.

Roland Brans

2022-10-22 en 23 Overweging 30e zondag door het jaar, Els Geelen

Overweging 30ste door het jaar C
22-23 oktober 2022
Jezus Sirach 35, 15b-17.20-22a
Lucas 18, 9-14

Bij het maken van een overweging probeer ik de overeenkomst te vinden in de lezingen van die dag. Volgens mij is dat vandaag dat wij goed moeten doen voor anderen en niet teveel met ons zelf bezig zijn.  Zoals zo dikwijls vertelt Jezus een parabel waarbij we ons de vraag moeten stellen in welke persoon wij onszelf herkennen. Vandaag moeten we ons dus afvragen of een we farizeeër of een tollenaar zijn.

Laat ik eerst even uitleggen wat voor soort mensen Farizeeërs en tollenaars waren. Farizeeërs waren diepgelovige mensen die heel strikt volgens de wet van Mozes leefden, en daarom voelden ze zich vaak beter dan de anderen. Dat is bijzonder goed te zien in de farizeeër die vandaag de hoofdrol speelt. Hij vindt zichzelf ongelofelijk goed, zelfs volmaakt. Zo volmaakt dat hij eigenlijk zichzelf aanbidt, en dat hij God op zijn minst oproept om voor hem te applaudisseren. Zijn zelfverheerlijking klinkt zelfs zo grotesk dat hij eigenlijk een zielenpoot is met wie we medelijden moeten hebben.
De tollenaar is helemaal anders. Verwonderlijk is dat niet, want hij kan niet veel opsommen waarop hij trots mag zijn. Hij is immers een collaborateur van de Romeinse bezetter. Zijn taak is belastingen innen. Hij mag daarbij innen zoveel hij wil, en zichzelf uitbetalen met het teveel dat hij int. Het spreekt vanzelf dat dit in veel gevallen tot afpersing leidt.
Een bekende tollenaar uit de bijbel die met naam wordt genoemd is Zacheüs. U kent het verhaal vast nog wel. Die kleine man die in een boom klimt als Jezus langs loopt om hem te zien. En juist bij die man die teveel geld int, wil Jezus gaan eten. De mensen zijn boos, maar Zacheüs verandert door dit bezoek van Jezus en geeft het teveel geïnde weg. Hij wordt een beter persoon. Maar terug naar de tollenaar die vandaag de hoofdrol speelt, die is zich ook bewust dat hij mensen teveel laat betalen. Hij durft in de tempel zelfs niet naar voren te gaan en zijn ogen op te heffen. Wat hij wel doet is zichzelf als een zondaar op de borst kloppen en bidden: ‘God, wees mij, zondaar, genadig.’

En nu is de vraag: zijn wij een farizeeër of zijn wij een tollenaar? Hebben wij, zoals die farizeeër, alleen maar aandacht voor onze goede kanten? En zijn wij ook zo sterk in zelfverheerlijking ? Of zijn we zoals die tollenaar? Nee, we persen andere mensen niet af, en frauderen doen we, ik ga uit van het goede, ook niet. Maar zijn we er ons van bewust dat we naast goede ook minder goede kanten hebben? Kunnen we toegeven dat we gebreken hebben, of kunnen we alleen onze kwaliteiten opsommen? Het zijn vragen die we ons als gelovigen zeker moeten stellen, want voor God ‘is er geen aanziens des persoons’, hoorden we in de eerste lezing. God heeft dus geen aandacht voor prestige, en zeker niet voor zelfbewieroking, maar Hij luistert wel naar de smeekbeden van armen en verdrukten, weduwen en wezen en alle mensen in nood.

Die aandacht vraagt Hij ook van ons. Deze maand is het wereldmissiemaand en vandaag is het Wereldmissiedag. De dag waarop wij hiervoor extra aandacht vragen Dit jaar gaat de aandacht naar de grootste sloppenwijk Kibera in Nairobi. Op slechts zes procent van de oppervlakte van de metropool Nairobi leeft zo’n 60 procent van de stadsbevolking. Dagelijks stromen mensen vanuit het omliggende gebied de stad binnen in de hoop op werk en een betere toekomst. Naar schatting een half miljoen mensen woont hier dicht opeen gepakt. Slechts een vijfde deel van de huizen heeft stroom; drinkwater moet bij waterstations gehaald worden. Hygiëne is een groot probleem. De ellende en uitzichtloosheid in de slum zijn echter slechts een kant van de medaille. Er is nog een andere kant: saamhorigheid, elkaar helpen waar het nodig is. Het zou goed zijn als ook wij zouden helpen. ‘Gij zult mijn getuigen zijn’, zei Jezus vóór zijn hemelvaart tegen zijn leerlingen, en dat zegt Hij ook tegen ons. Getuigen van Gods liefde, en net als Jezus ogen, oren en handen hebben voor anderen. Vandaag kunnen we getuigen zijn door onze financiële steun aan de missie in Kibera.

Ik weet het, door Poetin en Rusland kijken velen ons ons met angst naar hun financiële situatie, maar laten we toch proberen niet te vergeten dat de meeste inwoners van deze slopenwijk in Nairobi er veel erger aan toe zijn dan wij. Laten we de collecte van Missiezondag dus echt ondersteunen, zodat met onze hulp Gods Rijk van liefde, vrede en vreugde ook in Kenia kan worden uitgebouwd. Amen.

Els Geelen, pastoraal werker

2022-09-17 en 18 Wandelen in het licht, Roland Brans

Lezingen: Amos 8, 4-7 en Lukas 16, 1-13

Dit verhaal leest als een spandoek. En op het spandoek staan de arme schuldenaar en de rentmeester afgebeeld. Wie is er nu nog rentmeester? Het is weliswaar een eeuwenoud beroep, maar ik ken in mijn omgeving niemand die dit werk doet. Het beroep is lang geleden ontstaan toen sommigen zoveel land in hun bezit kregen dat zij anderen nodig hadden om hun land te beheren. De rentmeester hield toezicht op het gebruik van de grond, deed de boekhouding en inde de pacht. Ongeveer net zoals in de zojuist vertelde parabel uit het evangelie. Ik ontdekte dat er in Nederland een vereniging van rentmeesters is. Volgens deze vereniging zijn de rentmeesters managers van de leefomgeving, alleen lopen ze nu niet meer over het veld, maar zitten vooral achter de vergadertafel om te onderhandelen, organiseren en coördineren. Op de website van deze rentmeestersvereniging staat dat zij oog willen hebben voor alle betrokkenen, in de stad en in het landelijk gebied. Dat klinkt als een taak voor ons allemaal: managers van de leefomgeving zijn: zorgen voor ons huis en goed, waarbij we niet alleen de opdracht hebben om naar onszelf te kijken, nee, we moeten oog hebben voor alle betrokkenen.

Terug naar het evangelie van Lukas. Het is een ingewikkelde parabel die bij Lukas wordt verteld. De rentmeester in dit verhaal krijgt van zijn baas op de kop dat zijn bezit wordt verkwist. Zijn baas, de rijke man, is dat God? En wat doet de rentmeester, nadat hij deze beschuldigingen heeft gehoord: hij probeert bij de schuldenaars in een goed blaadje te komen, door hun schulden te verlagen. In plaats van dat zijn baas hem hiervoor op zijn kop geeft, prijst hij hem! Het lijkt erop dat in de ogen van de rijke man hij weer ‘een kind van het licht geworden is’. Misschien was deze rentmeester dan wel een opportunist, hij deed wel het goede. Je zou kunnen zeggen dat uiteindelijk deze rentmeester gehandeld heeft conform de beschrijving van de Nederlandse vereniging: hij had oog voor alle betrokkenen.

Als er iets actueel is op dit moment is het de positie van de mensen die schulden hebben. En juist nu zien we steeds meer mensen die daarin terechtkomen, buiten hun schuld, door de torenhoge energielasten en de hoge prijzen van eerste levensbehoeften. Is er wel een rechtvaardiging voor nog hogere huren, nog hogere prijzen als daarmee de kloof tussen rijk en arm verder groeit? De mammon eist vele slachtoffers. Goed, dat steeds meer mensen zich hier druk om maken; in de politiek en in de vele lokale organisaties van armoede-bestrijding. Hoewel we eigenlijk vinden dat iedereen zonder hulp een menswaardig bestaan moet kunnen leiden, hebben we ook hier in de Ontmoetingskerk een voedselbank waar velen gebruik van kunnen maken.

In de eerste lezing van vandaag, klaagt de profeet Amos de rijken aan die zich ten koste van de armen nog verder verrijken. God zal ze een lesje leren, lijkt de profeet te zeggen. Amos en Jezus vinden elkaar in hun gezamenlijk oproep: wees rechtvaardig, betrouwbaar, heb oog voor elkaar. Zij zullen wandelen in het licht. Welke topman van een bank of financiële instelling verdient eigenlijk extra geld? Loesje -van die ludieke posters- weet het wel: Voedselbank; de bank die een bonus verdient.

En wij? Misschien horen we wel bij degenen die de eindjes net of net niet aan elkaar kunnen knopen. Of zijn we rijk en hoeven ons niet druk te maken. Aan ons allemaal wordt gevraagd om ons heen te kijken en in het licht te wandelen. Marja vertelt: “Ik krijg van de Vincentiusvereniging elke week een boodschappenpakket en ben klant bij de voedselbank. Ik had een periode dat ik me helemaal geen zorgen over geld hoefde te maken. Maar door omstandigheden moet ik nu leven van 50 euro per week en heb ik schulden.” Net zoals veel anderen in armoede raakte Marja in een isolement, maar ze besluit haar verhaal met de opmerking dat het iedereen kan overkomen en dat ze zich vroeger heeft geschaamd, maar nu niet meer. Ze is blij dat ze er met anderen over kan spreken.

Die rentmeestersvereninging waar ik in het begin over sprak houdt zich niet bezig met armoedebestrijding, maar wil wel, zoals gezegd, oog hebben voor alle betrokkenen in de leefomgeving. Toen ik op de website van deze vereniging keek zag ik bij de gedragscode staan: de pagina die u zoekt is tijdelijk verwijderd, heeft inmiddels een andere naam of ander adres, of is tijdelijk niet beschikbaar. Jammer, ik was eigenlijk wel benieuwd naar een actuele gedragscode voor rentmeesters. Maar ach, het ligt eigenlijk wel voor de hand: deze is te vinden in Lukas 16, 1-13. Misschien moeten ze daar op de website maar een verwijzing naar maken. Echte rentmeesters die geen gedragscode nodig hebben, handelen vanuit het hart van het evangelie.
Het is prijzenswaardig dat schuldeisers de armen verlichting van schulden geeft. De mammon is overal, maar ook overal zijn de mensen die in het licht wandelen en daarmee een echte bonus verdienen. Dit verhaal leest als een spandoek. Jezus kiest partij. Waar liefde is en omzien naar elkaar, daar is God.

Roland Brans