Pinksteren 4 juni 2022 ‘Geraakt door de Geest’

Handelingen 2, 1-11
Johannes 14, 15-16.23-26

Pinksteren staat bekend als een vurig feest.
Een feest vol geestdrift, windvlagen, bezieling en begeestering. Dat is wat we weten met ons hoofd, wat de lezingen ons vertellen. Voor mij is Pinksteren een dierbaar feest omdat ik het werk van de Geest herken in de kracht die mijzelf overeind houdt. Ja waarvan ik leven mag. Dat laatst is niet altijd zo geweest maar in de loop der jaren door ervaringen ontstaan. Als ik een moeilijk gesprek moest voeren en het gesprek dan een wending kreeg die ik niet van tevoren had bedacht, dan voelde ik ‘er is een kracht die mij helpt…’. Als ik in de wanhoop die mij overviel de stilte opzocht en er dan soms een soort van rust over me kwam, voelde ik weer dat ik als mens mocht bestaan. Als ik bij sacraal dansen opgetild word door de beweging en dan een diepe verbondenheid voel met alles om mij heen… voelt dat als zegen. Maar ik zie de geest ook in anderen. In de bezieling waarmee mantelzorgers voor hun dementerenden ouders zorgen… In mensen die lijden naar lichaam of geest en het toch niet opgeven.
Ervaringen die ik diep van binnen beleef en die ik me voor de geest kan halen. Dat wil niet zeggen dat die Geestkracht altijd even intens aanwezig is… Maar de verhalen van vandaag helpen me wel om te geloven dat de helper, de Geest die Jezus beloofde er ook werkelijk is. Ook al kunnen we Haar niet aanraken, niet zien of horen, ze is er wel.
Bij de voorbereiding voor deze viering vroeg ik me af of de leerlingen geweten hebben wat hun overkwam die vroege ochtend? Ineens is er die hevige windvlaag… er verschijnen vurige vlammen. Iedereen raakt opgetogen, ze praten door elkaar heen, iedereen wil wat zeggen… ze gaan op onderzoek uit… wat gebeurt hier in godsnaam?

“Zij begonnen zomaar te spreken in vreemde talen zoals de Geest hen ingaf”, vertelt Handelingen.
Na 50 dagen opgesloten te hebben gezeten durfden ze weer naar buiten te gaan. Zouden ze die bijzondere wending hebben toegeschreven aan de Geest die Jezus hun beloofd had? Ik weet het niet. Maar het is wel een wonderlijk gebeuren… Pinksteren als het eind van het proces dat de leerlingen hebben doorgemaakt. 50 dagen tevoren was het een moedeloos groepje apostelen, die zich schuil hielden, bang voor alles en iedereen, de moed verloren. Hun grote voorbeeld Jezus van Nazareth was veroordeeld en vermoord. Een groot verlies, ze zijn verdrietig, moedeloos, ja zelfs wanhopig. Ze ondergaan samen een proces van loslaten en dan opnieuw beginnen. Hoe ervaren zij die gebeurtenis? Voelt dit voor hen als een steun in de rug? Alsof Jezus die dierbare vriend hen zo laat weten: ‘kop op, ik ben bij je, mijn levenskracht verlaat je nooit, vertrouw daar maar op…”. Ze komen in ieder geval in beweging, gaan erop uit om Jezus werk voort te zetten.

Bent u, jij wel eens geraakt door de Geest? Wat heeft u toen ervaren?
Soms ervaren mensen de Geest als een soort van ‘gedragen weten’ door de Eeuwige… of als een rust die ineens over je heen kan komen. Ze ervaren haar in muziek, de tekst van een lied, dat je optilt. Iemand zei eens: in het lied, de geest van God waait als een wind, staan zoveel beelden over de Geest dat er voor ieder mens wel een houvast in kan zitten. Zo’n houvast geeft mij de moed om door te gaan, elkaar weer te verstaan. Ook door het samen zingen van deze liederen ervaar ik verbondenheid.
Jezus wist wat Hij beloofde: een krachtbron die op veel manieren en veel momenten te ervaren zou kunnen zijn… waar ieder mens zich aan kan en mag laven.
Een paar weken terug was ik met de groep Ruach vanuit de Abdij van Berne op bezoek in Doorn bij Bartimeus. Een woonvoorziening voor blinden en slechtzienden die tegelijk ook een geestelijke beperking hebben. In de kapel zagen we een afbeelding van de Geest. Ze was gemaakt door een kunstenaar naar het voorbeeld van de plaquette die bij de rivier de Jordaan ligt op de plek waar Jezus is gedoopt. Toen we binnenkwamen was er een bewoner die voor het kleed stond en met zijn handen aan het voelen was. Terwijl wij binnen liepen ging hij rustig door. Een bijzonder gebeuren. De stilte was voelbaar. Op een gegeven moment draaide hij zich om en straalde helemaal. De pastoraal werkende van dit huis (lid van onze groep) liep naar hem toe en zei: je straalt helemaal, wat fijn om te zien. Ja zei hij: ik heb Jezus heel dichtbij gevoeld.
Mooi om te zien hoe hij zich openstelde… misschien zelfs zijn verlangen ernaar zo voelbaar maakte… Doen wij dat ook?

Het kunstwerk is gemaakt van allerlei materiaal; van zachte wol tot gladde schelpen en ruwe mozaïek steentjes. De regenboog boven de duif kent harde en zachte verflagen op papier, die ook weer verschillend van dikte zijn. Zo heeft de kunstenaar geprobeerd de verschillende benamingen van de Geest tot uitdrukking te laten komen.
Op het terrein is ook een strooiveld waar op een aangepaste manier aandacht is voor de overleden medebewoner. Erbij staat een bank waar geprobeerd is de Geest die Jezus ons schenkt te verbeelden. Het kunstwerk dat daar staat biedt aan de ene zijde geborgenheid van vleugels. Met ook hier weer voelbaar kleuren van de regenboog… en dat loopt uit in een bank met een wat lagere achterwand waarin van iedere overleden medebewoner een hand te voelen is. Aan de andere zijde is een nis waarin van iedere overledene een dierbaar object staat dat je mag vastpakken of knuffelen. Zo wordt voor de bewoners voelbaar dat de Geest die Jezus beloofde hen ook wil helpen bij verdriet en gemis.

Het lijkt me waardevol als we onze ervaringen met de Gods Geest meer met elkaar zouden delen. Ze kunnen de ander hoop geven, vertrouwen in Haar aanwezigheid.
En zoals de tekst aan het begin van deze viering zo mooi verwoordt:

waar mensen, soms heel even
samen kijken, hand in hand
samen dromen, hopen leven
daar begint, bezield verband.

Dat bezielde verband wens ik ons als geloofsgemeenschap van harte toe.

Cobi Voskuilen Ontmoetingskerk; Parochie H. Drie eenheid

Luister eens – 28 en 29 mei 2022 – Roland Brans

Handelingen 7, 55-60
Johannes 17, 20-26

‘Luister eens!’ Ik heb zojuist de telefoon opgenomen en degene aan de andere kant van de lijn veronderstelt vast dat ik luister, maar hij probeert nog nadrukkelijker mijn aandacht te trekken. ‘Luister eens.’ De opmerking doet me terugdenken aan drie telefoongesprekken die in de afgelopen weken mijn aandacht trokken. Dat is overigens wat we graag willen: aandacht krijgen en vooral gehoord worden door de ander. Vandaag is het wereldcommunicatiedag. En dat in een wereld waar aan de ene kant niets zo vanzelfsprekend is als communicatie, maar waar we tegelijkertijd elkaar nauwelijks meer lijken te horen. Of liever: we horen elkaar wel, maar we verstaan elkaar zo slecht. Het eerste gesprek dat mijn aandacht trok, was dat van Paus Franciscus met Patriarch Kirill van Moskou. Het gesprek ging over de oorlog in Oekraïne. De Paus beschrijft: ‘De eerste twintig minuten las hij me alle rechtvaardigingen voor de oorlog voor. Ik luisterde en zei: ‘Ik begrijp hier niets van. Broeder, wij zijn geen staatsklerken, wij mogen de taal van de politiek niet gebruiken, maar die van Jezus. Wij zijn herders van hetzelfde heilige volk van God. Daarom moeten wij de weg naar vrede zoeken, het wapenvuur stoppen’. Volgens mij een boodschap die niets aan de duidelijkheid te wensen overlaat: we moeten de taal van Jezus gebruiken, de taal van de vrede.

In het evangelie dat we vandaag lezen, horen we Jezus bidden, in zijn taal. Volgens Johannes bidt hij vlak voordat hij gevangen genomen en verhoord zal worden, een soort afscheids-gebed. Nu noemen we dat het hoogpriesterlijk gebed. Jezus zal de wereld gaan verlaten, maar nu richt hij zich nog tot diezelfde wereld. Eerst bidt hij voor zichzelf, zijn taak is volbracht, vervolgens voor zijn leerlingen en in de strofen die we zojuist gelezen hebben, richt hij zich tot alle gelovigen. Het is een gebed om eenheid. Net zoals de oproep van Franciscus aan Kirill: zijn wij niet alle christenen? Wij zijn heilig én werelds. Wij zijn in de wereld en juist vandaag horen we Jezus dit bidden: ‘Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken U en zij weten dat U mij hebt gezonden. Ik heb hen Uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U Mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’ De liefde waarmee God Jezus liefhad zal in ons zijn.

Liefde. Waar is de liefde, als we elkaar soms zo kunnen misverstaan? Als we elkaar beschul-digen van onwaarheden, van fake-nieuws, als dat wat we met onze eigen ogen aanschouwen, door anderen als onwaar, onjuist of verkeerd begrepen wordt betiteld? De communicatie is van deze wereld, maar is die ook van de liefde? Het brengt me bij het tweede telefoongesprek waar ik aan moet denken, een hartverscheurend gesprek. Een vrouw in Oekraïne belt met haar moeder in Rusland: ‘Mama luister dan, ze bombarderen ons!’ Haar moeder aan de andere kant van de lijn, antwoordt: ‘Nee hoor, ze hebben op televisie beloofd, dat ze geen burgers zullen bombarderen’. Hoe cynisch is de macht, hoe grotesk het gemanipuleerde beeld, als zelfs een dochter haar eigen moeder niet meer kan overtuigen van wat er werkelijk gebeurt? Mama, luister dan! Luister naar het onrecht.

Het is Stefanus, zo lezen we in de eerste lezing, die het ultieme onrecht zal moeten aanvaarden, dood door steniging. Stefanus is onze eerste martelaar. Saulus die dan nog geen Paulus heet en die nog niet het licht van Jezus heeft gezien, keurt de moord op Stefanus goed. En toch, hoe is dat mogelijk: in de voltrekking van dat ultieme onrecht ziet Stefanus de liefde staan; hij richt zijn blik op de hemel en ziet deze geopend, hij ziet de luister van God, en Jezus die aan zijn rechterhand staat. Hij kan nog uitbrengen voordat hij sterft: ‘Heer, reken hun deze zonden niet aan.’

Vandaag zijn wij verweesd. Wat is onze richting, zo tussen Hemelvaart en Pinksteren? Wat is onze richting, tussen de herinnering en de toekomst? Nu zijn we op onszelf aangewezen. Het is het gebed om de eenheid van Jezus, dat ons steunt. Ik herinner me het derde telefoongesprek. Op een kleine school in Maas en Waal zitten drie kinderen aan een tafel. Ze spreken met elkaar, maar het is een ingewikkeld gesprek, want twee van de kinderen zijn Nederlands en het derde kind, een meisje, komt uit Oekraïne. Ze is slechts een week geleden aangekomen uit de oorlog in haar land. Ze spreken met elkaar, er zit geen scherm of telefoon tussen, zoals bij Franciscus en Sirill of bij het zojuist beschreven korte gesprek tussen moeder en dochter. Of toch? Want voor hen op tafel ligt een telefoon. De Nederlandse kinderen hebben in het Nederlands gesproken en het Oekraïense meisje in haar eigen taal. En toch begrijpen ze elkaar, want steeds in de korte pauze tussen de woorden, vertaalt Google-translate op hun telefoon wat ze tegen elkaar hebben gezegd. Het gaat moeizaam, maar ze snáppen elkaar: straks als ze naar buiten gaan, weten ze al wat ze gaan doen: op de speelplaats gaan ze samen spelen.
Waar Franciscus en Kirill, de moeder en de dochter, elkaar ondanks de techniek niet konden bereiken en verstaan, kunnen de drie kinderen dat wél, dankzij diezelfde techniek. En Jezus bidt: ‘Dan zullen zij volkomen één zijn en de wereld zal begrijpen dat U mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U mij liefhad.’ In deze wereld vol miscommunicatie, zien we het gelukkig nog steeds: mensen die elkaar echt horen als er wordt gevraagd: ‘zeg, luister eens’.


Gedachten bij Pasen 2022 – Trees Versteegen

Waarom huil je Maria,

om de oorlogen, overal.
Om de uitgeputte aarde
Om onzichtbaar geweld in de huizen
Omdat jongeren niet meer onbevangen kunnen leven
Omdat ik vol energie door wilde leven, maar het lukt niet
omdat ik niet zie waarheen…
Omdat ik de vrede mis

Gedachten bij Goede Vrijdag 2022 – Trees Versteegen

We voelen rouw en verdriet
en leven met schaduwen
in ons hart en onze geest.
Met tranen die wachten
nu de rouw in de wereld meer is
dan we kunnen verdragen.
We horen de kinderen huilen,
als de dood schaduwen werpt op hun hart en hun geest,
terwijl de moeders in hun rouw
treuren, smeken, huilen
huilen om deze wereld.
Op ons bed vol doornen moet dat verdriet snel over zijn.
Onze tranen kunnen de zonden van de wereld wegwassen
Geen treuren, smeken, huilen meer in deze wereld.

Feeling all the grief and sorrow
We live life with shadows in our hearts and minds,
with tears that wait to fall when sorrow in the world is more than we can truly bear.
We hear the cries of children,
we see death cast shadows on their hearts and minds,
as mothers in their grief stand crying,
weeping, weeping, crying, crying,
weeping, weeping for this world.
On our bed of thorns such sorrow must surely end,
our tears can wash away the sins of the world, no more crying,
weeping, weeping,
crying, crying, weeping, weeping in this world, this world.

Karl Jenkins
vert. Trees Versteegen

Overweging boeteviering 14 April 2022 – Trees Versteegen

Dit is een week van de tranen. Tranen die ons te wachten staan, tranen van pijn, van verdriet, van vreugde, van dankbaarheid. En nu, de tranen van berouw.

We hebben de tranen van berouw zojuist in ons beweeglijke tranenmobiel  geplaatst.

Tranen zijn bijna nooit het een of het ander. Ze zijn nooit herleidbaar tot een gebeurtenis, of een soort emoties. Als je huilt – uit vreugde- omdat je gewonnen hebt in de sport, dan is dat misschien omdat je net terugkwam van een blessure. Je vreugdetranen tranen gaan dan ook over de moeite die het kostte om terug te komen.

Zo is dat ook met tranen van berouw. Ze zijn gemengd. Als een ouder een kind betrapt op een mini-  ondeugendheid, kan het vol tranen schieten. Een kleine mengelmoes van van schaamte, schrik en spijt, voor de ogen van wie je houdt.

We zien het bij Petrus. Uit angst, of wat is het, ontkent hij dat hij hoort bij de man van Nazareth. Maar hij hoort wel bij hem, hij houdt zelfs van hem, volgt hem, heeft hem zijn eeuwige trouw belooft. Maar hij zegt: ik ken hem niet eens. Als de haan kraait huilt hij. Het zijn tranen van berouw.

Tranen van berouw  of spijt, huil je, zegt paus Franciscus: “omdat je niet hebt liefgehad en dat komt voort uit het feit dat andermans leven je aan het hart gaat. In dit geval huil je omdat je geen recht doet aan de Heer die zoveel van ons houdt. Het gevoel het goede te hebben nagelaten, stemt ons bedroefd” . (tot zover paus Franciscus).  Petrus houdt van Jezus. Van God. Daarom huilt hij.

Bij de voorbereiding van de viering (en nu) is de oorlog in de Oekraïne in volle gang. We bidden vaak, gezamenlijk en misschien ook alleen, voor de slachtoffers die deze oorlog met zich meebrengt. Misschien overkomt u wat mij ook overkomt, dat ik dan volloop met tranen. Het zijn niet alleen tranen van verdriet over de dood van zovelen, maar ook  tranen van spijt en machteloosheid: hoe kon en het gebeuren dat er zoveel mensen sterven vanwege de blinde machtswellust van enkelen. Het zijn dezelfde tranen als die we elk jaar op 4 mei huilen, om de doden van de tweede wereldoorlog: zo onnodig, zo machteloos, zo met lege handen.

Tranen van berouw zijn er niet alleen van personen. Ze zijn er dus ook van de wereld. De wereld huilt tranen van berouw. Misschien is een goed woord  be-rouwen. Laten we dus met elkaar be-rouwen, om wat er gebeurt buiten onze handen. 

De liefde, de machteloosheid. Je kunt tranen van spijt of berouw huilen, om iets waar je zelf niks aan kunt doen, en waar je wel betrokken bij bent. Dat kan je kind zijn, dat een verslavingsprobleem heeft. Je kunt er niks aan doen, maar toch voel je spijt. Dat kan een broer, een naaste zijn, die tekeer gaat tegen een ander, het is niet jouw woede, maar toch schieten de tranen je in de ogen. Het kan een vluchtend kind zijn op t.v. of social media, je wilt het wel met open armen ontvangen, maar dat gaat niet. Dan wellen de tranen van spijt.

In je sociale relaties, in de machteloosheid van de wereld. Het kan ook zijn dat je iemand pijn hebt gedaan, en je dat ook realiseert. Dat is het mooie van de tranen van spijt. Het is- klassiek gezegd- niet alleen de zonde- maar ook dat je je echt realiseert dat iets fout was. Paus Franciscus zegt: “Dat is de zonde voelen. Die mensen zeggen: “Ik heb iemand van wie ik houd, pijn gedaan”, en dat doet zoveel pijn dat ze ervan moeten huilen. God zij geprezen dat die tranen dan komen!”

Tranen van berouw zijn tranen van genade. Het zijn geen donkere tranen, maar tranen van liefde.

Twee lezingen hoorden we. Petrus die bitter huilt. En de lezing uit het boek openbaringen: “‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’

Het is geen een op een oplossing. het zou goedkoop zijn, om te zeggen of te denken dat Jezus alle zonde oplost, alle oorlog beëindigt, alle kinderen beschermt, alle vrede als vanzelf openbaart.

De tekst drukt een verlangen uit. Het verlangen is de plaats waar God onder ons woont. Daar heeft God zich genesteld. Wie tranen van berouw huilt- geschrokken, beschaamd, blijkt te kunnen liefhebben,   blijkt te kunnen inzien waar het fout gaat, blijkt begaan bij anderen, toont verantwoordelijkheidsgevoel en weet ook waar de machteloosheid woont. Dat is het begin van het einde van de zonde. Wat eerst was is voorbij.

Als wij dan God vragen om ontferming, vandaag, en morgen, en als wij verlangen dat onze zonden worden weggewist, door God, door Jezus,

als we staan aan het begin van een week, waarin we machteloos toekijken hoe de rechtvaardigen van de wereld, worden gekruisigd en vermoord,

laten we dat in tranen doen en bidden: zoals in ons kyriegebed: Deze chaos, open onze harten, Neem onze onzekerheid weg, breng liefde, Ontferm u over ons. Ontferm u over ons.

Overweging Witte Donderdag 2022 – Trees Versteegen

Op de avond dat Jezus met zijn joodse vrienden de bevrijding uit Egypte viert, de Pesach, knapt hij ook het vuile werk op. Hij wast de voeten van zijn vrienden. Het is een werk van bevrijding.

Maar laten we beginnen bij onze eerste bevrijding,  de Pesach, de uittocht uit Egypte. Het joodse volk leeft als slaven in Egypte.  Een slaaf is een slaaf,  omdat hij zijn meester dient en moet doen wat hem wordt opgedragen. De joodse slaven hebben het slecht in Egypte. Ze doen het barre werk, waar de handen van stuk gaan, de voetzolen gekloofd zijn, de huid uitdroogt door de zon.  We horen vandaag een klein stukje uit het uittochtverhaal: als zij zich klaarmaken voor de reis en vlak daarvoor nog een maaltijd nemen, met elkaar.

Die tocht wordt geen mooie trektocht met een licht gewicht hikingrugzak. Als het meegenomen voedsel op is, is er honger. Ze zijn bang. Worden ze niet achterna gezeten door de farao? Hebben ze de goede keuze gemaakt door te vertrekken? Het is een vuile tocht van bloed, zweet en tranen. Daarom bewaren wij de zoute tranen.

Maar uiteindelijk, uiteindelijk zullen ze het land van bevrijding binnengaan. God heeft hen gebracht en zal hun tranen drogen. Die zaaiden in tranen, die keren met lachen en juichen.

Dat vieren Jezus en zijn vriendinnen en vrienden.  Ze herinneren zich onderdrukking, een vuile tocht, vol tranen, waar God hen bevrijdde.

Ongetwijfeld is de tafel mooi gedekt, met het voedsel, de bijgerechten, het zout van de tranen, de rituelen, die herinneringen aan die tocht. Zoals pastor Joska straks vertelde. Maar eerst knapt Jezus het vuile werk op.

Ik probeer voor ogen te halen wat dat is, vuil werk. Veel wijkbewoners, ook parochianen, verzamelen zwerfvuil in de wijk. Dan vind je soms vuil dat je eigenlijk niet wil tegenkomen. Het vuile werk gebeurt in de zorg, uit en thuis.  Als zieken en ouderen niet meer voor hun eigen lichaam kunnen zorgen, of thuis, voor kinderen, voor elkaar. We maken onze handen in liefde vuil voor degenen voor wie we zorgen. En wat te denken van de mannen in een oorlog, die het vuile werk opknappen voor hun leiders in Oekraïne, of andere oorlogen. Pijnlijk verdrietig vuil.

Aan de voeten van de leerlingen kleeft ook vuil. En Jezus biedt aan dat te wassen. Hij doet het werk van een slaaf. Hij buigt diep voor zijn leerlingen en heeft een linnen doek omgeslagen. Handig, zou je denken, als je voeten wilt drogen, maar zou het ook een verwijzing kunnen zijn, naar het linnen doek waarin zijn dode lichaam straks gewikkeld zal worden?

Jezus wil zich bezighouden met het vuil van een ander. Vuil werk is misschien een te hard woord voor dienstbaarheid.

Maar ik denk echt dat Jezus het vuile van anderen niet heeft geschuwd. Hij raakte melaatsen aan, kroop door het stof, riskeerde de stenen van de menigte, en riep besmette zieken ten leven. Uiteindelijk zal hij daarom sterven sterven.

Petrus kan dat vuile werk van Jezus moeilijk onder ogen zien. Hij wil het niet.  Hij laat zijn beste vriend niet dichtbij zijn vuil komen. Nee, nee, ik niet, ik kan het zelf! Maar daar grijpt Jezus in: begrijp je het dan niet?  Ik ben gekomen om het vuile werk op te knappen. Jullie zijn mijn leerlingen en volgelingen. Zo zul je er zijn voor elkaar, dat je die dienstbaarheid toont aan elkaar. Laat het zien, vermijd het niet.  Denk niet dat je het zelf kunt oplossen. Je hebt elkaar nodig. Ik knap het vuile werk op, doen jullie dat straks dan ook?

Witte donderdag. We vieren het feest van de gemeenschap van alle gelovigen. We delen elkaars verhalen, over hoe de onderdrukking was. Over hoe God onder ons woont, telkens weer. We dopen ons voedsel spreekwoordelijk in de zoute tranen, waarmee we ons de tranen herinneren van slechte en van goede tijden.

Dat is wat een gemeenschap van gelovigen doet. We hebben weet van elkaars vuil, of niet, maar zijn in elk geval betrokken. We hebben elkaar lang niet gezien. En misschien elkaar lang niet in de ogen gekeken. Ieder heeft de eigen goede en slechte tijden meegemaakt. We zijn hier om elkaars vreugde en verdriet te delen. Kijk elkaar eens aan, en groet elkaar, als teken van herkenning.

Vandaag ontvangen we zijn brood en wijn. We vieren de eucharistie. We delen brood en wijn tot zijn gedachtenis.  Heilige momenten voor de gemeenschap van gelovigen. Ze helpen ons herinneren, elke keer opnieuw: aan het vuile werk, aan de liefde, het lijden, de opstanding.

Dit is wat Jezus zegt: deel tot mijn gedachtenis. Doe zoals ik. Wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Amen.

Overweging Pasen 2022 – Joska van der Meer

Pasen (Johannes 20)

Daar zijn ze, eindelijk, vreugdetranen!
Het is nu een kleurrijk geheel,
schitterend als dauw in het licht van de morgen.
Tranen van geluk, van blijdschap, ze vertellen dat het Pasen is,
of voor wie nog in het donker zit, dat het Pasen kan worden. Kijk, het kan licht worden !

Maar zie je dat als je leeft met donkere gedachten en een zwaar hart?
Dan blijft het donker.
Maria van Magdala ziet de zon opkomen en ontdekt in het eerste licht dat de steen weg is. Ook dat nog, ze is al zo bedroefd.
Buiten wordt het lichter, van binnen alleen maar donkerder.
Ze gaat hulp vragen maar dat helpt ook al niet:
Petrus en die andere leerling durven wel in het graf te gaan kijken
en bevestigen wat zij in haar hart al wist: hij is weg, zelfs zijn dode lichaam.
Meteen daarna vertrekken ze weer en laten ze haar alleen met haar intense verdriet.
Waarom huil je? vraagt iemand haar.
“ Omdat mijn Heer weg is.”
In Maria’s verdriet weerspiegelt ons verdriet. Waarom huil jij?
Trees loopt naar spiegels en zegt:
Waarom ik huil?
om de oorlogen, overal
om onzichtbaar geweld in de huizen
omdat jongeren die niet meer onbevangen kunnen leven
omdat ik vol energie door wil leven, maar het lukt niet
omdat ik niet zie waarheen…
omdat ik vrede mis

Maria huilt… ze laat, zoals dat zo mooi heet, haar verdriet de vrije loop.
Soms lucht dat even op. Even, want de tranen blijven komen….
Waarom huil je? vraagt iemand anders haar.
“ Omdat mijn Heer weg is.”
Maria huilt totdat… ze haar naam hoort: “Maria!”
Die klank van toen ze net geboren was: Maria, welkom in het leven!
Teruggeroepen wordt ze naar het eerste begin toen God zag dat het goed was.
Weer naam krijgen, je naam gezuiverd weten – van fraude, van blaam – voor het eerst
uit de anonimiteit durven treden, met naam en toenaam genoemd worden,
zo komt een mens tot leven!
Maria huilt niet meer, vreugdetranen biggelen over haar wangen!
Ze ziet de wereld met nieuwe ogen en herkent ze Jezus.
Ze ziet haar leermeester en spreekt hem ook zo aan “Raboeni…”

Maria wordt door het horen van haar naam weer tot leven gewekt.
En zij brengt Jezus weer leven: Raboeni…haar leermeester is terug!
De morgen straalt met louter licht!
Eventjes maar, want dan verdwijnt de euforie.
Jezus zegt meteen: Houd me niet vast!
Maar als het dan eindelijk licht wordt, dan wil je dat toch het liefste vasthouden.
Dan denk je dat het weer zoals vroeger is…. maar dat kan niet.
Dat alles weer als vanouds wordt… maar dat wordt het niet.
Wij denken samen dat het weer wordt als voor corona….. maar dat wordt het niet.
We willen liefst twee maanden terug in de tijd, voor die geschonden vrede in Europa….
Maar je kunt de tijd niet terugdraaien, al zou je willen.
Als het over is, -de maatregelen, de behandeling, de rauwe rouw- , als er weer vrede komt,
is het leven echt anders dan voorheen.

Zo staat het Joodse volk, net bevrijd uit de slavernij, doodsbang aan de rand van de zee.
Is deze verschrikking vrijheid? Ze verlangen terug naar dat harde bestaan in Egypte , ‘alles beter dan dit’. Maar er is geen weg terug.

Hou me niet vast.
Gelukkig hoort Maria ook wat Jezus daarna zegt:
Houd me niet vast, ik ben er maar anders dan voorheen.
Maar ik blijf bij jullie, daar kun je op vertrouwen!
Mozes hoorde het zo:
Ga vooruit, zegt God, ik ben bij jullie: ’s nachts als een vuurzuil, overdag als een wolkkolom.
Ik zal jullie de weg wijzen.
En wij? Horen wij het ook ?
Wij leven allemaal in een sterk veranderende wereld. Ook wij staan als het ware aan de rand van de zee, bij het lege graf. Ook voor ons zal het nooit meer zo zijn zoals het was.

En toch kunnen er ook dan vreugdetranen komen:
Het Joodse volk geeft gehoor en laat het donker van de slavernij definitief achter zich.
Ze trekken de zee door op weg te gaan naar het beloofde land.
Veilig aan de overkant barsten de vreugdetranen los en zingen ze lachend en juichend!
Maria laat Jezus los en stapt haar nieuwe leven in.
Ze draagt haar leermeester mee in haar hart.
Ieder mag haar blijdschap zien in tranen van geluk en in haar verkondiging, lachend en juichend ‘Ik heb de Heer gezien!

Wat zou jij doen? Wat doe jij ? Kan het echt Pasen zijn?
Deze paaservaringen weerspiegelen dat het kán:
dat ondanks alle duisternis het weer licht kan worden,
dat ongebaande wegen begaanbaar kunnen zijn,
dat er vrede zal zijn en alle tranen gedroogd
dat niet alles kan blijven zoals het was maar er toch toekomst is…

Ze wijzen ons het spoor door de zee,
het spoor door de dood heen….
er blijft licht…..
God zorgt dat het goed was en is en blijft…..

De tranen van verdriet, pijn, berouw, de angsttranen zijn er nog steeds….
Maar de vreugdetranen vertellen vandaag:
De weg ten leven ligt open,
voor wie net als Mozes en zijn volk, net als Maria op weg durft te gaan
op hoop van zegen…….

Voorbeden

Bidden wij om vreugdetranen
Voor wie leven in oorlog en geweld
Voor wie gevangen zitten in pijn en verdriet
Dat er mensen zijn die hen daadwerkelijk helpen
Dat u God hen kracht en licht geeft
Laat ons bidden

Bidden we om vreugdetranen
Voor wie zich vastklampen aan hoe het was
Voor wie zich verloren voelen in een veranderende wereld
Dat er mensen zijn die hen een nieuwe richting wijzen
Dat U God hen kracht en licht geeft
Laat ons bidden

Bidden we om vreugdetranen
Voor alle goede en blijde dingen
Voor alle steun die mensen elkaar geven
Dat er volop tranen van geluk en blijdschap stromen in onze wereld
Dat U God zorgt voor die krachtbron in ons leven
Laat ons bidden

Acclamatie paaswake 20:00 uur

Maak uw woord
tot een kracht in ons midden, Heer.
Breng in ons dood bestaan een keer

Overweging Palmpasen 2022 – Joska van der Meer

Palmzondag

Aanhef van deze goede week

Het is een stille week, een week vol tranen
Zoveel onrecht.
Zoveel lijden.
Zoveel verlies.

Het is een goede week, een week vol vreugdetranen
Zoveel trouw.
Zoveel overgave.
Zoveel moed.

Het is een heilige week.
Zoveel herkenning.
Zoveel verbondenheid.
Zoveel hoop.

Het is de krachtigste week van het jaar.
Stenen worden weggerold.
Tranen worden gedroogd.
Duisternis wordt verlicht.
Graankorrel wordt kiemkracht.

 

Palmpasen 2022 Overweging van pastor Joska van der Meer

De hemel huilde deze week tranen met tuiten. Deze kruik stond buiten en vulde zich bijna tot de rand. Het hield niet op, je kon meerdere keren op een dag nat regenen.
Ik moest deze week veel heen en weer pendelen en maakte dus veel kans op een nat pak.
Wie van u regende nat? Wie meerdere keren?
Maar tegen de regen kun je je nog kleden of proberen tussen de buien door te fietsen.
Dat kan niet, als in je leven de tranen maar blijven stromen,
zichtbaar rollend over je wangen – heel irritant-
of onzichtbaar van binnen, verborgen achter een lach.
Dan sta je, weer of geen weer, kwetsbaar vol in de wind. Wat doe je dan?
Als je geliefde er niet meer in levende lijve is? Dood of vertrokken naar een ander of naar de oorlog? Als je als jongere wel wilt groeien en leven maar je weet niet hoe dat moet?
Je zou met je tranen een kruik kunnen vullen.

In het oude oosten deden ze dat letterlijk.
Daar kregen vrouwen – ook daar was ‘het mannen huilen niet’- een tranenkruikje.
In zo’n kruikje vingen ze hun tranen op en gaven dat mee in het graf. Of ze bewaarden er tijdens de afwezigheid van hun mannen in de oorlog hun tranen van angst en gemis in.
Bij thuiskomst goten ze dat kruikje leeg in bijzijn van hun geliefde, om die vervolgens te overstelpen met vreugdetranen…..

Door het tranenkruikje mocht er worden gehuild, de tranen hoefden niet zoals wij meer gewoon zijn, weggestopt of voortijdig gedroogd omdat mensen zeggen
“zo erg is het nou ook weer niet”, “je moet je niet aanstellen”,
“grote jongens huilen niet” of “de tijd heelt alle wonden”.
Met een tranenkruikje bewaar je juist je tranen, het verdriet mag er zijn om mee te gaan naar de toekomst…
Dit gebruik kennen we omdat David er over zong in psalm 56: God, vang mijn tranen op in uw kruik. Daarmee geeft hij onze tranen een bedding: God vangt ze op.
Bij God mogen we huilen zoveel we nodig hebben, tranen van verdriet én vreugdetranen!
Aan het begin van deze lijdensweek is het goed dat goed te beseffen
dat God er is om onze tranen op te vangen.
Zou Jezus zonder dat besef het aangedurfd hebben om Jeruzalem, het hol van de leeuw binnen te gaan?
Deze week volgen we Jezus, het is de week van de tranen:
er zullen tranen opwellen van pijn, tranen van berouw, van verdriet en van vreugde.
In de gebeurtenissen rondom Jezus, maar meer nog wat zich daarin weerspiegelt van ons eigen leven.
Vandaag mogen we licht beginnen: met vreugdetranen als bij de oogst, bij succes, bij een met pijn en moeite behaald resultaat.
Jezus wordt als een koning binnengehaald, dolblij zijn de mensen, tranen van vreugde en enthousiasme springen in hun ogen als ze samen Hosanna zingen.
Van alles voelden mensen bij die man op een ezel: vrijheid, hoop, hulp.
Het gaf hen vertrouwen: van u is de toekomst, kome wat komt….
Zojuist hebben we ons bij hen gevoegd door met een palm in de hand Jezus toe te zwaaien.
(tranenspiegel groene kant naar kerk zwaaien)
In die palm weerspiegelen (spiegelkant tranenspiegel naar kerk)
Onze tranen van blijdschap omdat het weer kan, samen zijn, samen zingen!
Onze tranen van dankbaarheid om dingen die goed zijn of weer goed gekomen zijn.
Onze tranen van ontroering om mensen die ons of anderen daadwerkelijk hulp bieden
Onze tranen van hoop en vertrouwen dat het goed zal komen, hoe dan ook… (spiegel weg)
Voor Jezus zelf zal het anders geweest zijn. Lukas vertelt dat hij huilde bij het zien van Jeruzalem, omdat hij voor zich zag hoe Jeruzalem er als verwoeste stad uit zou zien.
We weten nu hoe vreselijk een verwoeste stad er uit ziet, we weten hoe intens verdrietig je daar van kan worden. Er zijn alleen al in een maand kruiken vol gehuild….
Johannes heeft meer oog voor wat Jezus persoonlijk te wachten staat.
Jezus weet namelijk dat hij zijn dood tegemoet trekt. Menselijk gezien moet het inwendig bij hem gestormd hebben en waren zijn tranen alles behalve vreugdetranen .
Bij het binnentrekken van de stad, ziet Jezus hoog verheven het paleis van de koning en de tempel. Dan zou hem zomaar die psalm van David -op de wijs van een roerloze duif in de verte- te binnen geschoten kunnen zijn:
Wees mij genadig God
Want mijn tegenstanders bedreigen mij, heel de dag
en bestrijden mij vanuit hun hoge vesting.
Ze loeren op mijn leven.
In mijn bangste uur vertrouw ik op U
Vang mijn tranen op in uw kruik.
‘Avonds bij het eten deelt Jezus zijn angst en verdriet met zijn leerlingen.
Hij spreekt over zijn dood en zegt: Nu ben ik doodsbang, wat moet ik zeggen?
Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen.
Laat nu zien hoe groot u bent, Vader!
Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft blijft het één graankorrel
maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.
In deze tranen van Jezus kan ook zoveel weerspiegelen (spiegelkant tranenspiegel naar kerk)
Onze tranen van angst, onze tranen van doodsbang zijn
Onze tranen van machteloosheid
Onze tranen van dapper doorgaan op onze weg.
En misschien, hopelijk…. ook dat traantje van niet weten hoe maar toch vertrouwen houden… (spiegel weg)
door Jezus weten immers, dat God onze tranen opvangt in een kruik,
groot genoeg voor al onze tranen van vreugde en verdriet! (spiegel ophangen aan katrol)

Voorbeden Palmpasen 2022

God, wij bidden u
Vang onze tranen op in uw kruik:
Onze tranen van verdriet en machteloosheid
Om oorlog en geweld in onze wereld
Om alle pijn die mensen elkaar willens en wetens
of onbewust aandoen
Vang onze tranen op in uw kruik
En help ons uit dit tranendal
Laat ons bidden:

God, wij bidden u
Vang onze tranen op in uw kruik:
Onze tranen van angst
voor de dood, voor lijden
of juist angst voor het leven
Vang onze angst-tranen op in uw kruik
En steun ons opdat niet angst maar vertrouwen ons leven bepaald
Laat ons bidden:

God, wij bidden u
Vang onze tranen op in uw kruik:
Onze tranen van dank en vreugde
Om liefde en ontluikend nieuw leven
Om alle hulp die mensen aan elkaar bieden
Vang onze vreugdetranen op in uw kruik
En help ons om volop echte vreugdetranen te laten stromen
Laat ons bidden:

Overweging op 5/6 februari 2022 – De klokkenluider en de visser – Joska van der Meer

05/06 februari 2022Joska van der Meer

De klokkenluider en de visser
Jesaja 6,1-8 Lukas 5, 1-11

Halverwege de 10e straat in Lankforst word ik plotseling geroepen. Ik hoef niet om me heen te kijken om te zien door w e ik geroepen wordt. Het is zo’n 8 minuten lopen van ons huis in de 22e straat naar de Ontmoetingskerk en meestal hoor ik op zondagochtend, halverwege de wandeling, dus precies in die 10e straat de klokken van de kerk. Ik word geroepen. Net zoals Simon geroepen wordt door de wonderlijke kracht van Jezus. Iemand luidt de klokken. Het is vreemd dat we de klokkenluider nauwelijks meer associ ren met iemand die met behulp van een lang touw een kerkklok in beweging zet, maar met iemand die een misstand aan de kaak stelt. Overigens: het is er nog wel; de klokken luiden met een lang touw, maar hier in Dukenburg drukken we gewoon op een knop.

Klokkenluiders zijn degenen die moed verzamelen en die mensen oproepen om in te gaan tegen de heersende cultuur of tegen onrecht. Daarmee hebben ze het vaak niet makkelijk. Hoe vaak lezen we in de media dat er binnen een bedrijf of instelling sprake is van een angstcultuur? Misbruik van macht, intimidatie, pesten en: seksueel grensoverschrijdend gedrag; het kan overal voorkomen. In de sport, de media , grote of kleine bedrijven, universiteiten, ziekenhuizen en zelfs binnen de kerk weten we inmiddels maar al te goed waar machtsmisbruik en het wegkijken van dit misbruik toe kan leiden. Beschadigde, angstige mensen. Het zijn de klokkenluiders die ons vaak op een misstand wijzen. Ook in grote machtige instellingen. Met een groot persoonlijk risico onthulde vorig jaar Frances Haugen, een medewerker van Facebook, hoe dit bedrijf ervoor kiest om winst belangrijker te vinden dan publieke veiligheid. Opwinding en commotie zorgen voor likes en omzet. Ze nemen een enorme gok, die klokkenluiders, nemen een sprong in het diepe, willen een nieuwe weg inslaan. Ze worden vaak niet geloofd, men vindt ze soms irritant en ze kunnen hun baan verliezen. Inmiddels zijn er publicaties, regelingen, nationale en internationale wetgeving, meldingsloketten en vertrouwenspersonen waar we gebruik van kunnen maken. Dat is goed nieuws, maar zoals ik laatst een hoogleraar hoorde zeggen n.a.v. de publiciteit over The Voice of Holland: we kunnen regels maken wat we willen, alles staat of valt met een veilige omgeving.

Simon maakt samen met de andere vissers in het verhaal van de wonderbare visvangst een enorme sprong in het diepe, door Jezus achterna te gaan. Maar dat is de laatste zin van het verhaal van Lucas: ‘En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden Hem’. Alles achterlaten. Kun je je voorstellen dat je dat doet, je bestaanszekerheid achterlaten, weggaan van je vertrouwde plek en je huis en dan een bijzondere en charismatische man volgen? Daar moet wel iets heel bijzonders aan vooraf zijn gegaan. En dat staat in het begin van het verhaal: er werd al uitgezien naar Jezus, zijn woorden vonden al weerklank, want men verdrong zich om via Hem naar het woord van God te luisteren. Weg
met die angstcultuur! Het werd zo druk aan de oever dat Jezus zijn verhaal vervolgde in een boot een eindje uit de kant. En dan krijgt Simon, die later Petrus wordt genoemd, het moeilijk: hoe kan nu die man, die niet eens een echte visser is, zomaar zeggen dat de netten nog een keer in diep water moeten worden uitgegooid? Hij, Simon, weet wel beter: vannacht toen het veel gunstiger was om iets te vangen, lukte het ook al niet en nu zouden ze ineens wel wat vangen. ‘Nou vooruit, omdat u zo aandringt’, lijkt hij te zeggen. Even later moeten ze met man en macht de netten weer binnenboord halen. Ja, zelfs de mannen van de andere boot moeten meehelpen om alle vissen op het droge te krijgen. Simon schaamt zich voor zijn aanvankelijke scepsis en valt op zijn knie n neer. Zo vergaat het ook Jakobus en Johannes.

Wie is hier de klokkenluider? Is het Jezus of zijn het de vissers die alles opgeven en gehoor geven aan de oproep van Jezus: wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen. Hoe dan ook, deze vissers zullen Jezus navolgen om gehoor te geven aan de oproep tot bevrijding. Zij maken een sprong in het diepe. Zij gaan edelmoedig in op een echte roeping.
Jesaja heeft ook de Heer gezien. Hij is gezeten op een hoge en verheven troon, omgeven met serafs die Hem luid aanroepen. De beschrijving van die Heer der hemelse machten is in de eerste lezing bijna intimiderend. Maar nadat Jesaja’s zonden zijn uitgewist door een gloeiende kool op zijn lippen, is hij niet meer bang. Niet meer bang om ook die grote sprong te maken en om te geloven. Nu zegt hij, net zoals de vissers aan de oever van het Meer van Genn saret: Hier ben ik, zend mij. Jesaja en Petrus zijn tot volledig geloof gekomen en herkennen hun meester. Ze laten er alles voor in de steek.

We worden allemaal geroepen. Sommigen horen de klokken terwijl ze wandelen in de 10e straat. Niet iedereen loopt in de richting van de klokken. Degenen die anderen intimideren, die slaafse gehoorzaamheid eisen, die net doen of ze luisteren, maar altijd hun eigen belang voorop stellen, zij verstaan de roep van de klokken niet.
Het net van klokkengeluid wordt gegooid over ons mensen, over onze wijk, over onze school en werk. We vangen misschien geen mensen, maar vangen ze wel op. We gebaren naar de mensen in de andere boot dat zij ons moeten helpen. We maken een sprong in het diepe en volgen Jezus. Klokkenluiders en vissers verenigt u!

Overweging op 16 januari 2022 door Berber Overdijk

Hier ziet u een schilderij met de titel: De bruiloft te Kana. Misschien denkt u: het ziet er niet uit alsof dit zich afspeelt in Israel in de eerste eeuw. Dat is ook zo. Het is een schilderij gemaakt door een schilder uit Venetië en hij heeft het verhaal verplaatst naar het Venetië uit de 16de eeuw. Het is geschilderd door Paolo Veronese in 1563.

Dit schilderij is het grootste doek uit het Louvre, 10 meter breed en 7 meter hoog, maar waarschijnlijk het schilderij dat het minst wordt bekeken. Waarom? Omdat het tegenover de Mona Lisa hangt en iedereen alleen maar daarnaar kijkt. Mocht u nog een keer de gelegenheid hebben, draait u zich dan vooral om om een blik op dit doek te werpen. Het is mooi geschilderd en heeft ook nog een interessante geschiedenis. Napoleon heeft het meegenomen, geroofd uit Venetië, door zijn grootte is het kapot gesneden en weer aan elkaar genaaid om het te vervoeren, en in het Louvre zelf doen ze veel moeite om te voorkomen dat het scheurt vanwege zijn enorme gewicht.

Het is duidelijk feest. Het is druk. Er staan 130 personen op. Als je het ziet denk je onwillekeurig: Maar dat mag helemaal niet, zoveel mensen op een kluitje in deze coronatijd. Er zijn veel mensen in kleurige gewaden, er is genoeg eten en drinken en er is een orkestje dat muziek maakt. Waar het bruidspaar zit dat de aanleiding is voor het feest is even zoeken. Volgens kenners zitten ze helemaal links aan het uiteinde van de tafel. Je zou ze eigenlijk aan het midden van de tafel verwachten, helemaal centraal. Maar daar zitten belangrijke gasten. We zien Jezus in het midden zitten en naast hem zijn moeder Maria. Zij zijn de belangrijkste figuren van dit schilderij. Belangrijker dan allerlei ingevoegde bekende personen uit de tijd van de schilder zoals Karel de Grote en anderen.

Het hele verhaal is in dit schilderij terug te vinden. Aan de rechterkant zien we een bediende vaten vullen met water. Vlak achter hem staat een mooi geklede gast die een glas proeft en merkt dat het wijn is geworden.

De belangrijkste gasten dus in het midden. Niet alleen Jezus, maar ook zijn moeder zitten centraal. Zijn moeder, die in dit verhaal niet bij haar naam genoemd wordt maar alleen als moeder van Jezus.

In de tweede zin van het verhaal wordt ze al genoemd, als eerste. De moeder van Jezus is er, zij is aanwezig, en daarna gaat het over Jezus en zijn leerlingen die zijn uitgenodigd. Hierin schemert al iets door van haar belangrijke rol in dit verhaal. Zij is ook degene die Jezus erop attendeert dat er geen wijn meer is. De reactie van Jezus is behoorlijk cryptisch. Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen. Moeilijk te vertalen en daarom zeer verschillend. Vrouw wat heb ik met u te doen? Betekent dat iets tussen mij en u vrouwe? Wat is dat voor mij en voor u vrouw? Bemoei u niet met wat ik moet doen.

Hoe moeten wij dit opvatten? Op verschillende andere plekken in de Bijbel vinden we ook dit soort frases. Het klinkt niet vriendelijk en is bedoeld om duidelijk te maken dat de vragensteller met het gevraagde niets te maken heeft, zijn moeder kan niet bepalen wanneer Jezus’ tijd gekomen is.

Hoe dan ook laat Maria zich hierdoor niet uit het veld slaan en zegt tegen de bedienden dat ze moeten doen wat Jezus zegt wat het ook is. Waarom ze naar haar luisteren is mij nog steeds een raadsel. Had ze zoveel gezag? Was de situatie zo nijpend dat ze alles aangrepen wat deze kon verbeteren? Dit zijn de laatste gesproken woorden van Maria in de Bijbel. Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is. Zij is de spil van dit verhaal, de verbinding tussen Jezus en de rest. Het draait om hen beiden, niet alleen om Jezus. Het klopt helemaal dat ze in het midden van het schilderij te vinden is naast Jezus.

Als dit allemaal achter de rug is en de vaten zijn gevuld met water, blijkt dat er een transformatie (gedaanteverandering) heeft plaats gevonden en het water wijn is geworden, en niet zomaar wijn maar hele goede wijn. De ceremoniemeester spreekt hierover zijn verbazing uit naar de bruidegom, die vast stomverbaasd was. Jezus wordt niet bedankt, alleen de bedienden en de leerlingen weten dat het in zijn opdracht gedaan is. Het heeft grote gevolgen, de bruiloft is gered en de leerlingen geloofden in hem. Door dit eerste van de in totaal 7 tekenen in Johannes laat Jezus zien wie hij is en waar hij voor staat. Hij openbaart zijn grootheid stukje bij beetje en hier begint het mee. Met een feest, dat is om vrolijk van te worden! Een bruiloft, een liefdesfeest bij uitstek. Het feest van vreugde, verbinding, hoop en optimisme, waar wijn een symbool van is.

En wat transformeert er nou precies? Water verandert in wijn vertelt het verhaal. Iets heel gewoons wordt iets heel bijzonders. Daardoor wordt het feest omgebogen van een dreigende mislukking naar een groot succes. Een neergaande lijn wordt een opgaande lijn. Jezus wordt hierdoor steeds bijzonderder en geloofwaardiger, het geloof in hem begint te groeien.

Bij een transformatie verandert er iets/iemand in een andere gedaante, vaak in iets mooiers, rijkers, beters. Gebeurt dat vanzelf of heb je er iets voor nodig? Moet je er in geloven? Ik denk dat ervoor openstaan wel belangrijk is. Luisteren naar Maria, dat deden de bedienden, ook al begrepen ze niet waarom. Ze vulden de vaten met water ook al was dat in hun ogen misschien geheel onnodig. Ze deden het, op hoop van zegen misschien, of vanuit de gedachte: Baat het niet dan schaadt het niet, of vanuit hoop of idealisme. Ze weigerden niet, ze stonden ervoor open.

Dat lijkt nodig te zijn voor een transformatie: hoop dat er iets kan gebeuren.

Dat geldt voor ons allemaal. Als we denken dat er niets mogelijk is gebeurt er ook niets. Als we ons laten leiden door hoopvolle woorden en gedachten hebben we ruimte in onszelf om te transformeren of die in gang te zetten bij iets of iemand anders. Als we de openheid hebben om iets nieuws te zien, dan zijn we al begonnen.

Maria is degene die ons in dit verhaal kan inspireren doordat zij ziet wat nodig is, het benoemt en de opdracht geeft: Doe maar wat hij jullie zegt. Zij wist het ook niet maar vertrouwde Jezus en gaf dit vertrouwen door.

Kunnen wij elkaar ook transformeren? Ik denk soms wel. In een gespreksgroep in het verpleeghuis hadden we het begin januari over het nieuwe jaar, hoe we daar tegenaan kijken en wat het ons zal brengen. Natuurlijk kwam corona aan de orde. Een oude dame zei dat ze zich niet kon indenken dat de situatie zou verbeteren. Een andere mevrouw, die zeer moeizaam en bijna onverstaanbaar spreekt maar heel graag bij de groep aanwezig is en ook graag haar mening geeft, hoorde ik zeggen: Hoop doet leven. En daarmee gaf ze ons allemaal nieuwe moed. Door wat ze zei maar ook doordat zij het zei. We verstaan haar vaak niet en daardoor is het moeilijk contact met haar te krijgen. Nu was juist zij degene die iets heel zinnigs zei waar we allemaal mee verder konden. Het verloop van de groep was voor ons verrassend. Aan het begin hield ik mijn hart vast of we überhaupt wel een gesprek zouden kunnen voeren en toen kwam zij met zo’n mooie bijdrage. Zij transformeerde voor onze ogen van iemand die nauwelijks een bijdrage kon leveren aan het gesprek tot iemand die ons liet zien hoe zij omgaat met tegenslagen waar wij iets van kunnen leren. Op zo’n moment gebeurt iets tussen mensen, daar is God in ons midden.

En in onze maatschappij? Het zou fijn zijn als we elkaar soms anders zouden kunnen zien dan tegenstanders met verschillende meningen over belangrijke onderwerpen, als we elkaar zouden blijven zien als mensen die het leven delen.

Transformatie is een innerlijk proces dat je zelf in gang kunt zetten met behulp van de Geest en oefening. Ik heb zelf in een training een belangrijke oefening geleerd die ik hier wil delen. Het gaat om het openstaan voor moeilijke emoties. Wij mensen vinden het moeilijk om geconfronteerd te worden met negatieve emoties, daar lopen we het liefst voor weg. In het boeddhisme is een oefening die gaat om het toelaten van deze gevoelens (van jezelf of van een ander) door bij het inademen hieraan te denken, en ze dan te transformeren tot het tegenovergestelde en die uit te ademen. Dus je ademt het zware, het donkere, het negatieve in, en na de transformatie in jezelf adem je het lichte, het frisse, het mooie uit. Dat is best moeilijk, omdat je als vanzelf je verzet tegen het binnenkomen van het negatieve. Toch is het een mooie oefening, die mij op bepaalde momenten lichter heeft gemaakt.

God is degene die transformatie wil. Jezus is daar het voorbeeld van. Hij laat zien dat niets vanzelfsprekend is, dat de beste wijn ook aan het eind geschonken kan worden, dat water kan veranderen, dat liefde het laatste woord heeft, dat elk mens de moeite waard is.

En dit alles gebeurde op de derde dag, staat er in de eerste zin van het verhaal. De derde dag, dat is geen gewone dag, dat is altijd een bijzondere dag. Er zijn veel derde dagen, de belangrijkste daarvan is de dag van de opstanding, over transformatie gesproken…

Ook daar was Maria bij aanwezig, zij ziet en gelooft. Zij wijst ons de weg met haar woorden: Doe maar wat hij jullie zegt. Als we daarnaar luisteren is transformatie mogelijk, van onszelf en van elkaar. Dat we het geloof en vertrouwen mogen houden dat voor God niets onmogelijk is.

Amen